Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en handtekening.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en handtekening. 17 juli 1942. A. David, Tilanusstraat 15-II, Amsterdam (geboren 8-4-1902). De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. A. D a v i d
geboren 8 - 4 - 1902
Tilanusstraat 15 - II
Amsterdam.
plaats no. 90 markt Gaaspstr.
manufacturen.
Amsterdam, 17 J u l i 1942.
[handgeschreven paraaf/stempel: m. Jung]
Nº 103/65/1 M. 1942 W/7
Aan den Directeur van het
Marktwezen te Amsterdam.
Weled. Gestr. Heer,
Naar aanleiding van de ontneming van mijn vaste plaats op de markt, deel ik U het volgende beleefd mede:
Tot op heden heb ik geregeld mijn vaste plaats op de Gaaspstraat-markt bezet.
Echter de laatste paar weken heb ik wegens de bijzondere omstandigheden en de vele oproepingen, die ik als Jood heb gehad (o.a. keuringen), zooveel moeten verzorgen en beloopen voor mij en mijn gezin, dat ik niet in staat was geregeld op de markt te komen, daar deze verplichtingen dringend voorgingen.
Thans heb ik echter - door bemiddeling van den Joodschen Raad - van de Duitsche autoriteiten vrijstelling gekregen voor werk in Duitschland, wegens mijn vaste plaats op de markt. Nu deze vrijstelling verstrekt is, zal ik weer geregeld mijn plaats bezetten, waartoe ik door de vrijstelling verplicht ben.
Ik verzoek U daarom eerbiedig de ontneming van mijn plaats in te trekken, opdat ik weer zoo spoedig mogelijk aan het werk kan gaan.
Bij voorbaat beleefd [d]ankend,
Hoogachtend,
[handtekening: A. David]
[rechtsonder handgeschreven: 603] In deze brief verzoekt de heer A. David, een Joodse handelaar in manufacturen, de Directeur van het Marktwezen om teruggave van zijn vaste standplaats op de markt in de Gaaspstraat. De kern van zijn betoog is dat zijn afwezigheid niet vrijwillig was, maar werd veroorzaakt door de bureaucratische druk van de bezetter ("oproepingen" en "keuringen").
Het document legt een tragische paradox bloot die kenmerkend was voor de Jodenvervolging:
1. De reden voor afwezigheid: David kon niet werken omdat hij zich moest melden voor medische keuringen die bepaalden of hij geschikt was voor deportatie (eufemistisch "werk in Duitschland" genoemd).
2. De "Sperre" (vrijstelling): Hij heeft via de Joodsche Raad een vrijstelling gekregen juist vanwege zijn werk op de markt. De marktplaats is dus zijn overlevingslijn; zonder de marktplaats vervalt zijn vrijstelling en zal hij worden gedeporteerd.
3. De toon: De brief is uiterst beleefd en formeel ("Weled. Gestr. Heer", "eerbiedig"), wat de machteloze positie van de schrijver tegenover de Amsterdamse bureaucratie benadrukt. De datum van de brief, 17 juli 1942, is cruciaal. Slechts twee dagen eerder, op 15 juli 1942, was de systematische deportatie van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen via doorgangskamp Westerbork officieel begonnen.
De "Gaaspstraat-markt" waar David naar verwijst, was een van de drie specifieke markten in Amsterdam waar Joden vanaf 1941 gedwongen werden hun handel te drijven, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen.
Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) valt op te maken dat Abraham David, geboren op 8 april 1902, zijn strijd voor lijfsbehoud heeft verloren. Ondanks de "vrijstelling" waar hij in deze brief over schrijft, werd hij kort daarna weggevoerd. Hij is op 30 september 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document is daarmee een directe getuigenis van een wanhopige poging om via ambtelijke weg aan de Holocaust te ontsnappen.