Handgeschreven brief (op een administratieve kaart of briefkaart).
Origineel
Handgeschreven brief (op een administratieve kaart of briefkaart). 30 juni 1942. Mevr. R. Vos. Het Marktwezen Amsterdam. Linksboven (in inkt):
Marktplaats No 62
758.
Rechtsboven (in inkt):
Amsterdam 30. VI. 42
Adres (in inkt):
Aan het
Marktwezen
Amsterdam.
Inhoud (in inkt):
Voor de U bekende Omstan-
digheden ben ik genoodzaakt mijn
plaats op de markt „Gaasp’s straat”
optezeggen.
Afsluiting & Ondertekening:
Hoogachtend.
Mevr. R Vos
Administratieve aantekeningen (in rode inkt/potlood):
G 62 AC [omcirkeld]
afgen. 13/7-42. ing. 7/7-42
cym [gevolgd door een paraaf/streep]
Administratieve aantekening (in groen potlood):
Serie 15-7-42
deHas [?] De brief is kort en zakelijk, maar draagt een zware historische lading. Mevrouw R. Vos zegt haar marktplaats op de Gaaspstraat op.
De kernzin in het document is: "Voor de U bekende Omstandigheden ben ik genoodzaakt mijn plaats [...] optezeggen." Deze eufemistische formulering ("bekende omstandigheden") werd in 1941 en 1942 veelvuldig gebruikt door Joodse Amsterdammers. Het refereerde aan de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter, waardoor zij niet langer hun beroep mochten uitoefenen of zich vrij mochten bewegen.
De administratieve krabbels onderaan tonen de afhandeling door de gemeente: de plaats werd op 7 juli "ingenomen" (ing.) en op 13 juli administratief verwerkt (afgen.). De datum van de brief, 30 juni 1942, is cruciaal. Dit was het moment waarop de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam een nieuwe, fatale fase inging.
1. Beperkingen: Sinds mei 1942 waren Joden verplicht de Jodenster te dragen. In juni 1942 werden de bewegingsvrijheid en winkeltijden voor Joden extreem ingeperkt.
2. De Gaaspstraat markt: In 1941 had de bezetter speciale "Joodse markten" ingesteld waar alleen Joodse kooplieden mochten staan en alleen Joods publiek mocht kopen. De markt in de Gaaspstraat was een van deze markten.
3. Deportaties: Begin juli 1942 (slechts enkele dagen na het schrijven van deze brief) begonnen de eerste grootschalige oproepen voor de "tewerkstelling in het Oosten", wat in werkelijkheid deportatie naar de vernietigingskampen betekende.
De opzegging van Mevr. Vos is een direct gevolg van deze uitsluiting en de dreigende deportatie. Het document vormt een tastbaar bewijs van hoe Joodse burgers uit het publieke en economische leven van de stad werden verdrongen vlak voordat de massale deportaties begonnen.
Samenvatting
De brief is kort en zakelijk, maar draagt een zware historische lading. Mevrouw R. Vos zegt haar marktplaats op de Gaaspstraat op.
De kernzin in het document is: "Voor de U bekende Omstandigheden ben ik genoodzaakt mijn plaats [...] optezeggen." Deze eufemistische formulering ("bekende omstandigheden") werd in 1941 en 1942 veelvuldig gebruikt door Joodse Amsterdammers. Het refereerde aan de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter, waardoor zij niet langer hun beroep mochten uitoefenen of zich vrij mochten bewegen.
De administratieve krabbels onderaan tonen de afhandeling door de gemeente: de plaats werd op 7 juli "ingenomen" (ing.) en op 13 juli administratief verwerkt (afgen.).
Historische Context
De datum van de brief, 30 juni 1942, is cruciaal. Dit was het moment waarop de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam een nieuwe, fatale fase inging.
1. Beperkingen: Sinds mei 1942 waren Joden verplicht de Jodenster te dragen. In juni 1942 werden de bewegingsvrijheid en winkeltijden voor Joden extreem ingeperkt.
2. De Gaaspstraat markt: In 1941 had de bezetter speciale "Joodse markten" ingesteld waar alleen Joodse kooplieden mochten staan en alleen Joods publiek mocht kopen. De markt in de Gaaspstraat was een van deze markten.
3. Deportaties: Begin juli 1942 (slechts enkele dagen na het schrijven van deze brief) begonnen de eerste grootschalige oproepen voor de "tewerkstelling in het Oosten", wat in werkelijkheid deportatie naar de vernietigingskampen betekende.
De opzegging van Mevr. Vos is een direct gevolg van deze uitsluiting en de dreigende deportatie. Het document vormt een tastbaar bewijs van hoe Joodse burgers uit het publieke en economische leven van de stad werden verdrongen vlak voordat de massale deportaties begonnen.