Archief 745
Inventaris 745-387
Pagina 483
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte pagina uit een wetenschappelijk of landbouwkundig rapport (pagina 4).

Origineel

Getypte pagina uit een wetenschappelijk of landbouwkundig rapport (pagina 4). - 4 -

Tabel 2.

%
Ongekiemd -
Begin van kieming -
Normale kiem tot 1 cm 1.8
" " 1-3 cm 29.5
" " 3-5 cm 42.5
Dunne spruiten 26.2

Totaal aantal gecontroleerde aardappelen: 947

Uit deze cijfers blijkt, dat 26.2% der knollen dunne spruiten vormden.
Nu viel het ons op, dat ALLE KNOLLEN MET DUNNE SPRUITEN EEN RUWE HUID HADDEN.

De foto doet ook zien, dat de links afgebeelde knollen ruw zijn. Niet alle ruwe knollen hadden echter dunne spruiten! ^x)
Wij hebben de aardappelen in ruwe en gladde uiteengelegd; in deze partij kwamen 421 ruwe knollen en 526 gladde exemplaren voor.
Onderstaande tabel doet zien, hoe de kieming tusschen ruwe en gladde exemplaren uiteenliep:

Tabel 3.

Van de ruwe ex. Van de gladde ex.
totaal in % totaal in %
Spruiten tot 1 cm sterk 0.9 2.1
1.4 2.1
tam. zwak 0.5 -
Spruiten 1-3 cm sterk 12.6 43.2
12.6 43.2
tam. zwak - -
Spruiten 3-5 cm sterk 19.3 51.3
27.3 54.7
tam. zwak 7.6 3.4
Dunne spruiten 58.7 -

^x) Reeds eerder was ons bij de kiemingsanalyses van Bintjes en Bevelanders welke in koolzuurmilieu waren bewaard, opgevallen, dat de ruwe exemplaren zich bij de kieming afwijkend hadden gedragen. * Kernwaarneming: De centrale stelling van dit rapportfragment is de correlatie tussen een ruwe schil en de vorming van "dunne spruiten" bij aardappelen. Dunne spruiten zijn vaak een teken van fysiologische veroudering of ziekte (zoals de bladrolziekte).
* Statistiek: Uit een steekproef van 947 aardappelen blijkt dat alle exemplaren met dunne spruiten een ruwe schil hadden. Bij de ruwe exemplaren vertoonde zelfs 58,7% dunne spruiten, terwijl dit bij de gladde exemplaren 0% was.
* Variabelen: Het onderzoek maakt onderscheid tussen de sterkte van de kiem ("sterk" vs. "tamelijk zwak") en de lengte.
* Referentie naar beeldmateriaal: De tekst verwijst naar een niet-getoonde foto van knollen aan de linkerkant die het verschil in huidstructuur illustreert. Dit document stamt waarschijnlijk uit de jaren '40 of '50 van de 20e eeuw, een periode waarin de Nederlandse pootgoedsector grote stappen zette in kwaliteitscontrole en ziekteherkenning. De genoemde rassen 'Bintje' en 'Bevelander' waren in die tijd zeer courant.

Interessant is de voetnoot over het "koolzuurmilieu". Dit wijst op onderzoek naar de effecten van gecontroleerde atmosfeer-opslag (CA-opslag), een techniek die toen in ontwikkeling was om de houdbaarheid van landbouwproducten te verlengen door het CO2-gehalte te verhogen. Het rapport suggereert dat bepaalde bewaarcondities de fysiologische afwijkingen die gepaard gaan met een ruwe schil kunnen versterken of aan het licht brengen.

Samenvatting

  • Kernwaarneming: De centrale stelling van dit rapportfragment is de correlatie tussen een ruwe schil en de vorming van "dunne spruiten" bij aardappelen. Dunne spruiten zijn vaak een teken van fysiologische veroudering of ziekte (zoals de bladrolziekte).
  • Statistiek: Uit een steekproef van 947 aardappelen blijkt dat alle exemplaren met dunne spruiten een ruwe schil hadden. Bij de ruwe exemplaren vertoonde zelfs 58,7% dunne spruiten, terwijl dit bij de gladde exemplaren 0% was.
  • Variabelen: Het onderzoek maakt onderscheid tussen de sterkte van de kiem ("sterk" vs. "tamelijk zwak") en de lengte.
  • Referentie naar beeldmateriaal: De tekst verwijst naar een niet-getoonde foto van knollen aan de linkerkant die het verschil in huidstructuur illustreert.

Historische Context

Dit document stamt waarschijnlijk uit de jaren '40 of '50 van de 20e eeuw, een periode waarin de Nederlandse pootgoedsector grote stappen zette in kwaliteitscontrole en ziekteherkenning. De genoemde rassen 'Bintje' en 'Bevelander' waren in die tijd zeer courant.

Interessant is de voetnoot over het "koolzuurmilieu". Dit wijst op onderzoek naar de effecten van gecontroleerde atmosfeer-opslag (CA-opslag), een techniek die toen in ontwikkeling was om de houdbaarheid van landbouwproducten te verlengen door het CO2-gehalte te verhogen. Het rapport suggereert dat bepaalde bewaarcondities de fysiologische afwijkingen die gepaard gaan met een ruwe schil kunnen versterken of aan het licht brengen.

Kooplieden in dit dossier 80

A. Cuypstraat 117 b. = 11700 p
76 jaar) 110
Dunne spruiten
Gestripte kabeljauw
Gestripte wijting
Groote schelvisch 50 cm en grooter
Groote schol 50 cm en grooter
Groote tong 37 cm en grooter 0,98
M. Sicma 0,98
Haring en tooters
H.L. --- 4
Kabeljauw 72 cm en grooter
M. Sicma 0,43
M. Sicma 0,83
Alle 80 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2