Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 206
Dossier 7
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum.

2 juni 1942. Van: De Directeur (waarnemend) van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst (waarschijnlijk de Marktdienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum. 2 juni 1942. De Directeur (waarnemend) van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst (waarschijnlijk de Marktdienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven in blauwe en rode inkt]: M. Duffelen [?]

[Rechtsboven getypt]: VG/HB. [Rond stempel met onleesbaar symbool]

[Rechtsboven getypt]:
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l t h i e r .

85/1/17 M. 2 Juni 1942.

     Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat A.Jansen, Linden-

straat 93, wien bij beschikking van Burgemeester en Wethouders d.d.
29 November 1938 (onder No. 811 L.M. 1938) vergunning is verleend
tot het op een anderen dan voor de markt bestemden tijd opzetten
van kramen op de markten Lindengracht, Westerstraat en Noordermarkt,
sedert geruimen tijd in gebreke is gebleven het terzake verschul-
digde kranengeld te voldoen. De schuld bedroeg per 30 Mei 1942 ƒ2.33
Aan een aanmaning om aan zijn verplichtingen te voldoen heeft
Jansen geen gevolg gegeven.

     Ik geef U thans beleefd in overweging wel te willen bevorde-

ren, dat door den Burgemeester van Amsterdam wordt overgegaan tot
intrekking van de onderhavige vergunning.

                                   De Directeur,
                                   wnd. *   **Inhoud:** De brief is een formeel verzoek van een waarnemend directeur aan de Amsterdamse wethouder van Levensmiddelen. Het betreft de marktkramer A. Jansen, wonende aan de Lindenstraat 93 in de Jordaan. Jansen beschikte sinds 1938 over een speciale vergunning om buiten de reguliere markttijden kramen op te zetten op drie bekende Amsterdamse markten: de Lindengracht, de Westerstraat en de Noordermarkt.
  • Probleemstelling: Jansen heeft een betalingsachterstand voor het zogenaamde 'kranengeld' (staangeld of vergoeding voor het gebruik van marktmateriaal). Hoewel het bedrag gering lijkt (2,33 gulden per 30 mei 1942), heeft hij na een aanmaning niet betaald.
  • Advies: De directeur adviseert de wethouder om de vergunning van Jansen door de Burgemeester van Amsterdam te laten intrekken.
  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare, uiterst formele ambtelijke stijl ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging"). * Tijdsperiode: De brief is gedateerd op 2 juni 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
  • Bestuur: Het Amsterdamse stadsbestuur functioneerde onder toezicht van de bezetter, maar de dagelijkse ambtelijke bureaucratie met betrekking tot lokale marktzaken liep door.
  • Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze post was tijdens de oorlogsjaren van cruciaal belang vanwege de schaarste en de rantsoenering van voedsel.
  • Sociaal-economisch: De Jordaan (waarin de Lindenstraat ligt) was van oudsher een volksbuurt waar veel marktkramers woonden. Het feit dat een vergunning wordt ingetrokken voor een relatief klein bedrag van ƒ2,33 (wat in die tijd wel substantieel meer waarde had dan nu, maar nog steeds geen fortuin was) wijst op een streng handhavingsbeleid in crisistijd. Het intrekken van een vergunning betekende in deze context het verlies van iemands bestaansmiddelen.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een formeel verzoek van een waarnemend directeur aan de Amsterdamse wethouder van Levensmiddelen. Het betreft de marktkramer A. Jansen, wonende aan de Lindenstraat 93 in de Jordaan. Jansen beschikte sinds 1938 over een speciale vergunning om buiten de reguliere markttijden kramen op te zetten op drie bekende Amsterdamse markten: de Lindengracht, de Westerstraat en de Noordermarkt.
  • Probleemstelling: Jansen heeft een betalingsachterstand voor het zogenaamde 'kranengeld' (staangeld of vergoeding voor het gebruik van marktmateriaal). Hoewel het bedrag gering lijkt (2,33 gulden per 30 mei 1942), heeft hij na een aanmaning niet betaald.
  • Advies: De directeur adviseert de wethouder om de vergunning van Jansen door de Burgemeester van Amsterdam te laten intrekken.
  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare, uiterst formele ambtelijke stijl ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging").

Historische Context

  • Tijdsperiode: De brief is gedateerd op 2 juni 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
  • Bestuur: Het Amsterdamse stadsbestuur functioneerde onder toezicht van de bezetter, maar de dagelijkse ambtelijke bureaucratie met betrekking tot lokale marktzaken liep door.
  • Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze post was tijdens de oorlogsjaren van cruciaal belang vanwege de schaarste en de rantsoenering van voedsel.
  • Sociaal-economisch: De Jordaan (waarin de Lindenstraat ligt) was van oudsher een volksbuurt waar veel marktkramers woonden. Het feit dat een vergunning wordt ingetrokken voor een relatief klein bedrag van ƒ2,33 (wat in die tijd wel substantieel meer waarde had dan nu, maar nog steeds geen fortuin was) wijst op een streng handhavingsbeleid in crisistijd. Het intrekken van een vergunning betekende in deze context het verlies van iemands bestaansmiddelen.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6