Politierapport / Proces-verbaal.
Origineel
Politierapport / Proces-verbaal. 6 juni 1942. Rapport
Op Zaterdag den 6en Juni 1942 hebben twee personen mij medegedeeld dat zij een vischkoopman hadden gevolgd, die een ontoelaatbare handeling zou hebben gepleegd. Een persoon gaf mij op genaamd te zijn, Ab. A. Besselsen, te wonen Reinier Claeszenstraat 51, II alhier en verklaarde mij het navolgende:
"De vischkoopman die ik U aanwijs en blijkt genaamd te zijn J. Kes geb: 10 Juli 1898 wonende te Volendam, Stationsplein 201 heeft op de Bilderdijkkade op geheimzinnige wijze aan een persoon aal verkocht. Hij wilde aan mij niet verkoopen en daaruit concludeer ik dat hij niet zuiv. uit gaat. Ik kom direct met een pers., die daar bij aanwezig was en kan getuigen. Ik verzoek dringend dezen man te vervolgen."
Daarna kwam hij terug met een persoon die mij opgaaf genaamd te zijn, C. Ab. A. v. d. Burg, wonende Filips van Almondestraat 14, II alhier, die mij het navolgende heeft verklaard:
"Ik heb gezien dat deze vischkoopman op de Bilderdijkkade aal had verkocht, doch toen hij zag dat het mis liep, heeft hij de aal niet afgegeven. Wij zijn hem daarna gevolgd naar de markthal. Ik verzoek U hiervan rapport te willen maken."
Vorenbedoelde J. Kes deelde mij mede dat hij aan een stokoude man twee pond aal wilde afgeven, doch toen er meer liefhebbers kwamen en er moeilijkheden rezen, heeft hij de aal niet afgegeven.
Waarvan door mij op afgelegden ambtseed is opgemaakt en geteekend, dit rapport.
Amsterdam, 6 Juni 1942
[Handtekening]
[Marginale aantekeningen:]
Dorzending aan C.C.D. 12-6-42
No 46a/343/1 M. 1942/h Het document is een handgeschreven rapport van een politieambtenaar in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een verdenking van illegale handel in vis (aal). Twee burgers treden op als aangever en getuige. Zij verdenken de visboer, J. Kes uit Volendam, van "geheimzinnige" verkoop aan een individu, terwijl hij weigerde aan anderen te verkopen.
De verdediging van de visboer is typerend voor die tijd: hij claimt een charitatieve daad te hebben willen verrichten voor een "stokoude man", maar te zijn gestopt toen de situatie onrustig werd door andere omstanders. Het document eindigt met de ambtseed van de verbalisant en een verwijzing naar de C.C.D. (Crisis Controle Dienst). Dit rapport moet worden gezien in het licht van de schaarste en distributiemaatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1942 was de voedselvoorziening strikt gereguleerd. Handel buiten de officiële kanalen om (de zwarte handel) werd streng aangepakt, zowel door de Nederlandse politie als door de bezetter.
De betrokkenheid van de C.C.D. (Crisis Controle Dienst) is cruciaal; dit was de instantie die belast was met het opsporen van prijsopdrijving en illegale handel. De bereidheid van burgers om aangifte te doen tegen een visboer wijst op de sociale spanningen die ontstonden door tekorten: men verdroeg het slecht wanneer goederen "onder de toonbank" of op "geheimzinnige wijze" werden verdeeld terwijl de rest van de bevolking afhankelijk was van schaarse rantsoenen. De locatie, de Bilderdijkkade, was en is een bekende marktlocatie in Amsterdam (nabij de Ten Katemarkt).