Typoscript (doorslag van een brief of ambtelijke nota).
Origineel
Typoscript (doorslag van een brief of ambtelijke nota). 12 april [vermoedelijk 1938, gezien de referentie naar januari 1937 als 'vorig jaar']. Onbekend (mogelijk de Marktmeester of een directeur van een gemeentelijke dienst). [Linksboven:]
5
87/2/2
Amsterdam.
[Rechtsboven:]
12 April 8
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen
[Tekst:]
zeer arm, zoodat de contributie van "Pecunia" en het feit, dat zy daar aan boetebepalingen zouden zyn onderworpen, voor hen onaannemelyk zyn, vooral nu zy by de regeling zelf geen belang hebben.
Als sluitstuk op het vorenbeschreven stelsel kan naar myn meening het beste dienen, de regeling, die U in myn bovenaangehaald rapport d.d. 28 December jl. (No.87/3/11 M) werd voorgesteld. Daardoor wordt het mogelyk, dat ik - alvorens den wanbetaler uit te sluiten - de zaak nog eens zelfstandig onderzoek, hetgeen een nuttige contrôle geeft op de Commissie, met wier werk myn dienst zich overigens niet bemoeit. Bovendien blyft by de dezerzyds voorgestelde bepaling de mogelykheid bestaan, dat ook een niet-georganiseerde grossier zich om hulp tegen een wanbetaler tot my wendt; de Gemeentelyke regeling sanctionneert dus niet uitsluitend de maatregelen eener bepaalde organisatie, doch zy geldt algemeen, hetgeen uiteraard het meest gewenscht is. (Trouwens, iedere grossier kan ook, zonder lid te zyn eener grossiersorganisatie, lid worden van "Pecunia").
Het zal my aangenaam zyn van U te mogen vernemen, of U zich in principe met een regeling, zooals hier beschreven, kunt vereenigen en of dus tot aanvulling van artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt, zooals in myn meergenoemd rapport d.d. 28 December jl. werd voorgesteld, door Burgemeester en Wethouders zal worden besloten. De door my geraadpleegde vertegenwoordigers der organisaties van groothandelaren verzochten my om een, zoo mogelyk spoedige beslissing te vragen, aangezien de tyd dringt en zy nog de vereischte wyzigingen in de statuten en reglementen van "Pecunia" moeten aanbrengen, alvorens aan het werk te kunnen gaan.
Met bovenstaande voorstellen meen ik tevens, dat wordt voldaan aan de opdracht vervat in Uw brief d.d. 14 Januari jl. (No.630 L.M.1937), waarin U my berichtte, dat het wenschelyk is, dat het initiatief voor de verbetering inzake Het document betreft een ambtelijk advies over de regulering van betalingsverkeer en wanbetalers op de Centrale Markt in Amsterdam. Centraal staat de organisatie "Pecunia", die kennelijk fungeert als een soort incasso- of waarborginstituut voor grossiers.
De auteur van de brief pleit voor een regeling die:
1. Rechtvaardig is voor kleine handelaren: Voor de allerarmsten zijn de kosten en boetes van "Pecunia" te zwaar.
2. Onafhankelijk toezicht biedt: De ambtenaar wil zelfstandig onderzoek kunnen doen voordat een wanbetaler definitief wordt uitgesloten, als controle op de commissie van de organisatie.
3. Inclusief is: De regeling moet ook gelden voor grossiers die niet bij een specifieke brancheorganisatie zijn aangesloten.
De voorgestelde wijziging heeft betrekking op Artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt. De urgentie wordt benadrukt omdat de groothandelaren wachten op deze beslissing om hun eigen statuten aan te kunnen passen. Dit schrijven dateert uit de late jaren '30, een periode waarin de Amsterdamse Centrale Markt (geopend in 1934 in Amsterdam-West) een cruciale rol speelde in de voedselvoorziening van de stad. In deze tijd van economisch herstel na de crisis was het beheersen van kredietrisico's en wanbetaling een grote zorg voor de gemeente en de handelaren.
De verwijzing naar "1937" als vorig jaar (jl.) en de datum "12 April 8" (waarbij de 8 waarschijnlijk staat voor 1938) plaatst dit document in de context van de professionele ordening van de marktactiviteiten onder toezicht van de Wethouder voor de Levensmiddelen. De organisatie "Pecunia" (Latijn voor 'geld') was een specifiek op de markthandel gericht kredietbureau.