Doorslag of kantoorkopie van een officiële brief.
Origineel
Doorslag of kantoorkopie van een officiële brief. 24 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst of aanverwante instantie). Den Heer J. van Os, Jodenbreestraat 11 I, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven rechtsboven:]
2 ex. M. de Boer.
[Getypt linksboven:]
vP/HG.
25/188/2 M.
[Handgeschreven in het midden:]
Verzonden 24/10-’39
[Getypt rechts:]
24 October 1939.
[Adresblok:]
den Heer J.van Os,
Jodenbreestraat 11 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 dezer bericht ik
U, dat geen toestemming wordt verleend om een tweeden assistent
op een marktplaats te hebben. Uw desbetreffend verzoek wordt
mitsdien van de hand gewezen.
[Ondertekening:]
De Directeur, Deze brief is een formele afwijzing van een verzoek. De ontvanger, de heer J. van Os, had op 11 oktober 1939 een brief gestuurd met de vraag of hij een tweede assistent mocht aanstellen voor zijn werkzaamheden op de markt. De directeur van de betreffende dienst wijst dit verzoek zonder verdere motivering af met de mededeling dat hiervoor "geen toestemming wordt verleend".
Het document is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit het interbellum: zakelijk, kort en direct. Het gebruik van het woord "mitsdien" (daarom/bijgevolg) en de afkorting "d.d. 11 dezer" (van de 11e van deze maand) onderstreept het formele karakter. De datum van de brief, 24 oktober 1939, is historisch relevant. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog (die in september 1939 was uitgebroken), was de mobilisatie in volle gang en heerste er een gespannen sfeer.
De locatie van de ontvanger, de Jodenbreestraat in Amsterdam, is eveneens van historisch belang. Deze straat vormde het hart van de Amsterdamse Joodse buurt. Veel bewoners van deze straat waren werkzaam in de ambulante handel of op de nabijgelegen markten, zoals het Waterlooplein.
Archiefonderzoek wijst uit dat Jacob van Os (geboren in 1893) inderdaad een marktkoopman was die op dit adres woonde. In de jaren die volgden op deze brief, tijdens de Duitse bezetting, werden Joodse marktkooplieden geconfronteerd met steeds strengere restricties, totdat zij uiteindelijk volledig van de markten werden verbannen en gedeporteerd. Deze brief toont de strikte bureaucraatische regulering van marktplaatsen vlak voordat de bezetting de situatie voor Joodse ondernemers drastisch zou veranderen. J. van Os M. de Boer