Archief 745
Inventaris 745-387
Pagina 151
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

7 december 1942.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 7 december 1942. [Briefhoofd/Marge boven]
$N^o \ 46^A / 098/1$ M. $1942 \frac{9}{12}$ $7/12 \ .42$
$423$
[Marge links, verticaal]
afgesproken 14-12-'42 de Raad

[Inhoud]
Mijne Heeren.

Op advies van de Marktmeester wend ik mij met dit schrijven tot u.
Zoo als u weet heeft mijn zoon Willem een Toewijzing van u gekregen van Gerookte visch, Maar nu staat de standplaats op mijn naam, nu zij [zei] de Marktmeester dat als ik die vaste plaats op wou geven dan zou mijn zoon die weer toegewezen krijgen, en mocht ik als vervanger voor mijn zoon blijven staan, wat ik heel goed had gevonden als er nu niet iets tussen was gekomen.
Dat is als dat mijn zoon in Januari eerst komende in de Arbeidsdienst moet, en dan hoogst waarschijnlijk zijn Toewijzing wordt stop gezet, wat dan tengevolge zou hebben als dat mijn vaste standplaats dan ook weg zou wezen.
Nu wou ik de Heeren vriendelijk verzoeken en op verzoek van mijn zoon of ik nu niet die Toewijzing zou kunnen krijgen, daar anders de klap voor mij niet te dragen zou zijn, zoon in Arbeidsdienst en Vader weer zonder.

202 * Taalgebruik: De schrijver hanteert een eerbiedige toon ("Mijne Heeren", "vriendelijk verzoeken"). Er is sprake van toenmalige spelling (visch, zoo) en fonetische spelling (bijv. "nu zij de Marktmeester" in plaats van "nu zei de Marktmeester").
* Kern van de zaak: Er is een bureaucratisch probleem ontstaan. De marktvergunning staat op naam van de vader, maar was bedoeld voor de zoon (Willem). Als de vader de vergunning nu officieel overdraagt aan de zoon, dreigt de vergunning in januari 1943 te vervallen omdat de zoon dan in de Arbeidsdienst moet.
* Emotionele lading: De schrijver spreekt over een "klap" die niet te dragen zou zijn als zowel de zoon weg is als de inkomsten uit de marktstandplaats verdwijnen. Het is een smeekbede om economische zekerheid in een onzekere tijd. * Historische context: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (december 1942).
* Arbeidsdienst: De vermelding van de "Arbeidsdienst" verwijst naar de Nederlandsche Arbeidsdienst (NAD). In 1942 werd de arbeidsdienstplicht ingevoerd voor jonge mannen. Dit betekende dat zij voor een periode van zes maanden kampwerk moesten verrichten.
* Sociaal-economisch: De brief illustreert de dagelijkse strijd van kleine zelfstandigen (marktkooplieden) om het hoofd boven water te houden tijdens de oorlog. De angst om een "vaste standplaats" kwijt te raken was groot, omdat dit direct de voedselvoorziening en het inkomen van het gezin raakte. De notitie in de marge suggereert dat de zaak een week later (14-12-42) in de Raad is besproken.

Samenvatting

  • Taalgebruik: De schrijver hanteert een eerbiedige toon ("Mijne Heeren", "vriendelijk verzoeken"). Er is sprake van toenmalige spelling (visch, zoo) en fonetische spelling (bijv. "nu zij de Marktmeester" in plaats van "nu zei de Marktmeester").
  • Kern van de zaak: Er is een bureaucratisch probleem ontstaan. De marktvergunning staat op naam van de vader, maar was bedoeld voor de zoon (Willem). Als de vader de vergunning nu officieel overdraagt aan de zoon, dreigt de vergunning in januari 1943 te vervallen omdat de zoon dan in de Arbeidsdienst moet.
  • Emotionele lading: De schrijver spreekt over een "klap" die niet te dragen zou zijn als zowel de zoon weg is als de inkomsten uit de marktstandplaats verdwijnen. Het is een smeekbede om economische zekerheid in een onzekere tijd.

Historische Context

  • Historische context: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (december 1942).
  • Arbeidsdienst: De vermelding van de "Arbeidsdienst" verwijst naar de Nederlandsche Arbeidsdienst (NAD). In 1942 werd de arbeidsdienstplicht ingevoerd voor jonge mannen. Dit betekende dat zij voor een periode van zes maanden kampwerk moesten verrichten.
  • Sociaal-economisch: De brief illustreert de dagelijkse strijd van kleine zelfstandigen (marktkooplieden) om het hoofd boven water te houden tijdens de oorlog. De angst om een "vaste standplaats" kwijt te raken was groot, omdat dit direct de voedselvoorziening en het inkomen van het gezin raakte. De notitie in de marge suggereert dat de zaak een week later (14-12-42) in de Raad is besproken.

Kooplieden in dit dossier 80

A. Cuypstraat 117 b. = 11700 p
76 jaar) 110
Dunne spruiten
Gestripte kabeljauw
Gestripte wijting
Groote schelvisch 50 cm en grooter
Groote schol 50 cm en grooter
Groote tong 37 cm en grooter 0,98
M. Sicma 0,98
Haring en tooters
H.L. --- 4
Kabeljauw 72 cm en grooter
M. Sicma 0,43
M. Sicma 0,83
Alle 80 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2