Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift). 19 oktober 1942 (gebaseerd op het stempel rechtsboven). H. ter Voort (vis-handelaar). Waarschijnlijk een distributie-instantie of het Rijksbureau voor Voedselvoorziening (gezien de context van vis-toewijzingen). [Stempel linksboven:]
Nº 467/636/3 M. 1942 19/10
[Aantekening rechtsboven in potlood:]
m. m. Cor.
Verdonk
[Hoofdtekst:]
Geachte Heer.
Aangezien mijn aanvrage voor fijn-Vis afgewezen is,
wil ik u beleefd verzoeken deze nog eens te herzien,
daar ik deze vis ook altijd van IJmuiden betrokken heb,
Tevens stond in de afwijzing dat zulks is onderzocht, en daar
is mij in ’t geheel niets van bekend.
Ook wil ik u verzoeken of er geen mogelijkheid is dat de
Vis-toewijzing van mijn en nog meerdere Collega’s verhoogd wordt.
Volgens mijn meening is het onjuist de menschen die Winter en
Zomer de Vishandel productief hebben gemaakt, gelijk te stellen
met menschen die of ’s Winters een ander bedrijf uitoefenen of
steun betrokken, of die de laatste tijd pas in het Vis-bedrijf
gekomen zijn. Hierdoor is de bonâ-fide handel ten zeerste gedupeerd.
Ook al omdat velen hiervan op hogere-belasting enz. zitten.
Ik hoop dat u dit eens onder de oogen wilt zien, en u maatregelen
daarnaar wilt treffen.
Hoogachtend.
H. ter Voort
[Aantekening linksonder:]
Aanhouder
26-10-’42
Dekker [?]
[Aantekening rechtsonder:]
verhoogt v—
1 op 2 X
in dossier verwerkt [?]
tot April ’43
v.d. * Inhoud: De schrijver, een vishandelaar, tekent bezwaar aan tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor "fijn-vis" (duurdere vissoorten zoals tong of tarbot). Hij voert aan dat hij deze vis altijd al uit IJmuiden betrok. Daarnaast vraagt hij om een algemene verhoging van de visquota voor gevestigde handelaren.
* Kernargument: Ter Voort maakt een scherp onderscheid tussen de "bonâ-fide handel" (de vakmensen die het hele jaar door werken) en "gelukszoekers" of seizoenswerkers die voorheen van de "steun" (sociale uitkering) leefden en nu pas in de vishandel zijn gestapt. Hij vindt het onrechtvaardig dat zij dezelfde toewijzing krijgen, terwijl de vaste handelaren hogere lasten dragen.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en respectvol ("beleefd verzoeken"), maar ook dwingend waar het gaat over de vermeende onrechtvaardigheid van het beleid.
* Administratieve afhandeling: De kanttekeningen suggereren dat het verzoek serieus is genomen. De notitie "verhoogt" en "tot April '43" wijst erop dat er mogelijk een tijdelijke aanpassing van de toewijzing is gedaan. * Tweede Wereldoorlog: De brief dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland.
* Distributie en Schaarste: In deze periode was er een strikt systeem van distributie en toewijzingen voor voedsel en handelsvoorraden. Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening bepaalde wie hoeveel mocht verhandelen.
* De Vissector: IJmuiden was de belangrijkste aanvoerhaven. "Fijn-vis" was schaars en vaak bestemd voor de export naar Duitsland of de duurdere horeca, wat leidde tot spanningen onder lokale handelaren.
* Sociale spanning: De referentie naar mensen die "steun betrokken" verwijst naar de grote werkloosheid in de jaren '30. Gevestigde ondernemers zagen met lede ogen aan hoe nieuwkomers tijdens de oorlog de markt betraden om te profiteren van de veranderde economische omstandigheden. H. ter Voort Rijksbureau