Archiefdocument
Origineel
28 maart 1939. Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Directeur van het Marktwezen). GEMEENTE AMSTERDAM
Markth.
Afschrift
AMSTERDAM, 28 Maart 1939.
AFD. L.M.
No. 630 -1937-
BIJLAGEN
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
№ 87/10/3 M. 1939 1/4
Burgemeester en Wethouders hebben de zaak van de wanbetaling op de Centrale Markt besproken in een der laatste vergaderingen. Zij namen daarbij kennis van het door een desbetreffende Commissie ontworpen plan betreffende een te stichten organisatie, genaamd Pecunia, ter behartiging van de financieele belangen der op de Centrale Markt gevestigde grossiers. Met deze vereeniging Pecunia zullen samenwerken de Federatie van vereenigingen van Kleinhandelaren in aardappelen, groente en fruit en de vereenigingen van venters- en marktkooplieden en wel door het aanwijzen van een vertegenwoordiger van elk dier organisaties die met vertegenwoordigers van grossiers zitting zullen nemen in een Commissie tot wering van wanbetaling.
Pecunia verplicht haar leden (aldus het aan Burgemeester en Wethouders gedane voorstel) aan koopers niet langer crediet te geven dan gedurende de loopende kalenderweek en de eerste drie dagen der daarop volgende week. De bovengenoemde Commissie tot wering van wanbetaling roept den haar als nalatigen debiteur opgegeven kooper op om voor haar te verschijnen tot het geven van inlichtingen. Geeft de bedoelde kooper aan dezen oproep geen gevolg, dan wordt de hulp der Gemeente ingeroepen in dezen zin dat de Commissie den Directeur van het Marktwezen verzoekt den bedoelden kooper bij zich te ontbieden. Wanneer de opgeroepen debiteur de vordering ontkent, dan zou de Commissie niet verder optreden, totdat die vordering eventueel bij gerechtelijk gewijsde is komen vast te staan. In het andere geval zal een afbetalingsregeling worden getroffen.
Hiermede zou gepaard gaan een regeling met grijze en zwarte lijsten. door Pecunia aan te leggen, en waaraan de leden zich hebben te houden.
Burgemeester en Wethouders namen kennis van dit plan. Ik heb hen daarop voorgesteld dezerzijds maatregelen te nemen om aan wanbetalers, wier schuld door erkenning of door gerechtelijk gewijsde vast staat, den toegang tot de markt te kunnen ontzeggen, na dezen door den Directeur van het Marktwezen en zoo noodig door den Wethouder voor de Levens-
Aan
den heer W.van den Burg,
Voorzitter van de Federatie van Groothandelaren in Aardappelen, groente en fruit, Centrale Markt,
_A_L_H_I_E_R_(W).
Model G.A. 6
25.000-1-'39 Dit document is een officieel afschrift van een besluit of voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam aan de voorzitter van de federatie van groothandelaren. De kern van het schrijven is de aanpak van wanbetaling op de Centrale Markt.
De belangrijkste punten zijn:
1. Oprichting van "Pecunia": Een nieuwe organisatie die de financiële belangen van grossiers (groothandelaren) moet beschermen.
2. Samenwerking: Er wordt een brede "Commissie tot wering van wanbetaling" gevormd met vertegenwoordigers van zowel groothandelaren als kleinhandelaren en marktkooplieden.
3. Strakke kredietlimieten: Krediet mag voortaan maximaal anderhalve week duren (de lopende week plus drie dagen).
4. Handhaving en Sancties:
* Nalatige betalers worden opgeroepen voor de commissie.
* Bij weigering kan de Directeur van het Marktwezen ingrijpen.
* Er wordt gewerkt met grijze en zwarte lijsten.
* Als een schuld vaststaat, kan de wanbetaler de toegang tot de markt worden ontzegd. Dit is een zeer zware sanctie voor een handelaar.
De tekst onderaan breekt af na "Wethouder voor de Levens-", wat suggereert dat er een tweede pagina was (waarschijnlijk eindigend op "middelenvoorziening te zijn gehoord"). De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam werden in 1934 geopend om de voedseldistributie in de stad te centraliseren en te moderniseren. In de jaren '30, de tijd van de Grote Depressie, was de economische situatie precair. Wanbetaling vormde een groot risico voor de continuïteit van de handel.
Dit document uit maart 1939 toont de formalisering van de kredietbewaking vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de nauwe verwevenheid tussen de private handel (georganiseerd in "Pecunia") en het gemeentebestuur, dat haar publiekrechtelijke macht (ontzegging van toegang) inzette om de private handelsbelangen en daarmee de stabiliteit van de voedselvoorziening te waarborgen. De term "grijze en zwarte lijsten" laat zien dat er een verregaande vorm van sociale en financiële controle binnen de beroepsgroep werd ingevoerd. Gemeente Amsterdam Marktwezen