Handgeschreven brief (klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (klacht). 16 augustus 1942. J. Westhoff, viskoper, gevestigd aan de 1e J. v. d. Heijdenstr. 70, Amsterdam. № 46 A/530/1 M. 1942 48/8.
Amsterdam 16 Aug.
vi. Insp.
Mijnheer.
Hiermede kom ik met den volgende klacht tot u hoopende op uw welwillende medewerking aangaande het volgende.
Mijn heer; daar ik een toeweijziging heb van vier kisten garnalen zijn me al eenige malen een kist gekort, en ik al eens een van den Commissie leden daar op tent heb gemaakt mijn door hun verzegd me tot uw te vervoegen.
Ik zag gaarne dan door uw, me volle toeweijziging weer toegewezen te zien, daar alle termen ontbreken om me van deze toeweijziging te korten.
Informatie's aangaande 't verbruik en verhandeld artikel door mij is uw nadere wel te bewijzen.
Rekendene op uw welwillende medewerking in deze en dankend voor uw medewerking teeken ik.
Hoogachtend.
J. Westhoff.
vis koper.
1e J. v. d. Heijdenstr: 70. De brief is geschreven door J. Westhoff, een viskoper uit de Eerste Jan van der Heijdenstraat in de Amsterdamse Pijp. Hij richt zich tot een hogere instantie (waarschijnlijk de Crisis-Controle-Dienst of een vergelijkbaar distributie-orgaan) met een formele klacht.
Westhoff heeft recht op een wekelijkse toewijzing van vier kisten garnalen, maar hij stelt dat hij herhaaldelijk gekort wordt op deze hoeveelheid (er wordt telkens één kist ingehouden). Hij heeft dit reeds aangekaart bij een lid van de betreffende commissie, die hem heeft geadviseerd zich direct tot de geadresseerde te wenden. De schrijver benadrukt dat er geen geldige reden is voor de korting en biedt aan om bewijs te leveren van zijn omzet en verbruik.
Het taalgebruik is formeel maar bevat diverse grammaticale en spellingfouten (zoals "toeweijziging" in plaats van toewijzing, "verzegd" in plaats van verzocht/gezegd, en "rekendene"). Dit duidt op een ambachtsman die probeert de ambtelijke taal van die tijd te hanteren. Het document dateert van augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en werden vrijwel alle goederen, inclusief vis en schaaldieren, via een strikt distributiesysteem verdeeld.
Handelaren waren volledig afhankelijk van de "toewijzingen" door overheidsinstanties en commissies. De brief illustreert de dagelijkse strijd van kleine ondernemers om hun voorraden te behouden in een bureaucratisch systeem dat onder druk stond van tekorten en regulering. De vermelding van "vi. Insp." (Visserij-inspectie) suggereert dat de klacht via de inspectiedienst liep. De stempel van de UvA geeft aan dat dit document later onderdeel is geworden van een academische collectie (mogelijk het NIOD of een sociaal-historisch archief). J. Westhoff J. v. d. Heijdenstr