Getypte brief (doorslag of stencildruk), pagina 2 van een correspondentie.
Origineel
Getypte brief (doorslag of stencildruk), pagina 2 van een correspondentie. 10 november 1941 (afgeleid uit de context van de genoemde instanties en de vage jaartalnotatie). Bladzijde 2 van brief No. 46B/2/5 d.d. 10 November 1941,
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Direct.
van het Marktwezen en den Gemeentelijken Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden.
De Commissie kan derhalve niet instemmen met de klacht zooals deze door Schindeler c.s. naar voren is gebracht.
Wel wil de commissie instemmen met de klacht van adressanten, dat door den zeer geringen aanvoer van fijner vischsoorten de bestaande regeling op dit punt niet geheel tot haar recht komt.
De commissie zou daarom willen voorstellen om inplaats van een heele of een halve toewijzing fijne visch (wanneer deze visch dus niet wordt aangevoerd) een dergelijke toewijzing grove zeevisch toe te wijzen, zoodat dan toch de winkeliers eenigermate in hun hooge bedrijfskosten worden tegemoetgekomen.
De klacht van adressanten, dat de fijne vischsoorten worden toegewezen aan winkeliers, die deze visch niet kunnen gebruiken, wordt door de Commissie ten stelligste ontkend. Op de betreffende verdeellijst komen uitsluitend winkeliers voor, die op deze vischsoorten recht hebben, omdat ze deze ook vroeger hebben verkocht.
Over de klacht, vervat in de laatste alinea van het adres kan de Commissie niet oordeelen, aangezien deze aangelegenheid (winstmarges en het gewicht der kisten zeevisch) behoort tot de werkingssfeer der Nederlandsche Visscherij Centrale en van den Gemachtigde voor de Prijsbeheersching.
Wij kunnen ons met het hierboven weergegeven advies van de verdeelingscommissie geheel vereenigen en zouden er daarom nog deze opmerking willen toevoegen, dat het allerminst in het belang van het brengen van visch onder de bevolking is den verkoop van visch naar de winkeliers te verschuiven. De contrôle op dezen verkoop is buitengewoon moeilijk en de indruk bestaat niet, dat alle visch in de winkels volgens de vastgestelde voorschriften onder het publiek komt.
Met de technische wijziging in de bestaande verdeelregeling, zooals deze door de commissie wordt voorgesteld, namelijk, dat bij te geringen aanvoer van fijner vischsoorten de daarvoor aangewezen winkelzaken een vergoeding in gelijke grootte aan grove zeevisch toewijzing zullen kunnen krijgen, kunnen wij ons wel vereenigen, omdat zij een bevestiging inhoudt van het verschil in toewijzing tusschen winkel- en straathandel, zooals deze in de door ons aan U voorgestelde regeling in brief van 20 Augustus j.l. in voorgesteld.
Wij verzoeken U beleefd ons te willen machtigen tot eventueele toepassing van deze correctie op de bestaande regeling.
De Gemeentelijk Adviseur De Directeur,
voor Voedings- en Distributieaangelegenheden, * Kern van het document: Het betreft een ambtelijk advies aan een wethouder over de visdistributie tijdens de bezettingsjaren. Er is een conflict tussen winkeliers en de distributie-instanties over welke soort vis (duurdere "fijne vis" of goedkopere "grove zeevis") aan wie wordt toegewezen.
* Problematiek: Door schaarste (geringe aanvoer) kunnen de winkeliers die recht hebben op fijne vis hun omzet niet halen. De commissie stelt voor hen te compenseren met extra grove zeevis om hun bedrijfskosten te dekken.
* Toezicht en Zwarte Handel: Opvallend is de opmerking over de controleerbaarheid van winkeliers. De opstellers wantrouwen de winkelverkoop omdat de vis daar niet altijd "volgens de voorschriften" (mogelijk zwarte handel of prijsopdrijving) bij het publiek terechtkomt. Men lijkt een voorkeur te hebben voor de meer transparante straathandel voor de algemene voedselvoorziening.
* Bevoegdheden: De lokale overheid verklaart zich onbevoegd over winstmarges; dit was de taak van de landelijke bezettingsorganen zoals de Nederlandsche Visscherij Centrale. Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog (ca. 1941). Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) werd in 1941 opgericht om de totale visvangst en -distributie te beheersen. De Gemachtigde voor de Prijsbeheersching hield toezicht op de maximumprijzen om inflatie en woekerwinsten tegen te gaan. De brief illustreert de dagelijkse worsteling van lokale ambtenaren om schaarse middelen eerlijk te verdelen en tegelijkertijd fraude en zwarte handel binnen de detailhandel te beperken.