Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 518
Dossier 48
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt ambtelijk rapport/brief (doorslag).

12 april 1928 (gebaseerd op de notatie "12 April 8", waarbij de 8 staat voor het jaar in de betreffende periode).

Origineel

Getypt ambtelijk rapport/brief (doorslag). 12 april 1928 (gebaseerd op de notatie "12 April 8", waarbij de 8 staat voor het jaar in de betreffende periode). 1                                      12 April                      8
87/2/2                     den Heer Wethouder voor de
Amsterdam.                                 Levensmiddelen

Centrale Markt, wanneer deze personen, door een uit vertegen-
woordigers van groot- en kleinhandelaren bestaande Commissie,
met in acht neming van vaste, daarvoor gestelde regelen, als
wanbetaler zyn aangemerkt.
             De heer Seegers, die zich voor het overige met de
ontworpen regeling kan vereenigen, heeft op twee motieven
ernstig bezwaar tegen het verleenen van de bovenaangeduide
hulp door het Gemeentebestuur. In de eerste plaats betwyfelt
hy, op grond van door hem ingewonnen juridische adviezen, of
de Gemeente wel bevoegd is om wanbetalers den toegang tot de
Centrale Markt te weigeren en in de tweede plaats voert hy,
als zyn voornaamste motief aan, dat hy een dergelyke weigering
van wanbetalers door de Gemeente, sociaal alleen verantwoord
acht, wanneer de Gemeente tevens een financierings-instituut
in het leven roept, dat kleinhandelaren, die in moeilykheden
verkeeren en wanbetaler dreigen te worden, van de noodige
geldmiddelen voorziet.
             Myn meening, omtrent de vraag, of de Gemeente al
dan niet bevoegd is tot optreden tegen wanbetalers, berichtte
ik U laatstelyk in myn rapport d.d. 28 December jl. (No.87/3/11
M), waar ik U, in overeenstemming met den heer Mr.Reitsma en
Mevr.Mr.Redeker van Uw afdeeling, bepaalde voorstellen dien-
aangaande deed. Ik meen dus, dat het juridische bezwaar van
den heer Seegers niet gegrond moet worden geacht, terwyl het
door hem aangevoerde sociale motief myns inziens inhoudt, dat
hy eigenlyk in principe wel voor het weren van wanbetalers
zou voelen, indien slechts aan zekere voorwaarden (de instel-
ling van een financierings-instituut) werd voldaan, welke
voorwaarden echter geen rechtstreeksch verband met de onder-
havige aangelegenheid hebben en daarom ook bezwaarlyk verder
kunnen worden besproken.
             De in overleg met de bovenbedoelde Commissie ont-
worpen regeling - waarmede dus ook de heer Seegers accoord
gaat, behalve voor zoo ver de wering van wanbetalers van de
Centrale Markt betreft - komt neer op het navolgende:
             De op de Centrale Markt gevestigde grossiers ver- Dit document betreft een intern advies of rapportage aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen over een nieuwe regeling voor de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). Het kernpunt van de discussie is of de gemeente het recht heeft om handelaren die hun rekeningen niet betalen ("wanbetalers") de toegang tot de markt te ontzeggen.

Een zeker lid van de commissie, de heer Seegers, maakt hiertegen bezwaar op twee gronden:
1. Juridisch: Hij betwijfelt de wettelijke bevoegdheid van de gemeente om deze uitsluiting af te dwingen.
2. Sociaal: Hij vindt dat de gemeente pas mag straffen (door uitsluiting) als zij ook hulp biedt via een financieringsinstelling voor kleine handelaren in financiële nood.

De opsteller van het stuk verwerpt deze bezwaren. Hij verwijst naar een eerder juridisch advies (geschreven met juristen Reitsma en Redeker) waaruit zou blijken dat de gemeente wel degelijk bevoegd is. Het sociale argument van Seegers wordt afgedaan als een secundaire kwestie die niet direct relevant is voor de huidige regeling. In de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw was de voedseldistributie in Amsterdam gecentraliseerd op de Centrale Markt (geopend in 1934, maar de organisatie en planning stammen uit de jaren daarvoor). Het beheer van de markt en de kredietwaardigheid van handelaren waren constante bronnen van zorg voor het stadsbestuur.

Dit document illustreert de spanning tussen het handhaven van marktdiscipline (door sancties voor niet-betalers) en de roep om sociale bescherming van de kleine middenstander tegenover de macht van de overheid en groothandelscommissies. De spelling (bijv. 'zyn', 'betwyfelt', 'moeilykheden') is kenmerkend voor de ambtelijke taal van vóór de spellinghervorming van Marchant.

Samenvatting

Dit document betreft een intern advies of rapportage aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen over een nieuwe regeling voor de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). Het kernpunt van de discussie is of de gemeente het recht heeft om handelaren die hun rekeningen niet betalen ("wanbetalers") de toegang tot de markt te ontzeggen.

Een zeker lid van de commissie, de heer Seegers, maakt hiertegen bezwaar op twee gronden:
1. Juridisch: Hij betwijfelt de wettelijke bevoegdheid van de gemeente om deze uitsluiting af te dwingen.
2. Sociaal: Hij vindt dat de gemeente pas mag straffen (door uitsluiting) als zij ook hulp biedt via een financieringsinstelling voor kleine handelaren in financiële nood.

De opsteller van het stuk verwerpt deze bezwaren. Hij verwijst naar een eerder juridisch advies (geschreven met juristen Reitsma en Redeker) waaruit zou blijken dat de gemeente wel degelijk bevoegd is. Het sociale argument van Seegers wordt afgedaan als een secundaire kwestie die niet direct relevant is voor de huidige regeling.

Historische Context

In de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw was de voedseldistributie in Amsterdam gecentraliseerd op de Centrale Markt (geopend in 1934, maar de organisatie en planning stammen uit de jaren daarvoor). Het beheer van de markt en de kredietwaardigheid van handelaren waren constante bronnen van zorg voor het stadsbestuur.

Dit document illustreert de spanning tussen het handhaven van marktdiscipline (door sancties voor niet-betalers) en de roep om sociale bescherming van de kleine middenstander tegenover de macht van de overheid en groothandelscommissies. De spelling (bijv. 'zyn', 'betwyfelt', 'moeilykheden') is kenmerkend voor de ambtelijke taal van vóór de spellinghervorming van Marchant.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6