Archief 745
Inventaris 745-391
Pagina 300
Dossier 107
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële brief/kennisgeving van het Gemeentebestuur van Amsterdam.

18 augustus 1942. Van: De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte), namens deze de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Aan: Den heer B. Kuiper, Houtrijkstraat 120 III, Amsterdam (W).

Origineel

Officiële brief/kennisgeving van het Gemeentebestuur van Amsterdam. 18 augustus 1942. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte), namens deze de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Den heer B. Kuiper, Houtrijkstraat 120 III, Amsterdam (W). [Linksboven, gestempeld/geschreven:]
No 77/52/5 M. 1942 19/8

[Rechtsboven, handgeschreven:]
Martha [?]

[Midden boven:]
Aan
den heer B. Kuiper,
Houtrijkstraat 120 III,
A_L_H_I_E_R(W).

[Links midden, handgeschreven en gestempeld:]
L.M. 54/28-1942-
[Daarboven een paraaf met datum:] gep.: 31/8 '42
[Daarnaast handgeschreven:] v. i. den h. Procureur

[Rechts midden:]
18 Augustus 1942.

[Inhoud:]
Ik deel U mede te hebben besloten den termijn van veertien dagen, gedurende welken de Directeur van het Marktwezen U den toegang tot de Centrale Markt heeft ontnomen, wegens het op 1 Augustus j.l. onbevoegd uitoefenen van groothandel, waarbij eveneens overschrijding der maximumprijzen heeft plaats gevonden, met drie maanden te verlengen, derhalve tot en met 14 November 1942.

[Ondertekening:]
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte

de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paarse stempel] Dit document is een officiële strafmaatregel opgelegd door de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De heer B. Kuiper wordt gestraft voor overtredingen begaan op 1 augustus 1942 op de Centrale Markt. De overtredingen zijn tweeledig: het onbevoegd uitoefenen van groothandel (waarschijnlijk zonder de benodigde vergunningen of buiten de toegewezen handel om) en het overschrijden van de vastgestelde maximumprijzen.

De oorspronkelijke uitsluiting van de markt voor 14 dagen, opgelegd door de Directeur van het Marktwezen, wordt door de burgemeester verzwaard en verlengd met drie maanden. Dit duidt op een streng handhavingsbeleid ten aanzien van de voedselvoorziening en handelstucht. Het document dateert van augustus 1942, een periode waarin Nederland ruim twee jaar bezet was door nazi-Duitsland. Edward Voûte was de door de bezetter aangestelde (regerings-)burgemeester van Amsterdam.

Tijdens de oorlogsjaren was er sprake van toenemende schaarste aan voedsel en goederen. Om de distributie te beheersen en inflatie tegen te gaan, stelde de bezetter strikte maximumprijzen vast. Overtreding hiervan werd gezien als economische sabotage of 'zwarte handel'. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West waren het cruciale knooppunt voor de voedseldistributie in de stad. Het ontzeggen van de toegang tot deze markt was voor een handelaar een zware economische sanctie, omdat het hem feitelijk onmogelijk maakte zijn beroep legaal uit te oefenen. De handgeschreven notitie "v. i. den h. Procureur" (ter informatie aan de heer Procureur) suggereert dat de zaak mogelijk ook strafrechtelijke gevolgen kon hebben buiten de administratieve sanctie van de gemeente om. B. Kuiper J.F. Franken Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Dit document is een officiële strafmaatregel opgelegd door de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De heer B. Kuiper wordt gestraft voor overtredingen begaan op 1 augustus 1942 op de Centrale Markt. De overtredingen zijn tweeledig: het onbevoegd uitoefenen van groothandel (waarschijnlijk zonder de benodigde vergunningen of buiten de toegewezen handel om) en het overschrijden van de vastgestelde maximumprijzen.

De oorspronkelijke uitsluiting van de markt voor 14 dagen, opgelegd door de Directeur van het Marktwezen, wordt door de burgemeester verzwaard en verlengd met drie maanden. Dit duidt op een streng handhavingsbeleid ten aanzien van de voedselvoorziening en handelstucht.

Historische Context

Het document dateert van augustus 1942, een periode waarin Nederland ruim twee jaar bezet was door nazi-Duitsland. Edward Voûte was de door de bezetter aangestelde (regerings-)burgemeester van Amsterdam.

Tijdens de oorlogsjaren was er sprake van toenemende schaarste aan voedsel en goederen. Om de distributie te beheersen en inflatie tegen te gaan, stelde de bezetter strikte maximumprijzen vast. Overtreding hiervan werd gezien als economische sabotage of 'zwarte handel'. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West waren het cruciale knooppunt voor de voedseldistributie in de stad. Het ontzeggen van de toegang tot deze markt was voor een handelaar een zware economische sanctie, omdat het hem feitelijk onmogelijk maakte zijn beroep legaal uit te oefenen. De handgeschreven notitie "v. i. den h. Procureur" (ter informatie aan de heer Procureur) suggereert dat de zaak mogelijk ook strafrechtelijke gevolgen kon hebben buiten de administratieve sanctie van de gemeente om.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 1