Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 30 juli 1942 R. Bodemeijer, Oostzanerdijk 14, Amsterdam (N.) Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14 (W.) [Bovenaan links, stempel/schrift]:
No 46A/332/4 M. 1942
[Brieftekst]:
Amsterdam 30 Juli 1942
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (W.)
Mijne Heeren
Gezien Uw schrijven d.d. 22 Juli 1942 j.l. onder No: 46A/332/3 M. waarin ik voor een toewijzing van Zoetwatervisch niet in aanmerking kan komen en waarin in Uw schrijven geen rede word opgegeven, zoo verzoekt ondergeteekende U beleefd hieromtrent een aanduiding te mogen ontvangen.
Tevens deel ik U mede als kleinhandelaar in visch ingeschreven te staan bij Nederl: Visscherij Centrale te 's-Gravenhage onder No: Erkenning 8997
Hopende op een gunstig antwoord zoo teeken ik met Hoogachting
R. Bodemeijer
Oostzanerdijk 14 A'dam (N.)
[Aantekeningen onderaan in potlood/ander handschrift]:
opb.
is reeds door Com. afgewezen en wordt niet opnieuw in behandeling genomen
[Paraaf] * Inhoud: De heer R. Bodemeijer, een visdetailhandelaar uit Amsterdam-Noord, reageert op een eerdere afwijzing van zijn aanvraag voor een toewijzing van zoetwatervis. Hij beklaagt zich erover dat er in de brief van 22 juli geen reden voor deze afwijzing werd genoemd. Om zijn rechtmatigheid als handelaar te onderbouwen, vermeldt hij zijn erkenningsnummer bij de Rijksinspectie voor de Visserij (Nederlandsche Visscherij Centrale).
* Toon: De brief is formeel en beleefd, conform de gangbare correspondentie-etiquette van die tijd ("Mijne Heeren", "Uw schrijven", "Hoogachting").
* Ambtelijke afhandeling: Onderaan de brief is een interne notitie te zien van de ontvangende instantie (het Marktwezen). Hieruit blijkt dat de commissie ("Com.") het verzoek al eerder had afgewezen en dat het dossier gesloten blijft; het verzoek wordt niet opnieuw in behandeling genomen. Dit document stamt uit juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem voor voedsel en goederen. Het 'Marktwezen' in Amsterdam speelde een centrale rol in de regulering van de handel en de toewijzing van schaarse producten aan winkeliers.
De "Nederlandsche Visscherij Centrale" was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de visserijsector. Dat Bodemeijer moet vechten voor een "toewijzing" illustreert de voedselschaarste en de bureaucratische controle waar kleine zelfstandigen mee te maken hadden. De korte, bijna autoritaire afwijzing in de kantlijn weerspiegelt de starheid van het ambtelijk apparaat onder de toenmalige omstandigheden.