Getypte brief.
Origineel
Getypte brief. 30 december 1942. De Directeur, wnd. (waarnemend), van een niet nader genoemde instantie (gezien de inhoud vermoedelijk een overheidsorgaan of toezichthouder op de visserij of handel). De Nederlandsche Visscherij-centrale (NVC), gevestigd aan de 2e Adelheidstraat 300 in Den Haag. Verzonden 30/12 [handgeschreven]
VB/HB.
de Nederlandsche Visscherij-
centrale,
2e Adelheidstraat 300,
DEN HAAG.
45a/893/2 M. 1. 30 December 1942.
verdeeling
sardien en bliek.
Onder terugzending van het met Uw brief no. 31446 V/Pe. d.d.
1 December jl. om advies ontvangen stuk, bericht ik U, U ter-
zake niet van advies te kunnen dienen.
Voor bedoelde vischsoorten zijn de prijzen wettelijk vast-
gesteld, terwijl Uwerzijds er zorg voor gedragen wordt, dat
aan den afslag te dezer stede bliek wordt aangevoerd. Eveneens
is het een zaak van Uw Centrale, welke handelaren voor toewij-
zingen op de diverse afslagen in aanmerking komen.
De Directeur,
wnd. In deze zakelijke correspondentie reageert een waarnemend directeur op een verzoek om advies van de Nederlandsche Visscherij-centrale (NVC). Het verzoek betrof de distributie en verdeling van sardien en bliek (een kleine haringachtige vis).
De afzender weigert om advies te geven en voert hiervoor drie redenen aan:
1. Vaste prijzen: De prijzen voor deze vissoorten zijn reeds wettelijk vastgelegd.
2. Aanvoer: Het is de taak van de NVC zelf om te zorgen dat er bliek naar de plaatselijke visafslag wordt gebracht.
3. Toewijzing: De NVC is zelf verantwoordelijk voor het selecteren van de handelaren die in aanmerking komen voor de toewijzing van vis op de verschillende afslagen.
De toon is formeel en bureaucratisch, waarbij de grenzen van de eigen bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van de ontvanger strikt worden afgebakend. De brief dateert uit december 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening streng gereguleerd en gecentraliseerd.
De Nederlandsche Visscherij-centrale (NVC) werd door de bezetter opgericht om de gehele Nederlandse visserijsector te controleren. Alles, van de vangst tot de handel en de distributie, stond onder toezicht om de voedselstroom te beheersen (en vaak ook om een deel naar Duitsland te dirigeren).
Vis zoals sardien en bliek was een belangrijke bron van eiwitten, maar door de oorlogsomstandigheden en mijnenvelden was de visserij op de Noordzee zeer beperkt en riskant. De "verdeeling" (distributie) en prijsstelling waren daarom onderwerpen van groot belang en strikte regelgeving. Deze brief illustreert hoe ambtelijke instanties binnen dit strakke kader opereerden en verantwoordelijkheden naar elkaar doorschoven.