Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 225
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / Adviesnota.

15 juli 1942. Van: Waarschijnlijk een functionaris van de Dienst der Marktwezen (ondertekening onduidelijk, mogelijk initialen).

Origineel

Ambtelijke correspondentie / Adviesnota. 15 juli 1942. Waarschijnlijk een functionaris van de Dienst der Marktwezen (ondertekening onduidelijk, mogelijk initialen). [Kantlijn linksboven:]
kraamver-
gunning t.n.v.
A. J. Jansen

[Rechtsboven:]
A’dam, 15/7 1942
W. h. M.

[Body:]
Onder terugzending van
het met Uw kantbrief dd. 27
Juni jl. om advies ontvangen stuk
No. 511 L.M. 1942 heb ik de eer U
te berichten, dat adressant herhaalde-
lijk was gewaarschuwd om het door
hem verschuldigde kraamgeld te
voldoen. Toen hij merkte, dat het
ernst werd met de intrekking van
zijn vergunning (dd. 18 Juni jl.)
heeft hij zich gehaast om op
den 19 den zijn schuld te voldoen.
Ik geef U daarom beleefd in
overweging den adressant te doen
berichten dat aan zijn verzoek
geen gevolg kan worden gegeven.

[Ondertekening rechtsonder:]
[Initialen, mogelijk D.A. of G.A.]

[Linksonder in rode inkt:]
85/1/24 Het document is een zakelijk advies van een ambtenaar aan een wethouder betreffende een verzoek van een zekere A.J. Jansen. De kern van de zaak is dat Jansen nalatig was in het betalen van zijn "kraamgeld" (staangeld voor een marktplaats).

Uit de tekst blijkt een strikte bureaucratische houding: Jansen werd meermaals gewaarschuwd, maar kwam pas over de brug met de betaling op 19 juni, exact één dag nadat de officiële procedure tot intrekking van zijn vergunning (op 18 juni) in gang was gezet. De ambtenaar adviseert de wethouder om het verzoek van Jansen (waarschijnlijk een verzoek om kwijtschelding van een boete of herstel van de vergunning zonder sancties) af te wijzen. De redenering is dat de betaling slechts een reactie was op de dreiging van intrekking, en niet voortkwam uit goede wil. Dit document stamt uit juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlog op de achtergrond woedt, laten documenten als deze zien dat de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam (met name de marktreglementen) nauwgezet bleef functioneren.

De term "kraamgeld" duidt op de marktsector. In deze periode waren marktvergunningen van groot belang voor het levensonderhoud, maar ook onderhevig aan de strenge (en voor Joodse marktkooplieden in die tijd vaak uitsluitende) regelgeving van de bezetter. Hoewel er in dit specifieke document geen directe verwijzing naar de anti-Joodse maatregelen staat, is de context van schaarste en strikte handhaving van economische regels kenmerkend voor 1942. Het archiefnummer "85/1/24" in rode inkt is een latere toevoeging voor de dossiervorming.

Samenvatting

Het document is een zakelijk advies van een ambtenaar aan een wethouder betreffende een verzoek van een zekere A.J. Jansen. De kern van de zaak is dat Jansen nalatig was in het betalen van zijn "kraamgeld" (staangeld voor een marktplaats).

Uit de tekst blijkt een strikte bureaucratische houding: Jansen werd meermaals gewaarschuwd, maar kwam pas over de brug met de betaling op 19 juni, exact één dag nadat de officiële procedure tot intrekking van zijn vergunning (op 18 juni) in gang was gezet. De ambtenaar adviseert de wethouder om het verzoek van Jansen (waarschijnlijk een verzoek om kwijtschelding van een boete of herstel van de vergunning zonder sancties) af te wijzen. De redenering is dat de betaling slechts een reactie was op de dreiging van intrekking, en niet voortkwam uit goede wil.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlog op de achtergrond woedt, laten documenten als deze zien dat de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam (met name de marktreglementen) nauwgezet bleef functioneren.

De term "kraamgeld" duidt op de marktsector. In deze periode waren marktvergunningen van groot belang voor het levensonderhoud, maar ook onderhevig aan de strenge (en voor Joodse marktkooplieden in die tijd vaak uitsluitende) regelgeving van de bezetter. Hoewel er in dit specifieke document geen directe verwijzing naar de anti-Joodse maatregelen staat, is de context van schaarste en strikte handhaving van economische regels kenmerkend voor 1942. Het archiefnummer "85/1/24" in rode inkt is een latere toevoeging voor de dossiervorming.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6