Ambtelijke notitie / Dossierstuk.
Origineel
Ambtelijke notitie / Dossierstuk. Betalingsregeling - Wanbetaling - Pecunia
Brief 22 September 1938. Van Gemeente Advocaat aan Wethouder
Levensmiddelen waarin statuten en regeling inzake wanbetaling
door Pecunia worden uiteengezet. Op blz. 5 onderaan meent de
Gem. Adv. zeer stellig dat het geheel buiten de bevoegdheidssfeer
van Gemeente ligt, doch sanctionele kracht bij te zetten.
Indien Directie C.M. sancties zou mogen toepassen op na-
latige debiteuren, zou aan Art. 35 C.M. moeten worden toegevoegd:
B. Kan, op voorstel van directie C.M., degenen waarvan vaststaat, dat hij in
gebreke is te voldoen aan zijn geldelijke verplichtingen jegens een of
meer tot de C.M. toegelaten verkoopers - voor zoover die verplichtingen
voortvloeien uit den handel in artikelen die op de C.M. ter markt
mogen worden gebracht - den toegang tot die markt ontzeggen
gedurende den tijd, dien de nalatige in gebreke blijft.
[Kantlijnnotitie met pijlen:]
↓ Zie blz 4. Schrijven aan
1 Pref.
2 -
3 -
januari '39
Algemeen hiertoe over te gaan zal
Zie Rap. 20 Dec. - 1937
[Onderaan de pagina:]
Marktwaardige artikelen * Juridisch Kernprobleem: De gemeente-advocaat adviseert dat de gemeente strikt genomen niet bevoegd is om private betalingsgeschillen tussen handelaren (en de organisatie 'Pecunia') af te dwingen. Er is een gebrek aan "sanctionele kracht" in de bestaande regels.
* Voorgestelde Oplossing: Om wanbetaling toch te kunnen aanpakken, wordt voorgesteld het marktreglement (Artikel 35 C.M.) aan te passen. De voorgestelde sanctie is ingrijpend: het ontzeggen van de toegang tot de Centrale Markt voor handelaren die hun schulden bij erkende verkopers niet voldoen.
* Terminologie: Het woord 'Pecunia' (Latijn voor geld) verwijst hier naar een specifieke instelling of regeling die waarschijnlijk kredieten of betalingen tussen marktpartijen faciliteerde.
* Bestuurlijke context: De notitie toont de wisselwerking tussen de juridische afdeling en de uitvoerende macht (Wethouder Levensmiddelen) om economische orde op de markt te handhaven via administratieve maatregelen. Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin de Centrale Markten (zoals die in Amsterdam) een cruciale rol speelden in de voedselvoorziening. Een stabiel betalingsverkeer was essentieel voor de continuïteit van de handel. Wanneer kopers (bijv. winkeliers of tussenhandelaren) hun schulden aan de groothandelaren op de markt niet voldeden, bracht dit het systeem in gevaar. Omdat de gemeente de markt beheerde, probeerde men via de marktverordening instrumenten te creëren om betalingsdiscipline af te dwingen, ook al lag de oorsprong van de schuld in de private sfeer. De verwijzing naar "januari '39" suggereert dat de afhandeling van dit dossier doorliep tot vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.