Getypte brief (doorslag).
Origineel
Getypte brief (doorslag). 15 december 1942. De waarnemend Directeur (ondertekening ontbreekt op deze doorslag). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, alhier (Amsterdam). [Rechtsboven handgeschreven in blauwe inkt met rode onderstreping:] H. Mulder
[Daaronder getypt:] SV
Den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen
A L H I E R.
85/26/1 15 December 1942.
intrekken kramenvergunning.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat
L. van Zorg, Zwanenburgerstraat 61, houder van een vergunning
tot het plaatsen van kramen op de markten Sumatrastraat en
Waterlooplein, mij heeft medegedeeld, dat hij zijn zaak heeft
verkocht aan Gebr. W.J. v. Rooyen, Waterlooplein 69, eveneens
in het bezit van een dergelijke vergunning, hem verleend op
29.11.38 onder no.811 C.M!38.
In verband hiermede heb ik de eer U beleefd te ver-
zoeken wel te willen bevorderen, dat de aan van Zorg voornoemd
op 9 December 1938 verleende vergunning (no. 811 L.M.1938)
met ingang van 7 December jl. wordt ingetrokken.
De Directeur
wnd. In dit ambtelijk schrijven verzoekt de waarnemend directeur van de betreffende dienst aan de Wethouder voor de Levensmiddelen om een marktvergunning in te trekken. De vergunninghouder, L. van Zorg, gevestigd aan de Zwanenburgerstraat 61, heeft zijn handel in kramen op de Sumatrastraat- en Waterloopleinmarkt verkocht aan de Gebroeders W.J. van Rooyen (Waterlooplein 69).
Omdat de kopers al over een soortgelijke vergunning uit 1938 beschikken, moet de specifieke vergunning van Van Zorg (eveneens uit december 1938) administratief worden beëindigd. De intrekking dient met terugwerkende kracht in te gaan op 7 december 1942. Het document getuigt van de nauwgezette bureaucratische afhandeling van marktplaatsrechten in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. Het document dateert uit december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De locaties die in de brief worden genoemd — de Zwanenburgerstraat en het Waterlooplein — vormden het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In deze periode werden Joodse ondernemers systematisch uit het economische leven geweerd. Veel Joodse markthandelaren op het Waterlooplein raakten hun vergunning kwijt, moesten hun zaak "vrijwillig" verkopen of zagen hun bezit door een Verwalter (beheerder) geliquideerd worden.
Hoewel de brief een puur zakelijke, administratieve toon voert, past de overdracht van de vergunning van Van Zorg naar Van Rooyen mogelijk in dit grotere patroon van de onteigening of gedwongen verkoop van Joodse bedrijvigheid. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een centrale rol in de distributie en marktregulering in een stad die op dat moment kampte met toenemende schaarste en strenge Duitse verordeningen.