Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 250
Dossier 25
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtsbericht/Rapport betreffende markttoezicht.

11 februari 1942 (met latere aantekening van 24 februari 1942).

Origineel

Ambtsbericht/Rapport betreffende markttoezicht. 11 februari 1942 (met latere aantekening van 24 februari 1942). Voor de goede orde op de markt aan de Dapperstraat is bepaald, dat
de stallen welke des Zaterdags op deze markt voor de losse plaats-
houders beschikbaar moeten worden gesteld, door de vier stallen-
zetters dezer markt moeten worden geplaatst. Iedere stallenzetter
~~plaatst voor de aanvang der markt vier stallen.~~ De marktambtenaar
~~verdeelt~~ wijst de losse plaatshouders hun plaats aan en het aantal bezette
plaatsen wordt dan onder de vier stallenzetters verdeeld.
Zodra een losse plaatshouder in het bezit komt van een
vaste plaats, is hij vrij om een stallenzetter te kiezen, die voort-
aan zijn stal plaatst.
Drie der stallenzetters hebben tegen deze regeling geen be-
zwaar. Vos echter, die een der drie stallenzetters ~~voor afzonder~~
~~gerand~~ is, wil niet samenwerken. Vos wil dat voor markt-
tijd geen stallen voor losse plaatshouders worden gezet
en dat de losse plaatshouders na de loting vrij zijn
om een stal te nemen. ~~Het bewilligen~~ ~~deze~~ Wanneer
op deze wijze ~~zou worden gehandeld~~ voor sommige plaatshouders, die niet komen, moeten stallen, die
eenmaal geplaatst zijn weer worden afgebroken en
dit veroorzaakt stagnatie. Het gevolg zou zijn,
dat dan de drie andere stallenzetters ~~bij ontevreden~~
~~zouden worden~~ met klachten zouden komen.
Vos moet zich m.i. bij een regeling, die eenmaal ge-
troffen is, neerleggen.
Vos is reeds meerdere malen bij mij geweest, doch
het is mij niet mogelijk, hem enig ~~gemeen~~ gemeenschaps-
gevoel bij te brengen.
Zie ook rapport Marktopz.

11-2-’42
de Man

(In rood potlood/inkt):
In verband hiermede Vos te ontvangen.
24-2-’42 [paraaf]

(Rechtsonder in zwarte inkt):
(Vos is door Dir. ontvangen) [paraaf] De kern van dit document is een conflict over de logistieke organisatie van de Dappermarkt in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Er is een nieuwe regeling getroffen waarbij vier vaste 'stallenzetters' verplicht worden om vooraf stallen klaar te zetten voor de 'losse plaatshouders' (kooplieden zonder vaste standplaats). Dit is bedoeld om de orde te handhaven en het proces na de loting te versnellen.

Een van de stallenzetters, genaamd Vos, weigert zich aan deze collectieve afspraak te houden. Hij wil dat stallen pas ná de loting worden opgezet. De rapporteur, De Man, voert aan dat dit tot chaos en extra werk (het weer moeten afbreken van ongebruikte stallen) leidt. De tekst onthult een duidelijke irritatie bij de ambtenaar, die stelt dat Vos geen "gemeenschapsgevoel" heeft. De kwestie wordt uiteindelijk geëscaleerd naar de Directeur ('Dir.'), die Vos op het matje roept. Het document dateert van februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de tekst op het eerste gezicht over een triviaal marktconflict lijkt te gaan, is de context van de Dappermarkt in 1942 beladen. De Dapperbuurt was een wijk met veel Joodse inwoners en marktkooplieden. In deze periode nam de druk van de bezetter op de Amsterdamse markten toe, met steeds strengere regulering en de uitsluiting van Joodse burgers.

De term "gemeenschapsgevoel" in ambtelijke correspondentie uit deze tijd kan soms refereren aan de nationaalsocialistische nadruk op het belang van het collectief boven het individu, al kan het hier ook puur professionele irritatie betreffen. Het document is een voorbeeld van de gedetailleerde wijze waarop de gemeente Amsterdam het dagelijks leven en de economie op straatniveau probeerde te beheersen tijdens de bezetting. Gemeente Amsterdam

Samenvatting

De kern van dit document is een conflict over de logistieke organisatie van de Dappermarkt in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Er is een nieuwe regeling getroffen waarbij vier vaste 'stallenzetters' verplicht worden om vooraf stallen klaar te zetten voor de 'losse plaatshouders' (kooplieden zonder vaste standplaats). Dit is bedoeld om de orde te handhaven en het proces na de loting te versnellen.

Een van de stallenzetters, genaamd Vos, weigert zich aan deze collectieve afspraak te houden. Hij wil dat stallen pas ná de loting worden opgezet. De rapporteur, De Man, voert aan dat dit tot chaos en extra werk (het weer moeten afbreken van ongebruikte stallen) leidt. De tekst onthult een duidelijke irritatie bij de ambtenaar, die stelt dat Vos geen "gemeenschapsgevoel" heeft. De kwestie wordt uiteindelijk geëscaleerd naar de Directeur ('Dir.'), die Vos op het matje roept.

Historische Context

Het document dateert van februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de tekst op het eerste gezicht over een triviaal marktconflict lijkt te gaan, is de context van de Dappermarkt in 1942 beladen. De Dapperbuurt was een wijk met veel Joodse inwoners en marktkooplieden. In deze periode nam de druk van de bezetter op de Amsterdamse markten toe, met steeds strengere regulering en de uitsluiting van Joodse burgers.

De term "gemeenschapsgevoel" in ambtelijke correspondentie uit deze tijd kan soms refereren aan de nationaalsocialistische nadruk op het belang van het collectief boven het individu, al kan het hier ook puur professionele irritatie betreffen. Het document is een voorbeeld van de gedetailleerde wijze waarop de gemeente Amsterdam het dagelijks leven en de economie op straatniveau probeerde te beheersen tijdens de bezetting.

Locaties

Dappermarkt

Producten

Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6