Ambtsbericht/Kennisgeving van wanbetaling.
Origineel
Ambtsbericht/Kennisgeving van wanbetaling. Hiermede heb ik de eer U te berichten,
dat A. Janssen, Lindenstraat 93, wien bij
beschikking van B. en W. d.d. 29 November 1938
(onder no. 811 P.M. 1938) vergunning is ver-
leend tot het op een anderen dan voor de
markt bestemden tijd opzetten van kramen
op de markten Lindengracht, Westerstraat en
Noordermarkt, sedert geruimen tijd in gebreke
is gebleven het terzake verschuldigde kraamgeld
te voldoen. De schuld bedroeg per 30 Mei 1941
ƒ 2.33. Aan een aanmaning om aan zijn
verplichtingen te voldoen heeft Janssen
geen gevolg gegeven.
Ik geef U thans een,
[Ondertekening:] Burgemeester
[Rechtsonder:] D.D.
[Roodpotlood:] 85/1/174 * Inhoud: Het document betreft een officiële melding over een marktkraamhouder, de heer Janssen, die zijn financiële verplichtingen aan de gemeente niet is nagekomen. Hij had een speciale vergunning om buiten de reguliere markttijden kramen op te zetten op drie bekende Amsterdamse markten (Lindengracht, Westerstraat en Noordermarkt).
* Financieel: De openstaande schuld is zeer specifiek: 2 gulden en 33 cent (ƒ 2.33). Ondanks een eerdere aanmaning is dit bedrag niet voldaan.
* Bestuur: De brief verwijst naar een besluit van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) uit november 1938. De ondertekening geschiedt namens de Burgemeester. De afkorting "D.D." onderaan kan duiden op "Dienst der..." of een specifieke afdeling binnen het gemeentelijk apparaat.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "in gebreke is gebleven"). * Geografie: De genoemde markten bevinden zich in de Jordaan in Amsterdam. Dit gebied was en is het hart van de Amsterdamse markthandel.
* Tijdsbeeld: Het document is gedateerd op mei 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de reguliere gemeentelijke administratie en de inning van marktgelden gewoon doorgaan. De bureaucratie vertoont hier een grote continuïteit.
* Sociaal-economisch: De inning van zelfs kleine bedragen zoals ƒ 2.33 werd streng bewaakt. Voor een kleine handelaar in die tijd kon een dergelijk bedrag, hoewel nominaal klein, toch een punt van strijd of onmacht zijn in een periode van toenemende schaarste en distributie. A. Janssen