Handgeschreven brief of intern memorandum.
Origineel
Handgeschreven brief of intern memorandum. Omstreeks december 1942 (genoemd in de tekst). De Vre teilte uns mit das die Beziehung mit K
im Dezember 42 ganz abgebrochen worden sei, weil
K ohne Ankündigung von der Treuhand erhalten habe dass sie
liquidieren müsse und die Arier daher
fürchteten dass Ihr Besitz bei der Liquidation
beteiligt sein würden ..
De Vre und die anderen Arier erhielten daraufhin
vom Bürgermeister die Genehmigung ihre Buden
auf den Judenmärkten aufzustellen, abzubrechen
und die Waren einzuziehen und zwar hießen die
Judenmärkte zu betreten Morgens vor 9 Uhr
und Nachmittags nach 5 Uhr
Jetzt bittet de Vre auch im Namen der
Anderen die Judenmärkte fortlaufend
betreten zu dürfen, da die Ihnen vom
Bürgermeister bewilligte Zeit nicht ausreicht ..
Wir bitten K um Ihre Stellungnahme in
dieser Angelegenheit ..
An Herrn
Garrabani. De tekst werpt licht op de complexe bureaucratische en economische gevolgen van de "Arisering" tijdens de Duitse bezetting:
- Liquidatie van Joods bezit: De firma 'K' (waarschijnlijk een Joodse handelsonderneming) is door de Treuhand opgedragen te liquideren. De 'Arische' partners (zoals De Vre) hebben de banden verbroken om hun eigen handelsvoorraad veilig te stellen en te voorkomen dat deze onderdeel zou worden van de inbeslagname.
- Segregatie op de markt: De brief bevestigt de strikte scheiding op de Amsterdamse markten. Vanaf 1941 mochten Joden alleen nog terecht op speciaal aangewezen markten (zoals het Waterlooplein). 'Arische' kooplieden mochten daar wel handelen, maar werden onderworpen aan vernederende en onpraktische tijdsrestricties.
- Logistieke problemen: De kooplieden mochten de Joodse markten alleen betreden vóór 09:00 uur 's ochtends en na 17:00 uur 's middags om hun kramen op te bouwen of af te breken. De schrijver verzoekt om een verruiming van deze tijden omdat de huidige regeling "niet volstaat" voor een normale bedrijfsvoering. Dit document is een getuigenis van de dagelijkse realiteit van de Holocaust in Nederland. Het toont aan hoe de uitsluiting van Joden tot in de kleinste details van het openbare leven (zoals markttijden) werd gereguleerd door zowel de Duitse bezetter als het meewerkende Amsterdamse stadsbestuur onder burgemeester Edward Voûte. De "Treuhand" die in de tekst wordt genoemd, verwijst naar de instanties (zoals de Wirtschaftsprüfstelle) die verantwoordelijk waren voor het systematisch onteigenen van Joodse bedrijven en vermogens. De brief illustreert dat niet-Joodse handelaren hun weg moesten vinden in dit systeem van segregatie om hun eigen nering voort te kunnen zetten.