Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 374
Dossier 11
Jaar 1942
Stadsarchief

Administratieve notitie/archiefkaart op een voorgedrukt formulier ("Bijblad van...").

Origineel

Administratieve notitie/archiefkaart op een voorgedrukt formulier ("Bijblad van..."). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 06/4/1 1942
DOORGEZONDEN: 19/1-1942.

[Rechtsboven:]
197

[Handgeschreven tekst:]
Welke markt?
G. Monnikendam is in de
week van 3 t/m 8 Nov. '41 op de
sollicitantenlijst voor de Gaarkeuken
ingeschreven en werd 6 Jan '42
wegens het niet accepteeren van
een voorkeurskaart geschrapt.

[Notities rechtsonder:]
opbergen
2-3-'42
de Haan

B 25/2 '42
Th.D [?] 9/3 '42

[Voorgedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Persoon: De notitie betreft ene G. Monnikendam. Gezien de context van de periode (1941-1942) en de aard van de administratie, gaat het zeer waarschijnlijk om een Joodse inwoner die geregistreerd stond bij een gemeentelijke instantie of de Joodse Raad.
* Gebeurtenis: Monnikendam stond begin november 1941 op een lijst van sollicitanten voor werk bij de "Gaarkeuken". Dit was in die tijd een belangrijke bron van (gedwongen of noodzakelijke) werkverschaffing.
* Sanctie: Op 6 januari 1942 is deze persoon van de lijst geschrapt. De reden hiervoor was het weigeren van een "voorkeurskaart". Voorkeurskaarten boden vaak een tijdelijke vrijstelling van deportatie (Sperre) of andere privileges. Het niet accepteren hiervan werd door de administratie van de bezetter of de meewerkende instanties bestraft met het intrekken van andere faciliteiten of werk.
* Bureaucratie: De stempels en opeenvolgende data (januari, februari, maart 1942) tonen de trage maar onverbiddelijke bureaucratische verwerking van dergelijke gevallen. Dit document is een treffend voorbeeld van de administratieve vervolging en controle tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Gaarkeukens speelden een centrale rol in de voedselvoorziening voor de verarmde (Joodse) bevolking, maar dienden ook als instrument voor arbeidscontrole.

De "voorkeurskaarten" waarover gesproken wordt, stonden in deze periode vaak centraal in de hoop op uitstel van transport naar kampen als Westerbork. Het weigeren van zo'n kaart kon voortkomen uit wantrouwen jegens de instanties of het besef dat dergelijke privileges vaak slechts tijdelijk en willekeurig waren. De handgeschreven vraag "Welke markt?" bovenaan suggereert dat men probeerde te achterhalen op welke specifieke markt of afdeling deze persoon werkzaam was of had moeten zijn.

Samenvatting

  • Persoon: De notitie betreft ene G. Monnikendam. Gezien de context van de periode (1941-1942) en de aard van de administratie, gaat het zeer waarschijnlijk om een Joodse inwoner die geregistreerd stond bij een gemeentelijke instantie of de Joodse Raad.
  • Gebeurtenis: Monnikendam stond begin november 1941 op een lijst van sollicitanten voor werk bij de "Gaarkeuken". Dit was in die tijd een belangrijke bron van (gedwongen of noodzakelijke) werkverschaffing.
  • Sanctie: Op 6 januari 1942 is deze persoon van de lijst geschrapt. De reden hiervoor was het weigeren van een "voorkeurskaart". Voorkeurskaarten boden vaak een tijdelijke vrijstelling van deportatie (Sperre) of andere privileges. Het niet accepteren hiervan werd door de administratie van de bezetter of de meewerkende instanties bestraft met het intrekken van andere faciliteiten of werk.
  • Bureaucratie: De stempels en opeenvolgende data (januari, februari, maart 1942) tonen de trage maar onverbiddelijke bureaucratische verwerking van dergelijke gevallen.

Historische Context

Dit document is een treffend voorbeeld van de administratieve vervolging en controle tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Gaarkeukens speelden een centrale rol in de voedselvoorziening voor de verarmde (Joodse) bevolking, maar dienden ook als instrument voor arbeidscontrole.

De "voorkeurskaarten" waarover gesproken wordt, stonden in deze periode vaak centraal in de hoop op uitstel van transport naar kampen als Westerbork. Het weigeren van zo'n kaart kon voortkomen uit wantrouwen jegens de instanties of het besef dat dergelijke privileges vaak slechts tijdelijk en willekeurig waren. De handgeschreven vraag "Welke markt?" bovenaan suggereert dat men probeerde te achterhalen op welke specifieke markt of afdeling deze persoon werkzaam was of had moeten zijn.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6