Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 3 december 1942. [Rechtsboven, pen:]
Amsterdam 3 Dec. 42
[Linksboven, paarse stempel:]
№ 46/897/1 M. 1942
[Rechtsboven, potlood/pen annotaties:]
5/12 DuV 419
Aanvraag April
[Midden boven, annotatie in ander handschrift:]
1 x gerant gervink
[Hoofdtekst:]
Weledele Heer dominik
Hier mede kom ik met een
verzoek bij u Daar ik
van het voorjaar geen
toewijzing heb gehad voor
gerookte aal daar ik in
1940 niet genoeg omgezet
heb maar toch wel ande-
re visch soorten heb verkocht
gepelde garn [garnalen] en sprot file [filet] allen
sprot file heb ik gemiddelt 60
a 70 pond per week verkocht
verleden jaar en nu krijg ik
heelemaal niets Dat is toch
niet zoo het hoord vind
u wel Ik heb altijd visch
van Oosterbaan en K. de Groot
betrokken Nu mijn heer
kijkt u eens wat u voor
mij kunt doen Bij voor-
baat mijn dank. In af-
wachting Uw d. d. A. [dienstwillige dienaar] * Onderwerp: De briefschrijver beklaagt zich over het uitblijven van een toewijzing voor gerookte aal.
* Argumentatie: De afwijzing is waarschijnlijk gebaseerd op de omzetcijfers van het referentiejaar 1940 (een standaardmethode tijdens de bezetting voor rantsoenering). De schrijver voert aan dat hij weliswaar weinig aal omzette, maar wel grote hoeveelheden andere viswaren (gepelde garnalen en sprotfilet, 60 à 70 pond per week) verkocht.
* Leveranciers: De schrijver noemt "Oosterbaan" en "K. de Groot" als vaste leveranciers om zijn status als legitieme handelaar te onderstrepen.
* Toon: De toon is beleefd doch dringend ("Dat is toch niet zoo het hoord"). Er wordt direct geappelleerd aan de welwillendheid van de ambtenaar.
* Taalgebruik: Het document bevat diverse spelfouten en archaïsche spelling (visch, hoord, gemiddelt, garn), wat duidt op een schrijver uit de praktijk (middenstander) in plaats van een geschoolde klerk. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was het distributiestelsel zeer strikt. Handelaren waren volledig afhankelijk van officiële "toewijzingen" van Rijksbureaus om goederen te mogen inkopen en verkopen.
De brief illustreert de overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen die door de bureaucratie van het distributiesysteem buiten de boot dreigden te vallen omdat hun specialisatie of omzet in het peiljaar (1940) niet voldeed aan de nieuwe normen. De aanduiding "DuV" in de kantlijn verwijst mogelijk naar de afdeling 'Distributie van Voedingsmiddelen'.