Archief 745
Inventaris 745-387
Pagina 311
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

19 november 1942 Van: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (C.J.L. Prak), Gemeente Amsterdam. Aan: Den heer A.J.L. Schindeler c.s., 2de Hugo de Grootstraat 66 III, Amsterdam-West.

Origineel

19 november 1942 De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (C.J.L. Prak), Gemeente Amsterdam. Den heer A.J.L. Schindeler c.s., 2de Hugo de Grootstraat 66 III, Amsterdam-West. [Bovenaan links in paarse stempel:] № 46ᵇ/2/7 M. 1942 ¹⁹/₁₁
[Bovenaan rechts in potlood:] Marktw. 39°

L.M.
941 -1942-

19 November 1942.

[Handgeschreven parafen, o.a. "mw. Sio", "Huff", "delt"]

In antwoord op Uw schrijven van 26 October j.l. bericht ik U het volgende.
De z.g. Verdeelingscommissie wijst er op, dat voor de verdeeling van zeevisch geen regeling getroffen kon worden op grond van de omzetcijfers over de basisjaren en wel bij gebrek aan gegevens van de zijde van den handel. Uw adres wekt den indruk als zou de huidige verdeelregeling van den bestaanden handel geheel over één kam scheren. Het tegendeel is echter het geval.
De geldende verdeelregeling voor visch berust op een driedeelige onderscheiding n.l.
1o. de geheele straathandel, benevens 37 kleine winkeliers, ontvangen per beurt een toewijzing van 50 pond zeevisch. Die toewijzing bestaat uit de z.g. volksvischsoorten, als schol, schar, wijting enz.;
2o. 32 grootere winkeliers ontvangen elk 1 ½ toewijzing, bestaande uit 50 pond z.g. volksvisch en 25 pond fijnere vischsoorten als tong, tarbot, griet, enz.;
3o. de 6 allergrootste kleinhandelaren ontvangen 2 toewijzingen, bestaande uit 50 pond volksvisch en 50 pond fijnere vischsoorten.
Bij de grootte der toewijzingen is wel degelijk rekening gehouden met het verschil in lasten tusschen winkel en straathandel. Wel komt echter door den geringen aanvoer van fijnere vischsoorten de bestaande regeling op dit punt niet geheel tot haar recht. Er zal nu, wanneer geen fijne [doorgehaalde 'e'] visch wordt aangevoerd, in plaats van een heele of halve toewijzing fijne visch, een dergelijke toewijzing grove zeevisch worden gegeven, zoodat dan toch de winkeliers eenigszins een tegemoetkoming ontvangen voor hun hooge bedrijfskosten.
De Commissie ontkent ten stelligste, dat fijnere vischsoorten worden toegewezen aan winkeliers, die deze visch niet kunnen gebruiken. Op de betreffende verdeellijst komen uitsluitend winkeliers voor, die op deze vischsoorten recht hebben, omdat zij deze ook vroeger verkocht hebben.
Wat betreft Uw opmerking in de voorlaatste alinea inzake gewicht en winstmarges, wijs ik er U op dat die kwesties tot de competentie der Nederlandsche Visscherijcentrale en van den Gemachtigde voor de Prijsbeheersching behooren.

vM [Typisten-initiaal]
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,

[Handtekening:] C.J.L. Prak

den heer A.J.L. Schindeler c.s.
2de Hugo de Grootstraat 66 III,
A_L_H_I_E_R (W). Deze brief is een officiële reactie van de Amsterdamse wethouder C.J.L. Prak op een klacht van een groep visdetailhandelaren (vertegenwoordigd door A.J.L. Schindeler). De kern van het geschil betreft de eerlijkheid van het distributiesysteem voor zeevis tijdens de bezettingsjaren.

De wethouder verdedigt het beleid van de "Verdeelingscommissie". Hij legt uit dat de verdeling niet op historische omzetcijfers gebaseerd kon worden wegens een gebrek aan data. In plaats daarvan is er een getrapt systeem ingevoerd waarbij de handel is onderverdeeld in drie categorieën: de straathandel en kleine winkeliers, grotere winkeliers, en de zes grootste handelaren. Hoe groter de zaak, hoe meer "fijnere" (en duurdere) vissoorten zoals tong en tarbot men toegewezen krijgt.

Interessant is de erkenning van schaarste: omdat er te weinig fijne vis wordt aangevoerd, belooft de wethouder dat winkeliers "grove zeevisch" als compensatie krijgen om hun hogere bedrijfskosten te kunnen dekken. Tot slot schuift hij vragen over winstmarges en prijzen af naar hogere instanties, wat typerend is voor de bureaucratische structuur van die tijd. Het document dateert uit november 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was bezet door nazi-Duitsland en de schaarste aan voedsel nam hand over hand toe. Om de voedselvoorziening te controleren en te voorkomen dat alles naar de zwarte markt verdween, was bijna alles "op de bon".

De vissector was streng gereguleerd. De genoemde "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezag op de vangst en distributie. De wethouder in kwestie, C.J.L. Prak, was een NSB-wethouder in Amsterdam. Het feit dat winkeliers formeel klaagden over de verdeling van vissoorten (volksvis versus fijnere vis), toont aan hoe nijpend de economische situatie was voor kleine ondernemers; de toewijzing van een paar pond extra vis kon het verschil betekenen tussen het voortbestaan van de zaak of een faillissement door te hoge vaste lasten. De term "ALHIER (W)" in de adressering verwijst naar Amsterdam-West.

Samenvatting

Deze brief is een officiële reactie van de Amsterdamse wethouder C.J.L. Prak op een klacht van een groep visdetailhandelaren (vertegenwoordigd door A.J.L. Schindeler). De kern van het geschil betreft de eerlijkheid van het distributiesysteem voor zeevis tijdens de bezettingsjaren.

De wethouder verdedigt het beleid van de "Verdeelingscommissie". Hij legt uit dat de verdeling niet op historische omzetcijfers gebaseerd kon worden wegens een gebrek aan data. In plaats daarvan is er een getrapt systeem ingevoerd waarbij de handel is onderverdeeld in drie categorieën: de straathandel en kleine winkeliers, grotere winkeliers, en de zes grootste handelaren. Hoe groter de zaak, hoe meer "fijnere" (en duurdere) vissoorten zoals tong en tarbot men toegewezen krijgt.

Interessant is de erkenning van schaarste: omdat er te weinig fijne vis wordt aangevoerd, belooft de wethouder dat winkeliers "grove zeevisch" als compensatie krijgen om hun hogere bedrijfskosten te kunnen dekken. Tot slot schuift hij vragen over winstmarges en prijzen af naar hogere instanties, wat typerend is voor de bureaucratische structuur van die tijd.

Historische Context

Het document dateert uit november 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Nederland was bezet door nazi-Duitsland en de schaarste aan voedsel nam hand over hand toe. Om de voedselvoorziening te controleren en te voorkomen dat alles naar de zwarte markt verdween, was bijna alles "op de bon".

De vissector was streng gereguleerd. De genoemde "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezag op de vangst en distributie. De wethouder in kwestie, C.J.L. Prak, was een NSB-wethouder in Amsterdam. Het feit dat winkeliers formeel klaagden over de verdeling van vissoorten (volksvis versus fijnere vis), toont aan hoe nijpend de economische situatie was voor kleine ondernemers; de toewijzing van een paar pond extra vis kon het verschil betekenen tussen het voortbestaan van de zaak of een faillissement door te hoge vaste lasten. De term "ALHIER (W)" in de adressering verwijst naar Amsterdam-West.

Kooplieden in dit dossier 80

A. Cuypstraat 117 b. = 11700 p
76 jaar) 110
Dunne spruiten
Gestripte kabeljauw
Gestripte wijting
Groote schelvisch 50 cm en grooter
Groote schol 50 cm en grooter
Groote tong 37 cm en grooter 0,98
M. Sicma 0,98
Haring en tooters
H.L. --- 4
Kabeljauw 72 cm en grooter
M. Sicma 0,43
M. Sicma 0,83
Alle 80 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2