Doorslag van een officiële, getypte brief.
Origineel
Doorslag van een officiële, getypte brief. 3 augustus 1942. De waarnemend (wnd.) Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke instantie). (Handgeschreven bovenaan, midden): Verzonden 3/8
(Rechtsboven): HB.
den Heer I. van Brink,
Rijnstraat 201,
Amsterdam-Zuid.
(Rechts onder adres): Wijk 22 A.
183/70/2 M. [tab] 3 Augustus 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 22 Juli j.l., deel ik U
mede, dat aan het daarin vervatte verzoek thans niet meer kan worden
voldaan.
De Directeur,
wnd. De brief is opgesteld in een uiterst sobere en zakelijke ambtelijke stijl. De inhoud is kort en resoluut: een verzoek dat de geadresseerde op 22 juli 1942 deed, wordt afgewezen. Opvallend is het gebruik van de woorden "thans niet meer". Dit duidt op een veranderde situatie of een aangescherpt beleid in de korte periode (twaalf dagen) tussen het verzoek en deze reactie. Er wordt geen enkele reden of motivatie voor de afwijzing gegeven, wat typerend is voor de kille bureaucratie uit die periode. Het document is een doorslag op dun papier, bedoeld voor het archief van de verzendende instantie. De historische context van deze brief is diep tragisch. Augustus 1942 markeert de beginfase van de grootschalige deportaties van Joodse burgers uit Nederland naar de vernietigingskampen (de eerste treinen uit Amsterdam vertrokken in juli 1942).
De geadresseerde, Isaac van Brink (geboren in 1891), woonde in de Rijnstraat, een straat in de Rivierenbuurt waar in die jaren zeer veel Joodse Amsterdammers woonden. Hoewel het specifieke verzoek niet in de brief staat, betroffen dergelijke verzoeken in de zomer van 1942 vaak aanvragen voor vrijstellingen van deportatie (zgn. 'Sperren'), vergunningen om te mogen reizen of verhuizen, of verzoeken om bezittingen veilig te stellen.
De kille mededeling dat aan het verzoek "niet meer" kan worden voldaan, betekende in die tijd vaak dat een juridische of bureaucratische ontsnappingsroute definitief was afgesloten. Uit historische bronnen blijkt dat Isaac van Brink op 4 juni 1943 is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Deze brief is een direct bewijs van de wijze waarop het ambtelijk apparaat meewerkte aan de uitsluiting en uiteindelijke vernietiging van de Joodse bevolking. I. van Brink
Samenvatting
De brief is opgesteld in een uiterst sobere en zakelijke ambtelijke stijl. De inhoud is kort en resoluut: een verzoek dat de geadresseerde op 22 juli 1942 deed, wordt afgewezen. Opvallend is het gebruik van de woorden "thans niet meer". Dit duidt op een veranderde situatie of een aangescherpt beleid in de korte periode (twaalf dagen) tussen het verzoek en deze reactie. Er wordt geen enkele reden of motivatie voor de afwijzing gegeven, wat typerend is voor de kille bureaucratie uit die periode. Het document is een doorslag op dun papier, bedoeld voor het archief van de verzendende instantie.
Historische Context
De historische context van deze brief is diep tragisch. Augustus 1942 markeert de beginfase van de grootschalige deportaties van Joodse burgers uit Nederland naar de vernietigingskampen (de eerste treinen uit Amsterdam vertrokken in juli 1942).
De geadresseerde, Isaac van Brink (geboren in 1891), woonde in de Rijnstraat, een straat in de Rivierenbuurt waar in die jaren zeer veel Joodse Amsterdammers woonden. Hoewel het specifieke verzoek niet in de brief staat, betroffen dergelijke verzoeken in de zomer van 1942 vaak aanvragen voor vrijstellingen van deportatie (zgn. 'Sperren'), vergunningen om te mogen reizen of verhuizen, of verzoeken om bezittingen veilig te stellen.
De kille mededeling dat aan het verzoek "niet meer" kan worden voldaan, betekende in die tijd vaak dat een juridische of bureaucratische ontsnappingsroute definitief was afgesloten. Uit historische bronnen blijkt dat Isaac van Brink op 4 juni 1943 is vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Deze brief is een direct bewijs van de wijze waarop het ambtelijk apparaat meewerkte aan de uitsluiting en uiteindelijke vernietiging van de Joodse bevolking.