Archief 745
Inventaris 745-387
Pagina 495
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte pagina uit een wetenschappelijk of landbouwkundig rapport.

Origineel

Getypte pagina uit een wetenschappelijk of landbouwkundig rapport. - 16 -

van de plant in een vroeg stadium gemeten, en de opbrengst.

Zooals wij reeds eerder opmerkten, ligt het niet op onzen weg, deze kwestie thans ook met het oog op de praktijk van den Landbouw, nader te onderzoeken.

Wij hebben de personen, welke zich met Landbouwkundig Onderzoek in het algemeen bezighouden, van de waarneming op de hoogte gebracht en het betreffende veld gedemonstreerd, met de bedoeling, het nader onderzoek ook bij andere rassen te animeeren.

Het komt ons immers waarschijnlijk voor, dat althans na extreme jaren als 1941 een oogstdepressie in het jaar daarop, bij Bintje en mogelijk ook bij andere rassen, voor een groot deel kan worden voorkomen, door eenvoudig de knollen te sorteeren, en slechts de gladde exemplaren voor pootgoed aan te houden. Nagegaan zal echter nog moeten worden of dit voor geheel virusvrij materiaal en zeer vroege rooiing evenzeer opgaat. Ook rijzen nog velerlei andere vragen in dit verband; zoo bijvoorbeeld is in dit geval een duidelijke correlatie aangetoond tusschen eenerzijds ruwe schil en slechte opkomst en anderzijds tusschen ruwe schil en dunne spruiten. De feitelijke te verwachten oogstdepressie als gevolg van het uitpoten van ruwschillige aardappelen, kon uiteraard thans nog niet worden vastgesteld.

Verder vraagt men zich af of de ruwschillige aardappelen bij minder extreme groeiseizoenen als 1941, zoo zij dan al optreden, hetzelfde verschijnsel zullen vertoonen, wanneer zou zijn aangetoond, dat de verzwakking der spruitvorming in 1941 geen gevolg is geweest van virusziekte doch aan een physiologische oorzaak zou moeten worden toegeschreven.

De oplossing van deze vragen ligt echter niet meer op ons werkgebied.

De oogstvermindering treedt vanzelfsprekend alleen op, indien men de aardappelen niet voorgekiemd uitzet! Gebruikt men wel voorgekiemde pootaardappelen, dan is in het voorjaar reeds in de bewaarplaats te constateeren of een kiem voldoende sterk is; de knollen met de zwakke kiemen kunnen dan eveneens uitgesorteerd worden. Toch lijkt het ons ook daar van betekenis om de knollen, voordat ze in de poterbewaarplaats gaan, te sorteeren, opdat niet achteraf blijkt, dat een groot deel niet tot het vormen van goede spruiten in staat is. Behalve dat er een deel van de bewaarruimte van onnut zou zijn geweest, heeft men daarenboven achteraf kans op tekorten aan pootgoed. * Kernproblematiek: Het document beschrijft een waargenomen verband tussen "ruwschillige" aardappelen en een verminderde oogst (oogstdepressie). Dit fenomeen werd specifiek gekoppeld aan het jaar 1941.
* Methodiek: De onderzoekers suggereren dat selectie (sorteren op gladde schil) een effectieve methode is om oogstverlies te voorkomen. Ze maken een onderscheid tussen virusziekten en fysiologische oorzaken voor zwakke spruitvorming.
* Praktisch advies: Het voortijdig laten kiemen (voorkiemen) van pootgoed wordt geadviseerd als controlemechanisme om zwakke knollen voortijdig te kunnen verwijderen, wat zowel opslagruimte bespaart als de oogstzekerheid vergroot.
* Wetenschappelijke houding: De auteurs bakenen hun werkterrein af; ze hebben het fenomeen geconstateerd en overgedragen aan gespecialiseerde landbouwkundige onderzoekers voor verdere verdieping. Dit document stamt waarschijnlijk uit de vroege jaren '40 (gezien de referentie naar het "extreme jaar" 1941) en betreft Nederlands landbouwkundig onderzoek. Tijdens de oorlogsjaren was de voedselvoorziening van vitaal belang, en onderzoek naar het optimaliseren van de aardappeloogst — een basisvoedingsmiddel — had een hoge prioriteit. Het ras 'Bintje', dat in de tekst wordt genoemd, was destijds (en is nog lang daarna) het belangrijkste aardappelras in Nederland. De tekst reflecteert de professionele structuur van het Nederlandse landbouwonderzoek in die tijd, waarbij waarnemingen uit de praktijk werden doorgeleid naar centrale onderzoeksinstituten (zoals de voorlopers van de huidige Wageningen University & Research).

Samenvatting

  • Kernproblematiek: Het document beschrijft een waargenomen verband tussen "ruwschillige" aardappelen en een verminderde oogst (oogstdepressie). Dit fenomeen werd specifiek gekoppeld aan het jaar 1941.
  • Methodiek: De onderzoekers suggereren dat selectie (sorteren op gladde schil) een effectieve methode is om oogstverlies te voorkomen. Ze maken een onderscheid tussen virusziekten en fysiologische oorzaken voor zwakke spruitvorming.
  • Praktisch advies: Het voortijdig laten kiemen (voorkiemen) van pootgoed wordt geadviseerd als controlemechanisme om zwakke knollen voortijdig te kunnen verwijderen, wat zowel opslagruimte bespaart als de oogstzekerheid vergroot.
  • Wetenschappelijke houding: De auteurs bakenen hun werkterrein af; ze hebben het fenomeen geconstateerd en overgedragen aan gespecialiseerde landbouwkundige onderzoekers voor verdere verdieping.

Historische Context

Dit document stamt waarschijnlijk uit de vroege jaren '40 (gezien de referentie naar het "extreme jaar" 1941) en betreft Nederlands landbouwkundig onderzoek. Tijdens de oorlogsjaren was de voedselvoorziening van vitaal belang, en onderzoek naar het optimaliseren van de aardappeloogst — een basisvoedingsmiddel — had een hoge prioriteit. Het ras 'Bintje', dat in de tekst wordt genoemd, was destijds (en is nog lang daarna) het belangrijkste aardappelras in Nederland. De tekst reflecteert de professionele structuur van het Nederlandse landbouwonderzoek in die tijd, waarbij waarnemingen uit de praktijk werden doorgeleid naar centrale onderzoeksinstituten (zoals de voorlopers van de huidige Wageningen University & Research).

Kooplieden in dit dossier 80

A. Cuypstraat 117 b. = 11700 p
76 jaar) 110
Dunne spruiten
Gestripte kabeljauw
Gestripte wijting
Groote schelvisch 50 cm en grooter
Groote schol 50 cm en grooter
Groote tong 37 cm en grooter 0,98
M. Sicma 0,98
Haring en tooters
H.L. --- 4
Kabeljauw 72 cm en grooter
M. Sicma 0,43
M. Sicma 0,83
Alle 80 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2