Getypte ambtelijke brief/nota (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota (doorslag op dun papier). [De eerste regel is afgebroken/onvolledig]
... ge perceel visch mag worden verkocht, ligt meer op den weg
van Uw ambtgenoot voor de Levensmiddelen, doch als aan Van
Ekeren wordt toegestaan hetgeen hij vraagt, zal naar mijn
meening op den openbaren weg voor dit kleine ouderwetsche
Jordaanperceeltje een ontoelaatbare toestand ontstaan. Zoo
hier vroeger al een dergelijke toestand is geweest, dan
behoeft deze m.i. niet opnieuw in het leven te worden ge-
roepen.
Ook ten aanzien van het uitstallen met gerookte visch
ware m.i. het standpunt in te nemen - evenals zulks ten
aanzien van versche visch reeds geschiedt - dat dit alleen
dient te worden toegelaten op de daarvoor aangewezen plaat-
sen als marktterreinen e.d.
Sch.
De Directeur P.W.,
w.g. W.A. de Graaf De tekst is een ambtelijk advies of besluit betreffende de exploitatie van een klein winkel- of stalletjesperceel in de Amsterdamse Jordaan. De directeur van de Dienst der Publieke Werken adviseert negatief over een verzoek van een zekere Van Ekeren om daar vis te mogen verkopen.
De belangrijkste argumenten zijn:
1. Openbare Orde en Ruimte: Vanwege de kleinschaligheid en de ligging in de Jordaan ("ouderwetsche Jordaanperceeltje") zou verkoop leiden tot een "ontoelaatbare toestand" op de openbare weg, vermoedelijk door opstoppingen of hygiënische hinder in de nauwe straten.
2. Geen herstel van oude toestanden: De auteur stelt dat zelfs als er in het verleden sprake was van visverkoop op die plek, dit geen rechtvaardiging vormt om die situatie nu opnieuw toe te laten.
3. Centralisatie van handel: Er wordt een duidelijke lijn getrokken voor zowel verse als gerookte vis: deze handel hoort thuis op aangewezen marktterreinen en niet verspreid door de woonwijken op ongeschikte locaties. Het document kan gedateerd worden in de jaren '20 of '30 van de 20e eeuw. W.A. de Graaf (Willem Adrianus de Graaf, 1881-1960) was een invloedrijk directeur van de Amsterdamse Dienst der Publieke Werken.
In deze periode was de gemeente Amsterdam volop bezig met de sanering en modernisering van de Jordaan. Een belangrijk onderdeel hiervan was het reguleren van de straathandel en het verbeteren van de volksgezondheid. Visverkoop was vanwege de geur en het afval een punt van zorg. Door de handel te concentreren op officiële markten, kon de gemeente beter toezicht houden op de hygiëne en de doorstroming van het verkeer in de steeds drukker wordende stad. De "ambtgenoot voor de Levensmiddelen" waarnaar verwezen wordt, is hoogstwaarschijnlijk de directeur van de Dienst van het Marktwezen.