Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 506
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte rapportage of nota (doorslag of origineel).

Origineel

Getypte rapportage of nota (doorslag of origineel). - 4 -

De leden van "PECUNIA" mogen aan deze wanbetalers op geen
enkele wijze, ook niet tegen contante betaling, iets verkoopen op
straffe van de boven reeds genoemde boete.
Nieuw is ook, dat in de regeling ook de Directeur van het
Marktwezen wordt ingeschakeld, voor het geval de nalatige kooper
aan den oproep van de Commissie om voor haar te verschijnen tot
het geven van inlichtingen geen gevolg geeft. De door de Gemeente
te verleenen hulp bestaat dan daarin, dat de debiteur bij den Di-
recteur wordt ontboden, bij welke comparitie de Commissie de op
hem openstaande vordering onderzoekt.
Geeft de debiteur aan een oproep om bij den Directeur te
komen, geen gevolg, dan wordt hij van de Centrale Markt geweerd,
totdat hij aan dien oproep gevolg geeft.
In de voornoemde nota wordt er terecht de aandacht op geves-
tigd, dat het voor een goede werking van deze regeling gewenscht
is, dat andere groepen van verkoopers op de Centrale Markt dan
de grossiers n.l. de tuinders en de veiling, zich ook daarbij
aansluiten, onder mededeeling evenwel dat de tuinders hebben
bericht zich niet individueel bij "PECUNIA" aan te willen sluiten,
doch een dergelijke regeling voor den handel in het algemeen ten
zeerste toejuichen en hunne medewerking willen verleenen, indien
daaraan in de praktijk behoefte zou bestaan, terwijl ook de Direc-
teur van de veiling zich bereid heeft verklaard te zijner tijd de
aansluiting van de veiling bij "PECUNIA" te bevorderen.
Het is duidelijk, dat aan deze sympathiebetuigingen noch aan
de mededeeling, dat de tuindersorganisaties haar leden zullen
"opwekken" om geen zaken te doen met personen, die op de "zwarte
lijst" van "PECUNIA" staan weinig praktische waarde mag worden Dit document betreft een uittreksel uit een verslag of beleidsstuk over de handhaving van betalingsdiscipline op een grote handelsmarkt (zeer waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam). Centraal staat de organisatie "PECUNIA", een vereniging van grossiers die een systeem van kredietbewaking en een "zwarte lijst" hanteert.

De tekst belicht drie belangrijke aspecten:
1. Strenge boycot: Leden van de vereniging mogen onder geen beding verkopen aan geregistreerde wanbetalers, zelfs niet tegen contante betaling. Overtreding wordt beboet.
2. Overheidssteun: De gemeente (via de Directeur van het Marktwezen) verleent officiële hulp bij de inning. Wanbetalers kunnen worden ontboden. Weigering om te verschijnen leidt tot ontzegging van de toegang tot de markt.
3. Schaalvergroting: Er wordt gepoogd andere marktpartijen, zoals tuinders en veilingen, bij dit systeem te betrekken om de effectiviteit te vergroten. Hoewel tuinders welwillend tegenover het principe staan, verkiezen zij een collectieve boven een individuele aansluiting. De naam "PECUNIA" (Latijn voor geld) duidt op een handelsvereniging die tot doel had het financiële risico voor haar leden te beperken. In de eerste helft van de 20e eeuw was de groothandel in levensmiddelen vaak gebaseerd op krediet, wat grote risico's met zich meebracht.

De betrokkenheid van de "Directeur van het Marktwezen" wijst op een formele samenwerking tussen het private bedrijfsleven en de gemeentelijke overheid om de economische orde op de marktplaats te handhaven. De Centrale Markthallen fungeerden als de 'buik van de stad', waarbij een stabiele doorstroom van goederen en betalingen essentieel was voor de voedselvoorziening en de economie. De kritische toon aan het slot van de pagina suggereert dat de schrijver van de nota nog twijfels heeft over de effectiviteit van de toegezegde "sympathiebetuigingen" van de tuindersorganisaties zonder formele aansluiting.

Samenvatting

Dit document betreft een uittreksel uit een verslag of beleidsstuk over de handhaving van betalingsdiscipline op een grote handelsmarkt (zeer waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam). Centraal staat de organisatie "PECUNIA", een vereniging van grossiers die een systeem van kredietbewaking en een "zwarte lijst" hanteert.

De tekst belicht drie belangrijke aspecten:
1. Strenge boycot: Leden van de vereniging mogen onder geen beding verkopen aan geregistreerde wanbetalers, zelfs niet tegen contante betaling. Overtreding wordt beboet.
2. Overheidssteun: De gemeente (via de Directeur van het Marktwezen) verleent officiële hulp bij de inning. Wanbetalers kunnen worden ontboden. Weigering om te verschijnen leidt tot ontzegging van de toegang tot de markt.
3. Schaalvergroting: Er wordt gepoogd andere marktpartijen, zoals tuinders en veilingen, bij dit systeem te betrekken om de effectiviteit te vergroten. Hoewel tuinders welwillend tegenover het principe staan, verkiezen zij een collectieve boven een individuele aansluiting.

Historische Context

De naam "PECUNIA" (Latijn voor geld) duidt op een handelsvereniging die tot doel had het financiële risico voor haar leden te beperken. In de eerste helft van de 20e eeuw was de groothandel in levensmiddelen vaak gebaseerd op krediet, wat grote risico's met zich meebracht.

De betrokkenheid van de "Directeur van het Marktwezen" wijst op een formele samenwerking tussen het private bedrijfsleven en de gemeentelijke overheid om de economische orde op de marktplaats te handhaven. De Centrale Markthallen fungeerden als de 'buik van de stad', waarbij een stabiele doorstroom van goederen en betalingen essentieel was voor de voedselvoorziening en de economie. De kritische toon aan het slot van de pagina suggereert dat de schrijver van de nota nog twijfels heeft over de effectiviteit van de toegezegde "sympathiebetuigingen" van de tuindersorganisaties zonder formele aansluiting.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6