Archief 745
Inventaris 745-391
Pagina 244
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Besluit (uittreksel/extract) van de Burgemeester van Amsterdam.

26 juni 1942. Dossier: 54/23, 77/43/3

Origineel

Besluit (uittreksel/extract) van de Burgemeester van Amsterdam. 26 juni 1942. [Linksboven, gestempeld/geschreven:] No 77/43/5 M. 1942 [daarboven:] 60/7
[Rechtsboven, handgeschreven:] Marktw.
[Linksboven:] No. 54/23 B.M. 1942.
[Rechtsboven, getypt:] Straf bezoeker Centrale Markt.
[Links, in een cirkel handgeschreven parafen:] Avc. 12/7 [en andere onleesbare initialen]
[Rechts, handgeschreven aantekeningen:] m.d. [...]

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.

Vrijdag, 26 Juni 1942.

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van het Marktwezen van 11 Juni 1942, No. 77/43/3 M.;
Gelet op art. 35 van het Reglement op de Centrale Markt;

B e s l u i t :

den termijn van veertien dagen, gedurende welken de Directeur van het Marktwezen den toegang tot de Centrale Markt heeft ontnomen aan J.C. van Eck, Tuinstraat 44, wegens diefstal van kisten aldaar, te verlengen voor den tijd van vier maanden, derhalve tot en met 23 October 1942.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Sociale Zaken (2 stuks).

JB. [Geparafeerd]

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN Dit document betreft een officiële administratieve sanctie opgelegd door de Burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het besluit bekrachtigt een verlenging van een toegangsverbod voor de Centrale Markt voor een burger genaamd J.C. van Eck. De reden voor dit verbod is de diefstal van kisten op het marktterrein.

De strafmaat is aanzienlijk: een initieel verbod van veertien dagen (opgelegd door de directeur van de markt) wordt door de burgemeester verlengd tot een totale periode van vier maanden. Dit getuigt van een strikt handhavingsbeleid op de strategisch belangrijke Centrale Markt, waar de voedseldistributie van de stad werd gereguleerd. De verdeling van afschriften naar afdelingen zoals 'Levensmiddelen' en 'Sociale Zaken' suggereert dat dergelijke sancties gevolgen konden hebben voor iemands positie in het distributiesysteem of zijn sociale status/uitkeringen. In juni 1942 bevond Nederland zich in het derde jaar van de Duitse bezetting. Amsterdam stond onder toezicht van de bezettingsmacht, waarbij burgemeester Edward Voûte (een NSB'er) in functie was. De Centrale Markt in Amsterdam-West was het vitale centrum voor de aanvoer en verdeling van groenten, fruit en andere levensmiddelen voor de gehele stad.

Tijdens de oorlog was er sprake van groeiende schaarste en een streng distributiesysteem met bonnen. Diefstal op de markt werd daarom niet alleen gezien als een simpel vergrijp, maar als een directe aantasting van de gecontroleerde voedselvoorziening en de openbare orde. De bureaucratische afhandeling, zoals te zien in dit uittreksel, toont hoe de gemeentelijke administratie ook onder bezetting nauwgezet bleef functioneren om toezicht te houden op de bevolking en de distributiekanalen. De 'Tuinstraat' in de Jordaan was in die tijd een typische arbeidersbuurt, waar de impact van dergelijke uitsluitingen op de markt waarschijnlijk groot was. J.C. van Eck J.F. Franken Marktwezen NSB

Samenvatting

Dit document betreft een officiële administratieve sanctie opgelegd door de Burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het besluit bekrachtigt een verlenging van een toegangsverbod voor de Centrale Markt voor een burger genaamd J.C. van Eck. De reden voor dit verbod is de diefstal van kisten op het marktterrein.

De strafmaat is aanzienlijk: een initieel verbod van veertien dagen (opgelegd door de directeur van de markt) wordt door de burgemeester verlengd tot een totale periode van vier maanden. Dit getuigt van een strikt handhavingsbeleid op de strategisch belangrijke Centrale Markt, waar de voedseldistributie van de stad werd gereguleerd. De verdeling van afschriften naar afdelingen zoals 'Levensmiddelen' en 'Sociale Zaken' suggereert dat dergelijke sancties gevolgen konden hebben voor iemands positie in het distributiesysteem of zijn sociale status/uitkeringen.

Historische Context

In juni 1942 bevond Nederland zich in het derde jaar van de Duitse bezetting. Amsterdam stond onder toezicht van de bezettingsmacht, waarbij burgemeester Edward Voûte (een NSB'er) in functie was. De Centrale Markt in Amsterdam-West was het vitale centrum voor de aanvoer en verdeling van groenten, fruit en andere levensmiddelen voor de gehele stad.

Tijdens de oorlog was er sprake van groeiende schaarste en een streng distributiesysteem met bonnen. Diefstal op de markt werd daarom niet alleen gezien als een simpel vergrijp, maar als een directe aantasting van de gecontroleerde voedselvoorziening en de openbare orde. De bureaucratische afhandeling, zoals te zien in dit uittreksel, toont hoe de gemeentelijke administratie ook onder bezetting nauwgezet bleef functioneren om toezicht te houden op de bevolking en de distributiekanalen. De 'Tuinstraat' in de Jordaan was in die tijd een typische arbeidersbuurt, waar de impact van dergelijke uitsluitingen op de markt waarschijnlijk groot was.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen NSB

Gerelateerde Documenten 1