Handgeschreven memo/notitie op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven memo/notitie op gelinieerd papier. 24 december 1942. Hoewel Heer de Ruiter geen bewijzen heeft, doch gezien het groote
aantal klachten ook van niet N.S.B.ers, toch het gevoel dat er iets
niet klopt bij de Commune en bij de Combinatie.
Hij heeft met zijn schrijven geen andere bedoeling dan de Wethouder
op een en ander te attendeeren doch wilde hij zich in geen geval mengen in
zaken van Gemeentebeleid en spreekt ook niet uitdrukkelijk over een straf.
Ik van mijn meen dat een disciplinaire straf wel op zijn plaats is en meen
dat het zeer tot de verbetering van de werkkrachten zou strekken als
men de Commissie b.v. strafte met afname van 1 maand verdienste of boete.
Dat heb ik zoo heden morgen telefonisch Wethouder medegedeeld. 24-12-42. [initialen]
N.B. Aan deze straf nog toe te voegen b.v. 1 week schorsing zonder loon en m.
daar in feite mogelijk maar wat een als U.V.C. en Th. op loon en kwestie heeft te
behandelen met de Commissie en dan nog hoe komen de laatste klachten over
de vakgroep? [initialen]
Juffr. Erdbrink deelt mede dat besloten is de [onleesbaar] als boete 1 mnd
verdienste moet afstaan aan Nood & Wederopb.
Mondeling door Th. Sieburgh
met Weth. strak behandeld.
Er komt Besluit in B en W.
vplv. [signatuur JS]
[Rechtsonder berekening:]
500 week
150
350
50
300 Het document betreft een interne correspondentie of verslaglegging over een disciplinaire kwestie binnen een gemeentelijke of daaraan gelieerde instantie (mogelijk de sociale dienst of werkverschaffing, gezien de termen 'Commune' en 'Combinatie'). Er is sprake van onvrede en klachten over het functioneren van bepaalde werkkrachten of een commissie.
Opvallend is de expliciete vermelding dat de klachten niet alleen van "niet N.S.B.ers" komen, wat suggereert dat de geloofwaardigheid van de klachten hiermee wordt onderstreept in de context van de toenmalige politieke verhoudingen. De voorgestelde straf is zwaar: het inhouden van een maandsalaris, dat moet worden afgedragen aan 'Nood & Wederopbouw'. De notitie eindigt met de bevestiging dat de zaak "strak" is aangepakt en dat er een officieel besluit van het College van Burgemeester en Wethouders (B en W) zal volgen. De datum van 24 december 1942 plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De verwijzing naar de N.S.B. (Nationaal-Socialistische Beweging) geeft aan dat politieke gezindheid een rol speelde in de beoordeling van klachten en integriteit.
'Nood & Wederopbouw' was een organisatie die tijdens de oorlog (en direct daarna) verantwoordelijk was voor het herstel van oorlogsschade, maar ook fungeerde als een fonds waar boetes of 'vrijwillige' bijdragen naartoe werden gesluisd. De hiërarchische structuur (Wethouder, B en W, vakgroepen) wijst op een ambtelijke setting, vermoedelijk in een grote stad waar Th. Sieburgh een controlerende of leidinggevende functie had. Heer de Ruiter Th. Sieburgh Juffr. Erdbrink Wethouder (ongebruikt) U.V.C. N.S.B. Vakgroep