Archief 745
Inventaris 745-387
Pagina 74
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift / brief.

Van: Jacob Kes, Volendam.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift / brief. Jacob Kes, Volendam. Dit is toch z.i. als zeer ongeaard te noemen,
daar er toch personen genoeg zijn die nooit
meer dan 1 lit of 1 kistje verkocht hebben - en
een zelfde toewijzing ontvangen.
"Temeer nog als men daarvan elf menschen mee
in het leven wil houden."
Een volledig onderzoek aangaande dezer is dan
ook op zijn minst op zijn plaats.
Hij richt dan ook tot U dit zoo gerechtvaardigd
verzoek om zijne toewijzingen te willen doen
herzien en dit te willen doen verhogen tot
de 5 balen mosselen en 5 kistjes garnalen.
Een verdere omlijsting is hier op zijn minst
overbodig, vriend en niet-vriend kunnen
hier niets tegen inbrengen, dan alleen vol-
mondig bekennen, dat ze hem den mosselen-
koning en garnalenkoning genoemd hebben.
Van generlei kant kan dan ook niet het minste
bezwaar zijn om aan zijn zoo gerechtvaardigd
verzoek te voldoen.
U bij voorbaat dankend, verblijven wij inmiddels
Hoogachtend
Jacob Kes.
Volendam

[Annotaties onderaan:]
* 4x garnal
* [Groot kruis over de breedte van de tekst met de tekst:] afwijzen In deze brief protesteert Jacob Kes uit Volendam tegen een besluit over zijn handelsquota (toewijzingen). Hij voert een aantal argumenten aan om een verhoging van zijn quotum naar 5 balen mosselen en 5 kistjes garnalen te rechtvaardigen:
1. Onrechtvaardigheid: Hij stelt dat anderen die veel minder omzet draaiden (slechts 1 liter of 1 kistje), toch dezelfde toewijzing krijgen als hij. Hij noemt dit "z.i." (zijns inziens) "ongeaard" (onbehoorlijk/ongehoord).
2. Sociale noodzaak: Hij wijst erop dat hij een groot gezin of een groot aantal afhankelijken ("elf menschen") moet onderhouden met de opbrengst van zijn handel.
3. Reputatie: Hij beroept zich op zijn lokale status als de "mosselenkoning en garnalenkoning", wat suggereert dat hij vóór de beperkingen een zeer grote handelaar was.

De brief is formeel van toon, maar doorspekt met verongelijktheid. De ambtelijke reactie is echter onverbiddelijk: met een groot diagonaal kruis en het woord "afwijzen" is het verzoek direct van de hand gewezen. Het document geeft een inkijkje in de gereguleerde economie van de jaren '40. Tijdens de Duitse bezetting en in de eerste jaren na de bevrijding was de handel in schaarse goederen (waaronder vis en schelpdieren) strikt aan banden gelegd door middel van toewijzingen. Handelaren waren afhankelijk van de overheid voor hun bestaansrecht.

De situatie van Jacob Kes is typerend voor de visserijgemeenschap in Volendam in die tijd: grote gezinnen (elf personen) en een sterke focus op de handel in visproducten. Zijn bijnaam "garnalenkoning" wijst op een prominente positie in de lokale informele hiërarchie, die echter in de bureaucratische werkelijkheid van de distributiestamkaarten en toewijzingsbesluiten weinig gewicht in de schaal legde.

Samenvatting

In deze brief protesteert Jacob Kes uit Volendam tegen een besluit over zijn handelsquota (toewijzingen). Hij voert een aantal argumenten aan om een verhoging van zijn quotum naar 5 balen mosselen en 5 kistjes garnalen te rechtvaardigen:
1. Onrechtvaardigheid: Hij stelt dat anderen die veel minder omzet draaiden (slechts 1 liter of 1 kistje), toch dezelfde toewijzing krijgen als hij. Hij noemt dit "z.i." (zijns inziens) "ongeaard" (onbehoorlijk/ongehoord).
2. Sociale noodzaak: Hij wijst erop dat hij een groot gezin of een groot aantal afhankelijken ("elf menschen") moet onderhouden met de opbrengst van zijn handel.
3. Reputatie: Hij beroept zich op zijn lokale status als de "mosselenkoning en garnalenkoning", wat suggereert dat hij vóór de beperkingen een zeer grote handelaar was.

De brief is formeel van toon, maar doorspekt met verongelijktheid. De ambtelijke reactie is echter onverbiddelijk: met een groot diagonaal kruis en het woord "afwijzen" is het verzoek direct van de hand gewezen.

Historische Context

Het document geeft een inkijkje in de gereguleerde economie van de jaren '40. Tijdens de Duitse bezetting en in de eerste jaren na de bevrijding was de handel in schaarse goederen (waaronder vis en schelpdieren) strikt aan banden gelegd door middel van toewijzingen. Handelaren waren afhankelijk van de overheid voor hun bestaansrecht.

De situatie van Jacob Kes is typerend voor de visserijgemeenschap in Volendam in die tijd: grote gezinnen (elf personen) en een sterke focus op de handel in visproducten. Zijn bijnaam "garnalenkoning" wijst op een prominente positie in de lokale informele hiërarchie, die echter in de bureaucratische werkelijkheid van de distributiestamkaarten en toewijzingsbesluiten weinig gewicht in de schaal legde.

Kooplieden in dit dossier 80

A. Cuypstraat 117 b. = 11700 p
76 jaar) 110
Dunne spruiten
Gestripte kabeljauw
Gestripte wijting
Groote schelvisch 50 cm en grooter
Groote schol 50 cm en grooter
Groote tong 37 cm en grooter 0,98
M. Sicma 0,98
Haring en tooters
H.L. --- 4
Kabeljauw 72 cm en grooter
M. Sicma 0,43
M. Sicma 0,83
Alle 80 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2