Ambtelijke brief/verslag (onderdeel van een dossier)
Origineel
Ambtelijke brief/verslag (onderdeel van een dossier) 10 februari 1942 J. Renz Dapperstraat 10 - 2 - 42
Den Heer
Inspecteur
De bewering van Dhr. P. de Vos stallenverhuurder
op de Dapperstraat, als dat hij bij het stallenverhuren
benadeeld zou worden, is m.i. onjuist. Het is steeds de ge-
woonte v/d marktopz: het aantal stallen wat zaterdags
verhuurd werd, gelijkelijk te verdeelen onder de vier
stallenverhuurders in die straat. Benadeelen noemt
Dhr. Vos dat hij niet zelf zooveel mogelijk stallen aan losse
plaatshouders mag verhuren, maar de marktopz: het
aantal bepaalt van de stallen welke elk mag zetten.
J. Renz
Z.O.Z.
Ventverordening model 15. 10.000-1-'37-388 De brief is geschreven door J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of assistent-marktopzichter) en gericht aan een inspecteur. Het document behandelt een klacht van de heer P. de Vos, een particuliere ondernemer die marktkramen ("stallen") verhuurt in de Dapperstraat.
De kern van het geschil is de verdeling van de beschikbare capaciteit. De Vos voelt zich "benadeeld" omdat hij niet de vrijheid heeft om een onbeperkt aantal stallen te verhuren aan zogenaamde "losse plaatshouders" (marktkooplieden zonder vaste standplaats). Renz weerlegt deze klacht door te wijzen op het geldende beleid van de marktopzichter (v/d marktopz:): de beschikbare kramen worden op zaterdagen — de drukste marktdag — gelijkmatig verdeeld over de vier actieve stallenverhuurders in de straat. De overheid oefent hier dus een regulerende functie uit op de private verhuurmarkt om een eerlijke verdeling te waarborgen. De afkorting "Z.O.Z." wijst erop dat de tekst op de achterzijde van het document wordt voortgezet. Het document dateert uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting bleef de gemeentelijke administratie van Amsterdam, waaronder het Marktwezen, grotendeels volgens bestaande procedures functioneren. De Dapperstraat was (en is) een van de meest iconische marktlocaties van Amsterdam.
In die tijd was de verhuur van marktkramen vaak in handen van particuliere verhuurders die hiervoor een vergunning van de gemeente nodig hadden. De "Ventverordening" waarnaar in de voetnoot wordt verwezen, was de lokale wetgeving die de handel op straat en op markten reguleerde. De schaarste tijdens de oorlogsjaren en de strenge regulering van de economie zorgden voor spanningen tussen private exploitanten en het toezichthoudende marktwezen, wat in dit document duidelijk naar voren komt als een conflict over quotering en eerlijke mededinging. De bewering (Inspecteur) J. Renz P. de Vos Z.O.Z. Marktwezen