Archief 745
Inventaris 745-394
Pagina 73
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (op een administratieve kaart of briefkaart).

30 juni 1942. Van: Mevr. R. Vos. Aan: Het Marktwezen Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (op een administratieve kaart of briefkaart). 30 juni 1942. Mevr. R. Vos. Het Marktwezen Amsterdam. Linksboven (in inkt):
Marktplaats No 62
758.

Rechtsboven (in inkt):
Amsterdam 30. VI. 42

Adres (in inkt):
Aan het
Marktwezen
Amsterdam.

Inhoud (in inkt):
Voor de U bekende Omstan-
digheden ben ik genoodzaakt mijn
plaats op de markt „Gaasp’s straat”
optezeggen.

Afsluiting & Ondertekening:
Hoogachtend.
Mevr. R Vos

Administratieve aantekeningen (in rode inkt/potlood):
G 62 AC [omcirkeld]
afgen. 13/7-42. ing. 7/7-42
cym [gevolgd door een paraaf/streep]

Administratieve aantekening (in groen potlood):
Serie 15-7-42
deHas [?] De brief is kort en zakelijk, maar draagt een zware historische lading. Mevrouw R. Vos zegt haar marktplaats op de Gaaspstraat op.

De kernzin in het document is: "Voor de U bekende Omstandigheden ben ik genoodzaakt mijn plaats [...] optezeggen." Deze eufemistische formulering ("bekende omstandigheden") werd in 1941 en 1942 veelvuldig gebruikt door Joodse Amsterdammers. Het refereerde aan de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter, waardoor zij niet langer hun beroep mochten uitoefenen of zich vrij mochten bewegen.

De administratieve krabbels onderaan tonen de afhandeling door de gemeente: de plaats werd op 7 juli "ingenomen" (ing.) en op 13 juli administratief verwerkt (afgen.). De datum van de brief, 30 juni 1942, is cruciaal. Dit was het moment waarop de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam een nieuwe, fatale fase inging.
1. Beperkingen: Sinds mei 1942 waren Joden verplicht de Jodenster te dragen. In juni 1942 werden de bewegingsvrijheid en winkeltijden voor Joden extreem ingeperkt.
2. De Gaaspstraat markt: In 1941 had de bezetter speciale "Joodse markten" ingesteld waar alleen Joodse kooplieden mochten staan en alleen Joods publiek mocht kopen. De markt in de Gaaspstraat was een van deze markten.
3. Deportaties: Begin juli 1942 (slechts enkele dagen na het schrijven van deze brief) begonnen de eerste grootschalige oproepen voor de "tewerkstelling in het Oosten", wat in werkelijkheid deportatie naar de vernietigingskampen betekende.

De opzegging van Mevr. Vos is een direct gevolg van deze uitsluiting en de dreigende deportatie. Het document vormt een tastbaar bewijs van hoe Joodse burgers uit het publieke en economische leven van de stad werden verdrongen vlak voordat de massale deportaties begonnen.

Samenvatting

De brief is kort en zakelijk, maar draagt een zware historische lading. Mevrouw R. Vos zegt haar marktplaats op de Gaaspstraat op.

De kernzin in het document is: "Voor de U bekende Omstandigheden ben ik genoodzaakt mijn plaats [...] optezeggen." Deze eufemistische formulering ("bekende omstandigheden") werd in 1941 en 1942 veelvuldig gebruikt door Joodse Amsterdammers. Het refereerde aan de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter, waardoor zij niet langer hun beroep mochten uitoefenen of zich vrij mochten bewegen.

De administratieve krabbels onderaan tonen de afhandeling door de gemeente: de plaats werd op 7 juli "ingenomen" (ing.) en op 13 juli administratief verwerkt (afgen.).

Historische Context

De datum van de brief, 30 juni 1942, is cruciaal. Dit was het moment waarop de vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam een nieuwe, fatale fase inging.
1. Beperkingen: Sinds mei 1942 waren Joden verplicht de Jodenster te dragen. In juni 1942 werden de bewegingsvrijheid en winkeltijden voor Joden extreem ingeperkt.
2. De Gaaspstraat markt: In 1941 had de bezetter speciale "Joodse markten" ingesteld waar alleen Joodse kooplieden mochten staan en alleen Joods publiek mocht kopen. De markt in de Gaaspstraat was een van deze markten.
3. Deportaties: Begin juli 1942 (slechts enkele dagen na het schrijven van deze brief) begonnen de eerste grootschalige oproepen voor de "tewerkstelling in het Oosten", wat in werkelijkheid deportatie naar de vernietigingskampen betekende.

De opzegging van Mevr. Vos is een direct gevolg van deze uitsluiting en de dreigende deportatie. Het document vormt een tastbaar bewijs van hoe Joodse burgers uit het publieke en economische leven van de stad werden verdrongen vlak voordat de massale deportaties begonnen.

Kooplieden in dit dossier 100

Alicanten en Gros Maroc Waterlooplein " 80.00
Alicanten en Gros Maroc Waterlooplein " 76.00
Alicanten en Gros Maroc Waterlooplein " 72.--
Elisabeth Gobets - van Brink Waterlooplein " 14.40
ANDIJVIE (Glas). Waterlooplein " 24.00
ANDIJVIE (GLAS) Waterlooplein " 20.80
ANDIJVIE (GLAS). Waterlooplein " 26.40
B 51-200 gram ongewasschen Waterlooplein
BOSPEEN (GLAS). Waterlooplein " 24.00
GLASKOOLRABI (2-4 cm. Ø) Waterlooplein
GLASKOOLRABI. (2-4 cm. Ø) Waterlooplein
L. Blitz Waterlooplein " 24.--
J. Renz. Waterlooplein " 26.00
J. Renz. Waterlooplein " 25.00
J. Renz. Waterlooplein f. 31.--
J. Renz. Waterlooplein f. 35.50
J. Renz. Waterlooplein f.32.50
I boven 20 cm. over den kop gemeten Waterlooplein " 25.60
I boven 7 cm. ø Waterlooplein
I boven 7 cm. ø Waterlooplein
I boven 7 cm.ø Waterlooplein
I boven 7 cm. Ø Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51 - 200 gram, ongewasschen Waterlooplein
II 51-200 gram, ongewasschen Waterlooplein
III " 10-16 cm. over den kop gemeten Waterlooplein " 12.80
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6