Officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving. 11 juni 1942. Dienst van het Marktwezen Amsterdam (Directeur). Den Heer J. Braam, Marnixstraat 147 A II, Amsterdam-Centrum. [Logo: Wapen van Amsterdam]
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West)
HB.
Telefoon 85151
Aan: den Heer J. Braam,
Marnixstraat 147 A II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
No.: 46A/335/2 M Bijlagen: Datum: 11 Juni 1942.
Onderwerp:
—
Mij is gerapporteerd, dat U heden de goede orde op de Vischmarkt hebt verstoord.
In verband met dit feit heb ik U, ingevolge het bepaalde in artikel 14 van het Reglement op den Afslag op de Vischmarkt, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van 12 tot en met 25 Juni a.s., terwijl ik aan den Burgemeester de vraag ter beoordeeling heb voorgelegd of U voor langeren termijn behoort te worden uitgesloten.
—
De Directeur,
[Handgeschreven tekst:]
mondeling afgedaan
met ernstige waarschuwing
opb. [paraaf]
[Groot handgeschreven kruis (X) door de getypte hoofdtekst]
[Linksonder in kleine letters:]
A.Z. Model No. 8a
Stadsdrukkerij Amsterdam
2142-1-42-1000-60 Het document is een officiële aanzegging van een toegangsverbod voor de Amsterdamse vismarkt. De heer J. Braam wordt beschuldigd van het verstoren van de "goede orde". De directeur van het Marktwezen legt hem in eerste instantie een verbod op van 14 dagen en dreigt zelfs met een langdurige uitsluiting via de burgemeester.
Echter, de visuele staat van het document vertelt een ander verhaal. Het grote kruis door de tekst en de handgeschreven notitie onderaan wijzen erop dat de schriftelijke strafmaatregel niet is uitgevoerd zoals oorspronkelijk bedoeld. De zaak is "mondeling afgedaan met een ernstige waarschuwing". Dit suggereert dat er na het opstellen van de brief nog contact is geweest tussen de betrokkene en de directie, waarbij is besloten het bij een waarschuwing te laten. De datum, 11 juni 1942, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening in Amsterdam strikt gereguleerd en waren de markten (ondergebracht bij het Marktwezen aan de Jan van Galenstraat) van vitaal belang. Ordeverstoringen op markten konden in deze tijd streng worden gestraft, omdat de autoriteiten bang waren voor onrust bij de schaarse voedselverdeling of zwarte handel.
De ontvanger, de heer Braam, woonde aan de Marnixstraat, een straat grenzend aan de Jordaan, een buurt die in die tijd bekend stond om zijn volkse karakter en waar de spanningen met de autoriteiten tijdens de bezettingsjaren vaak opliepen. Het feit dat de straf werd omgezet in een waarschuwing kan wijzen op clementie van de directeur of een succesvol weerwoord van de heer Braam.