Getypt ambtelijk schrijven / Brief
Origineel
Getypt ambtelijk schrijven / Brief 12 januari 1943 De Directeur (instantie niet expliciet vermeld, vermoedelijk een regionaal bureau voor de voedselvoorziening of visserijautoriteit) Den Heer Directeur van de Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC), 's-Gravenhage [In rood potlood:] Escha
[Rechtsboven:] VD/SV
den Heer Directeur van de Nederlandsche
Visscherij Centrale,
2e Adelheidstraat 300,
'S-GRAVENHAGE (ZH)
46a/912/3'42M 1 12 Januari 1943.
Onder terugzending van de met Uw brief dd. 21
December jl. No. 33555/V/Kr. afdeeling Verdeeling
ontvangen bijlage bericht ik U, dat J.P.K.Schoos
bij mijn dienst en bij de Verdeelingscommissie
bekend staat als handelaar in gerookte visch en
garnalen. Hem is gedurende het aalseizoen, evenals
aan andere rookers, 120 kg. aal toegewezen.
Na afloop van het aalseizoen heeft Schoos ver-
zocht voor versche visch in aanmerking te mogen
komen, waarop hij echter, naar het oordeel der Ver-
deelingscommissie geen rechten kan doen gelden.
Zijn verzoek werd derhalve afgewezen.
Naast zijn toewijzing aal ontvangt Schoos
nog toewijzingenvoor gepelde garnalen, ongepelde
garnalen en gerookte visch.
De Directeur, Dit document is een formele afwijzing van een verzoek om extra vis-toewijzingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De handelaar J.P.K. Schoos had gevraagd om "versche visch" te mogen ontvangen na afloop van het aalseizoen. De Verdeelingscommissie oordeelde echter dat hij hier geen recht op had, omdat zijn bedrijfsvoering specifiek gericht was op de handel in gerookte vis en garnalen.
De brief specificeert nauwkeurig wat Schoos wél toegewezen kreeg: 120 kg aal (gelijk aan andere rokers) en lopende toewijzingen voor gepelde en ongepelde garnalen en gerookte vis. De zakelijke en strikte toon is kenmerkend voor de bureaucratie rondom de voedseldistributie in oorlogstijd. In de laatste alinea is een typfout zichtbaar ("toewijzingenvoor" aan elkaar geschreven). Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de visserijsector volledig onderworpen aan de distributiestelsels van de overheid om de schaarse voedselvoorraden te beheren. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) in Den Haag speelde hierin een centrale rol.
Alles werd via quota en toewijzingen geregeld. Handelaren moesten geregistreerd staan voor specifieke producten (zoals 'roker' of 'vershandelaar'). Omdat de vangsten beperkt waren door de oorlog (beperkt vaargebied, brandstoftekort), werd er strikt toegezien op de naleving van deze categorieën. Een roker zoals Schoos kon dus niet zomaar aanspraak maken op verse vis die voor de directe consumptiemarkt was gereserveerd. Het document biedt een inkijkje in de gedetailleerde controle op de economische activiteiten van individuele ondernemers in deze periode. J.P.K. Schoos