Ambtelijk afschrift/rapport betreffende een vergunningsaanvraag.
Origineel
Ambtelijk afschrift/rapport betreffende een vergunningsaanvraag. 7 december 1942 (met stempel 14 december 1942). Afschrift
IND. 14/12 1942 . № 1862 BEL. PD.
7 December 1942. xxx
215 Bs.
Uitstalling
Binnen Dommerstraat 3.
2 bijlagen.
Aan den Heer Wethouder P.W.
Onder toezending van een mij door den Directeur der Gemeente-Belastingen om advies gezonden adres van het Algemeen Administratiekantoor Josso, Overtoom 147, alhier, in zake een aanvraag van H. van Ekeren tot het mogen hebben van een uitstalplank voor perceel Binnen Dommerstraat 3, welke aanvraag door den Burgemeester is afgewezen, bericht ik U het volgende.
In de eerste plaats moge ik U verwijzen naar mijn rapport dd. 19 Augustus 1942, Doss. 215 Bs., waarvan ik een afschrift bijvoeg.
Bij een bespreking met Van Ekeren en Josso is gebleken, dat Van Ekeren meende, dat met openbaren weg de rijweg wordt bedoeld. Na ontvangen uitleg is het hem duidelijk geworden, dat de openbare weg zich uitstrekt tot aan den gevel van zijn perceel.
Voorts heeft hij zijn verlangens thans als volgt weergegeven:
1e. vanuit den kelder van meergenoemd perceel wenscht hij mosselen en versche visch te verkoopen;
2e. hij wenscht een vergunning tot het hebben van een uitstalplank boven den kelderingang, ten einde daarop gerookte visch uit te stallen;
3e. de voorkamer van zijn woonhuis, wenscht hij als winkel te gebruiken, of althans in te richten voor het afwegen van gerookte visch;
4e. De sub 1 bedoelde laaggelegen kelder is van zoodanige afmetingen, dat deze wellicht als bergplaats van de visch kan worden gebruikt, doch niet als verkoopplaats daarvan. Het woonhuis is te bereiken door middel van een op het trottoir geplaatst ongemakkelijk houten trapje. Het verzoek komt erop neer, dat Van Ekeren den verkoop van de mosselen en de visch wil doen plaats vinden in den voor het perceel in den openbaren weg gelegen verdiepten kelderingang, die de geheele breedte van het trottoir voor het perceel in beslag neemt. Het gevolg hiervan zal zijn, dat de koopers op den smallen en in normalen tijd drukken rijweg van de Binnen Dommerstraat moeten staan.
De beantwoording van de vraag, of in het onderhavi- Dit document is een ambtelijk adviesrapport aan de Wethouder van Publieke Werken in Amsterdam. De kern van de zaak is een herhaalde aanvraag (na een eerdere afwijzing door de Burgemeester) voor het exploiteren van een viswinkel en het plaatsen van een uitstalplank op de Binnen Dommerstraat 3.
De ambtenaar legt uit dat er een juridisch/ruimtelijk misverstand bestond bij de aanvrager over wat de "openbare weg" precies behelst. De aanvrager dacht dat dit enkel de rijbaan was, terwijl ook het trottoir tot aan de gevel hiertoe behoort. Het grootste bezwaar tegen de aanvraag is van verkeerstechnische en praktische aard: omdat de kelderingang het gehele trottoir beslaat, zouden klanten noodgedwongen op de rijweg moeten staan om bediend te worden. Dit wordt als onveilig en ongewenst beschouwd, zeker gezien de geringe breedte van de straat. De tekst breekt af midden in een zin, wat suggereert dat er een tweede pagina is. Het document dateert uit december 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogsomstandigheden en schaarste (zoals de distributie van vis en mosselen) bleef het gemeentelijk apparaat in Amsterdam functioneren volgens de geldende APV (Algemene Plaatselijke Verordening) en bureaucratische procedures.
De Binnen Dommerstraat is een smalle straat in de Haarlemmerbuurt, een wijk die destijds dichtbevolkt was en gekenmerkt werd door kleine neringen in kelders en souterrains. Dergelijke aanvragen waren frequent, omdat veel Amsterdammers in de crisistijd van de oorlog probeerden met kleinschalige handel (vaak 'aan de deur' of vanuit de eigen woning) een inkomen te verwerven. De strikte scheiding tussen wonen en winkelnering en het beslag op de krappe openbare ruimte in de binnenstad vormden een constant punt van wrijving tussen burgers en de overheid. H. van Ekeren Publieke Werken