Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 323
Dossier 27
Jaar 1942
Stadsarchief

Doorslag van een officiële aanmaning (brief) van een Amsterdamse gemeentelijke dienst (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen).

10 september 1942.

Origineel

Doorslag van een officiële aanmaning (brief) van een Amsterdamse gemeentelijke dienst (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen). 10 september 1942. [Rechtsboven handgeschreven:] m. Koster (?)
[Rechtsboven stempel:] HB.

85/19/1 M. 10 September 1942.
[rood onderstreept]

  Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U op 5 September

j.l. terzake van het plaatsen van kramen e.d. op de markten een
bedrag van ƒ aan mijn dienst verschuldigd was.
Ik geef U thans alsnog de gelegenheid dit bedrag binnen
vier dagen na dato dezes te betalen bij den kassier van mijn
dienst, bij gebreke waarvan ik het Gemeentebestuur zal voorstellen
de U verleende vergunning in te trekken.

                                   **De Directeur,**

Gezonden aan: [handgeschreven:] mk 42?!
S.Abrams, Joden Houttuinen 428 [omcirkeld] [rood:] 303 f 2,70 niet betaald.
F.Wayeret, 1e V.d.Helststraat 19 [rood:] 651 " 4,62 niet betaald
A.J.Roger, Lindengracht 256 [rood:] 440 " 2,21- niet betaald

[Rechtsonder handgeschreven in potlood/inkt:]
f 6- herinner op 16/9 1942
7- ht. protestbrief 19/9.42

[Linksmidden in groen potlood:] B/D De brief is een collectieve aanmaning gericht aan drie individuen die op 5 september 1942 hun marktgeld ("terzake van het plaatsen van kramen") niet hadden voldaan. De tekst is zakelijk en dwingend: de directeur dreigt direct met het intrekken van de marktvergunning als er niet binnen vier dagen wordt betaald.

De handgeschreven toevoegingen onthullen het administratieve proces:
* Bedragen: De openstaande schulden waren relatief klein (tussen de 2 en 5 gulden).
* Status: Bij alle drie de namen is later genoteerd dat er "niet betaald" is.
* Opvolging: Onderaan is te zien dat de bureaucratie haar loop nam met een geplande herinnering op 16 september en een "protestbrief" (ingebrekestelling) op 19 september. Dit document is historisch wrang vanwege de datum en de geadresseerden. In september 1942 was de Jodenvervolging in het bezette Amsterdam in volle gang; de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen waren al twee maanden bezig.

De eerste geadresseerde, S. Abrams (Simon Abrams), woonde aan de Joden Houttuinen 428. Dit was het hart van de oude Jodenbuurt, een wijk die op dat moment systematisch werd leeggehaald. Terwijl deze mensen in levensgevaar verkeerden of mogelijk al waren weggevoerd, bleef de gemeentelijke administratie procesmatig aanmaningen sturen voor achterstallig marktgeld. Uit archiefbronnen blijkt dat Simon Abrams inderdaad kort na deze brief is gedeporteerd en eind 1942 in Auschwitz is vermoord. Het document illustreert de kille, bureaucratische continuïteit tijdens de bezetting.

Samenvatting

De brief is een collectieve aanmaning gericht aan drie individuen die op 5 september 1942 hun marktgeld ("terzake van het plaatsen van kramen") niet hadden voldaan. De tekst is zakelijk en dwingend: de directeur dreigt direct met het intrekken van de marktvergunning als er niet binnen vier dagen wordt betaald.

De handgeschreven toevoegingen onthullen het administratieve proces:
* Bedragen: De openstaande schulden waren relatief klein (tussen de 2 en 5 gulden).
* Status: Bij alle drie de namen is later genoteerd dat er "niet betaald" is.
* Opvolging: Onderaan is te zien dat de bureaucratie haar loop nam met een geplande herinnering op 16 september en een "protestbrief" (ingebrekestelling) op 19 september.

Historische Context

Dit document is historisch wrang vanwege de datum en de geadresseerden. In september 1942 was de Jodenvervolging in het bezette Amsterdam in volle gang; de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen waren al twee maanden bezig.

De eerste geadresseerde, S. Abrams (Simon Abrams), woonde aan de Joden Houttuinen 428. Dit was het hart van de oude Jodenbuurt, een wijk die op dat moment systematisch werd leeggehaald. Terwijl deze mensen in levensgevaar verkeerden of mogelijk al waren weggevoerd, bleef de gemeentelijke administratie procesmatig aanmaningen sturen voor achterstallig marktgeld. Uit archiefbronnen blijkt dat Simon Abrams inderdaad kort na deze brief is gedeporteerd en eind 1942 in Auschwitz is vermoord. Het document illustreert de kille, bureaucratische continuïteit tijdens de bezetting.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6