Getypte brief (doorslag/kopie) op briefpapier zonder voorgedrukt hoofd.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) op briefpapier zonder voorgedrukt hoofd. 15 augustus 1942. De Directeur (naam niet vermeld, mogelijk van een gemeentelijke marktdienst of distributie-instantie te Amsterdam). vD/HB.
den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300,
Den Haag.
46A/521/1 M. 15 Augustus 1942.
Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat de handelaren:
Dil, Koog a/d Zaan
Balm, Spaarndam
Kok, Spaarndam
in vroeger jaren gewend waren om belangrijke hoeveelheden
gerookte paling in Amsterdam af te leveren, speciaal aan de visch-en
fruitzaken. Deze zaken zijn thans in de verdeeling opgenomen, doch
genoemde grossiers leveren vrijwel geen paling aan den afslag.
Ik verzoek U deze handelaren te doen opdragen, dat zij een
belangrijk gedeelte van hun toewijzing aan de Gemeentelijke Visch-
markt moeten leveren.
Voorts herinner ik U eraan, dat vader en zoon Reurts ingevol-
ge Uw opdracht sedert eenige weken in de verdeeling zijn opgenomen,
ieder voor 120 pond aal. Tot nu toe heeft echter hun ouden leveran-
cier te Volendam ( fa. Tuyp?) de toewijzing, waarop Reurts recht heeft
niet aan den afslag geleverd.
Ten slotte wordt er regelmatig over de geringe inzendingen
van de Monnikendammer aalrookers geklaagd en zouden H. Bootsma, Ruyg
en J.W. Meulen eigen toewijzingen hebben op Monnikendam; deze klein-
handelaren verkochten vroeger hun gerookte aal uitsluitend in Amster-
dam; thans komen zij met hun aal niet op de Amsterdamsche markten,
doch zouden zij deze uitsluitend in den zwarten handel verkoopen.
Ik verzoek U hiernaar zoo mogelijk een onderzoek te doen in-
stellen en mij hiervan op de hoogte te stellen.
De Directeur, De brief is een formeel verzoek van een lokale directeur (waarschijnlijk van de Amsterdamse vismarkt of een distributieorgaan) aan de centrale autoriteit in Den Haag om in te grijpen in de visdistributie. De kern van de klacht is dat verschillende handelaren en rokers uit de regio (Koog a/d Zaan, Spaarndam, Volendam en Monnikendam) zich niet houden aan de verplichte aanvoer naar de officiële "afslag" of de Gemeentelijke Vischmarkt in Amsterdam.
Er worden drie specifieke problemen aangehaald:
1. Ontwijking van de officiële markt: Grossiers (Dil, Balm, Kok) leveren niet aan de afslag, terwijl hun afnemers wel in het distributiesysteem zitten.
2. Haperende toelevering: Een specifieke toewijzing voor de familie Reurts wordt door de leverancier in Volendam (fa. Tuyp) niet gehonoreerd via de officiële weg.
3. Zwarte handel: Er is een concreet vermoeden dat aalrookers uit Monnikendam (Bootsma, Ruyg, Meulen) hun waar buiten de officiële kanalen om op de zwarte markt verkopen in plaats van op de Amsterdamse markten. Dit document stamt uit augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiestelsel om schaarste te beheersen en de Duitse bezetter te bevoorraden. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was de organisatie die door de bezetter was aangesteld om toezicht te houden op de gehele visketen, van vangst tot consumptie.
Het document illustreert de spanning tussen de officiële distributie-economie (de "verdeeling") en de illegale economie. De "zwarte handel" was voor veel handelaren lucratiever dan de gereguleerde prijzen op de officiële afslag. De brief toont aan hoe lokale autoriteiten probeerden de grip op de voedselstromen te behouden door middel van controle en opsporing, een noodzaak die door de toenemende schaarste in 1942 steeds urgenter werd. H. Bootsma J.W. Meulen