Archiefdocument
Origineel
8 oktober 1942 [Handgeschreven in rood potlood:] Verzonden 8/10
HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
77/84/4 H. 1. 8 October 1942.
Straf W.v.d.Mol en
J.Prins Centrale Markt.
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen
toekomen van een op 2 October 1942 door den contrôleur Boon van
mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat J.Prins, wo-
nende Van Oldenbarneveldstraat 81 II, alhier, die als schipper
op de Centrale Markt komt en zijn knecht W.v.d.Mol, wonende
Jac. van Lennepstraat 33 huis, alhier, zich aldaar hebben schul-
dig gemaakt aan diefstal van een kist met uien, ten nadeele van
den grossier Van der Mey, huurder van pakhuis B.13 van de Cen-
trale Markt.
In verband met dit feit, zijn Van der Mol en Prins voor-
noemd dezersijds, ingevolge het bepaalde in artikel 35 lid 1
van het Reglement op de Centrale Markt, gestraft met ontneming
van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veer-
tien dagen, namelijk van Dinsdag 6 tot en met Maandag 19 Octo-
ber a.s.
Ik ben van meening, dat Van der Mol en Prins voor langeren
tijd van de Centrale Markt moeten worden geweerd en ik geef U
mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat
Van der Mol en Prins, in aansluiting op mijn straf, overeenkom- Dit document is een officieel schrijven (waarschijnlijk van de directeur van de Marktwezen) aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. Er wordt gerapporteerd over de diefstal van een kist uien op de Centrale Markt op 2 oktober 1942 door een schipper (J. Prins) en diens knecht (W.v.d. Mol). De daders zijn betrapt door een controleur. Als directe disciplinaire maatregel is hen de toegang tot de markt ontzegd voor een periode van 14 dagen (van 6 tot 19 oktober). De opsteller van de brief acht deze straf echter onvoldoende en verzoekt de wethouder om een langduriger marktverbod voor beide mannen te bewerkstelligen. De tekst breekt af aan het einde van de pagina. De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was de voedselsituatie in Amsterdam nijpend en waren bijna alle levensmiddelen op de bon. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie. Diefstal van voedsel, zoals deze kist uien, werd gezien als een ernstig economisch delict omdat het de rantsoenering en de officiële distributiekanalen ondermijnde. De functie van 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was in oorlogstijd cruciaal voor de stabiliteit in de stad; streng optreden tegen diefstal en zwarte handel was een prioriteit voor het bestuur om de schaarse voorraden te beschermen.