Brief op officieel briefpapier.
Origineel
Brief op officieel briefpapier. 26 augustus 1942. Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Verdeeling, 's-Gravenhage. Den Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
AFDEELING Verdeeling.
BETREFFENDE Toet, Alb. Kuipstr. 'S-GRAVENHAGE, 26 Augustus 1942.
BERICHT OP SCHRIJVEN A'dam.
BIJ ANTWOORD VERMELDEN No. 19706/Verd./Wit.
BIJLAGEN ................. STUKS, T.W. .................
Den Directeur van het
Marktwezen.
Jan van Galenstraat.
AMSTERDAM. -
Heden vervoegde zich de kleinhandelaar in zeevisch L. Toet, Alb. Kuipstraat 229 (huis), Amsterdam, te onzent, met het verzoek een toewijzing voor zeevisch op Uw afslag te krijgen.
Hij verklaarde ons voorheen steeds zeevisch van P. de Ruyter te Amsterdam en G. Glas te IJmuiden te hebben betrokken.
Wij verzoeken U ons hieromtrent nader in te lichten.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handgeschreven paraaf in paarse inkt]
[Handgeschreven notitie onderaan in blauw/zwart]:
Aan N.V.C. kan worden medegedeeld dat aan L. Toet zeevisch is toegewezen. 2-11-'42
[paraaf]
[Onderaan diverse administratieve krabbels en parafen in rood en blauw potlood, o.a. "7/10 42"]
[Voetnoot]:
ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE — POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
TELEFOON 720080, INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER 720060, TOESTEL 674
EN 722641
[Logo A] 23393 - '42 - K 983 Dit document is een ambtelijke correspondentie tussen de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) en de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is een verificatieverzoek: de viswinkelier L. Toet, gevestigd aan de Albert Cuypstraat, wil officieel erkend worden voor de inkoop van zeevis op de Amsterdamse afslag.
De NVC vraagt om bevestiging van de historische handelsrelaties van de winkelier met groothandelaren (P. de Ruyter en G. Glas) om te bepalen of hij recht heeft op een toewijzing binnen het geldende distributiesysteem. De handgeschreven aantekening onderaan bevestigt dat de toewijzing enkele maanden later, in november 1942, inderdaad is verleend. Het document toont de strikte bureaucratische controle op de voedselvoorziening en handel tijdens de bezettingsjaren. De Nederlandsche Visscherijcentrale werd in 1941 door de bezetter opgericht om de volledige visserijketen te beheersen, van de vangst tot de consumptie. In een tijd van toenemende schaarste was vis een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening, maar de handel was onderworpen aan een rigide vergunningenstelsel.
Winkeliers konden niet zomaar overal inkopen; hun voorraden waren afhankelijk van officiële "toewijzingen". De Albert Cuypstraat in Amsterdam was toen al een belangrijk handelscentrum, en voor een lokale ondernemer als Toet was deze administratieve erkenning van levensbelang voor de continuïteit van zijn bedrijf. De diverse stempels en kleurpotlood-notities op het document illustreren de vele schijven waarover zo'n ogenschijnlijk kleine beslissing in de oorlogsjaren moest gaan. G. Glas L. Toet P. de Ruyter Marktwezen