Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 464
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Conceptnota of ambtelijk advies betreffende de organisatie van een Centrale Markt (C.M.).

Origineel

Conceptnota of ambtelijk advies betreffende de organisatie van een Centrale Markt (C.M.). [Pagina 2]

deze veiling van kleinhandelsveiling in groote en feite omgezet in groothandelsveiling. Dit feit beteekende een belangrijke stap in de richting van een ordening van den handel, omdat hierdoor ongezonde concurrentieverhoudingen uit den weg werden geruimd (zie hieromtrent mijn brief d.d. [open gelaten]).
Sindsdien heeft de groothandel de kans gekregen om de plaats in te nemen in het marktverkeer, waarop hij krachtens zijn wezen recht had. Ik merk hierbij op, dat ik een gezonde ontwikkeling der C.M. slechts mogelijk acht, indien met kracht wordt bevorderd:
1. de ontwikkeling van een zuiver veilingwezen ^vrij van den gunst^;
2. het bestaan van een gezonden ^en voor de verdeeling door den kleinhandel^ grossiersstand;
3. voor de distributie onder de bevolking: het tot bloei brengen van een bona fide kleinhandel.

Om hiertoe te geraken bestaat reeds geruimen tijd bij mij het voornemen om regelen te gaan stellen ter bestrijding van het op de C.M. veelvuldig voorkomend euvel der wanbetaling; het voorschrijven van een centrale inname der emballage; het uitvaardigen van verkoopcondities en; het bevorderen van een uniformiteit van het fust; eischen te stellen waaraan groothandelaars moeten voldoen om tot de C.M. te worden toegelaten e.d.

Zooals U bekend is wordt de ontwikkeling van het veilingwezen dezerzijds reeds geruimen tijd bestudeerd hetgeen o.a. tot een reeds gedeeltelijk tot uitdrukking is gebracht in de – voor een half jaar opgestelde – overeenkomst met de N.V. Ned. Veilingen. Op dit gebied worden thans nog onderhandelingen gevoerd met de tuinders en met de N.V.

De bij mij bestaande plannen zouden zeker reeds worden uitgewerkt, ware het niet, dat op het terrein van de organisatie van telers en handelaren sedert eenigen tijd van hoogerhand bepaalde maatregelen worden genomen of voorbereid.

Wat de telers betreft begint langzamerhand een eenheid in de organisatie te vormen, welke zich in de Raadstaal belichaamt. Op het gebied van den handel in aardappelen, groenten en...

[Pagina 5]

Op grond van het bovenstaande meen ik U in overweging te moeten geven het te bij besluit van den Burgemeester Het Reglement op de C.M. aan te vullen in dier voege, dat daarin reg. voorschriften regelende de betaling op de C.M. en het weren van wanbetalers worden opgenomen. Ik zou daarbij dus verder willen gaan dan bij de oorspronkelijke plannen de bedoeling is geweest. Daar ging men immers van het standpunt uit, dat de geheele regeling in handen zou moeten blijven van den handel en dat slechts als noodzakelijk sluitstuk nl. wanneer een wanbetaler van uiteindelijk van de C.M. moest worden geweerd, de gemeente op grond van het aangevulde artikel 35 van het Reglement zou moeten optreden. Ik stel mij thans echter op het standpunt, dat in dit Reglement de geheele wijze van betaling in het Reglement moet worden voorgeschreven. Ik moge hierbij opmerken, dat de oorspronkelijke opzet van de betalingsregeling (vide bovenvermelde correspondentie) in principe geheel is gehandhaafd en dat de uitvoering ervan geheel in handen blijft van de te vormen betalingsorganisatie. Het ligt in de bedoeling om den groothandel om als bankinstelling in te schakelen de Nederl. Middenstandsbank, welke thans reeds op de C.M. een uitgebreid werkterrein heeft gevonden. Hieronder zal ik derhalve de punten aangeven, welwaarmede n.m.m. het Reglement op de C.M. moet worden aangevuld; de uitvoering blijft wordt onder toezicht van de Gemeente (i.c. mijn dienst) in handen gelegd van een Commissie uit den Handel en de Gemeente treedt slechts op, wanneer een notoire wanbetalers van de markt moeten worden geweerd.

Ik acht het niet waarschijnlijk, dat tegen het door mij geopperde plan juridische bezwaren zouden bestaan en moge in dit verband bijv. verwijzen naar een ^bespreking met een^ advies van een hoogleraar d.d. 16 Febr. 1939, waaruit blijkt, ik aanhaal, dat een bepaald vraagpunt zou kunnen worden opgeworpen, „wanneer de Gemeente bv. voor alle transacties op de markt contante betaling dwingend zou voorschrijven. Ook dan echter zou ik (de Hoogleeraar) de bevoegdheid daartoe geen oogenblik in twijfel trekken.” De kern van dit document is een pleidooi voor een verregaande regulering van de handel op de Centrale Markt (C.M.). De schrijver signaleert dat de overgang van een kleinhandels- naar een groothandelsveiling rust en orde heeft gebracht, maar dat er nog structurele problemen zijn, met name rondom wanbetaling.

De voorgestelde oplossing is tweeledig:
1. Reglementaire verankering: Het marktreglement moet worden uitgebreid zodat de gemeente de bevoegdheid krijgt om wanbetalers formeel te weren. Waar eerst werd gedacht aan zelfregulering door de handel, pleit de schrijver nu voor een publiekrechtelijke basis in het Reglement.
2. Financiële structuur: Er wordt voorgesteld om een centrale betalingsorganisatie op te richten, waarbij de Nederlandsche Middenstandsbank een rol speelt. Dit moet de financiële risico's verkleinen en de handel professionaliseren.

De auteur onderbouwt zijn standpunt door te verwijzen naar lopende onderhandelingen met de "N.V. Ned. Veilingen" en juridisch advies van een hoogleraar, waaruit blijkt dat de gemeente het recht heeft om zelfs contante betaling af te dwingen als dat nodig is voor de marktorde. Dit document bevindt zich op het breukvlak van de crisisjaren '30 en het begin van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een sterke beweging naar 'ordening' van de markt. De ongebreidelde concurrentie en de vele faillissementen in de groente- en fruithandel leidden tot de roep om strakkere kaders.

De "Centrale Markt" in dit document verwijst hoogstwaarschijnlijk naar de Centrale Markthal in Amsterdam (geopend in 1934), die destijds het centrum was van de voedseldistributie voor de hoofdstad. De professionalisering van de groothandel en het aan banden leggen van de 'vrije' (soms chaotische) kleinhandel was een speerpunt van de overheid om de voedselvoorziening efficiënter en betrouwbaarder te maken. De genoemde "Nederl. Middenstandsbank" (NMB, later opgegaan in ING) speelde van oudsher een grote rol in de financiering van de Nederlandse handelstand.

Samenvatting

De kern van dit document is een pleidooi voor een verregaande regulering van de handel op de Centrale Markt (C.M.). De schrijver signaleert dat de overgang van een kleinhandels- naar een groothandelsveiling rust en orde heeft gebracht, maar dat er nog structurele problemen zijn, met name rondom wanbetaling.

De voorgestelde oplossing is tweeledig:
1. Reglementaire verankering: Het marktreglement moet worden uitgebreid zodat de gemeente de bevoegdheid krijgt om wanbetalers formeel te weren. Waar eerst werd gedacht aan zelfregulering door de handel, pleit de schrijver nu voor een publiekrechtelijke basis in het Reglement.
2. Financiële structuur: Er wordt voorgesteld om een centrale betalingsorganisatie op te richten, waarbij de Nederlandsche Middenstandsbank een rol speelt. Dit moet de financiële risico's verkleinen en de handel professionaliseren.

De auteur onderbouwt zijn standpunt door te verwijzen naar lopende onderhandelingen met de "N.V. Ned. Veilingen" en juridisch advies van een hoogleraar, waaruit blijkt dat de gemeente het recht heeft om zelfs contante betaling af te dwingen als dat nodig is voor de marktorde.

Historische Context

Dit document bevindt zich op het breukvlak van de crisisjaren '30 en het begin van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een sterke beweging naar 'ordening' van de markt. De ongebreidelde concurrentie en de vele faillissementen in de groente- en fruithandel leidden tot de roep om strakkere kaders.

De "Centrale Markt" in dit document verwijst hoogstwaarschijnlijk naar de Centrale Markthal in Amsterdam (geopend in 1934), die destijds het centrum was van de voedseldistributie voor de hoofdstad. De professionalisering van de groothandel en het aan banden leggen van de 'vrije' (soms chaotische) kleinhandel was een speerpunt van de overheid om de voedselvoorziening efficiënter en betrouwbaarder te maken. De genoemde "Nederl. Middenstandsbank" (NMB, later opgegaan in ING) speelde van oudsher een grote rol in de financiering van de Nederlandse handelstand.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6