Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 27 juli 1942. De waarnemend Directeur van een gemeentelijke dienst (waarschijnlijk de Marktwezen- of Voedselvoorzieningsdienst). (Handgeschreven rechtsboven:)
Ter hr. Richter
(Handgeschreven linksboven:)
Monden 27/7-42
(Getypt:)
VB/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
85/17/2 M. 27 Juli 1942.
intrekking kramen-
vergunning ten name
van J.T.Dinkeloo.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat bij mijn dienst bericht is ingekomen, dat de kramenverhuurder J.T.Dinkeloo, Van der Hoopstraat 33, alhier, wien op 29 November 1938 door Burgemeester en Wethouders onder No.811 L.M. 1938 vergunning is verleend tot het plaatsen van kramen op de markten Lindengracht, Jan Evertsenstraat en Ten Katestraat, met ingang van 15 Juni j.l. zijn bedrijf heeft stopgezet.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat deze vergunning, gerekend te zijn ingegaan 15 Juni j.l., door den Burgemeester wordt ingetrokken.
De Directeur,
wnd. * Onderwerp: De brief verzoekt formeel om de intrekking van een vergunning voor het verhuren van marktkramen.
* Betrokkene: J.T. Dinkeloo, wonende aan de Van der Hoopstraat 33 te Amsterdam.
* Locaties: De vergunning betrof drie bekende Amsterdamse markten: de Lindengracht (Jordaan), de Jan Evertsenstraat (De Baarsjes) en de Ten Katestraat (Oud-West).
* Juridische grondslag: De vergunning was oorspronkelijk verleend op 29 november 1938 onder nummer 811 L.M. 1938.
* Reden: Het bedrijf is op 15 juni 1942 gestopt met de werkzaamheden ("stopgezet"). De intrekking moet met terugwerkende kracht vanaf die datum plaatsvinden. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting (juli 1942). Hoewel de brief een puur administratieve handeling lijkt (het opruimen van vergunningsregisters na bedrijfsbeëindiging), is de context van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" cruciaal. Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening en marktregulering streng gecontroleerd vanwege schaarste en distributie.
Opvallend is de uiterst beleefde, archaïsche ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd te verzoeken"), die typerend was voor de Nederlandse bureaucratie in die tijd. De afkorting "wnd." bij de ondertekening geeft aan dat de brief is verstuurd door een waarnemend directeur, mogelijk omdat de eigenlijke directeur was ontslagen, ondergedoken of op een andere wijze was vervangen onder druk van de bezettingsmacht (hoewel dit uit de tekst alleen niet direct blijkt).