Handgeschreven brief met ambtelijke stempels en marginalia (kanttekeningen).
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke stempels en marginalia (kanttekeningen). 30 september 1942. Mevrouw G. Pool-Schlösser, woonachtig aan de Blasiusstraat 15-I te Amsterdam. De Directeur der Centrale Markthallen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Rechtsboven:] 111
Amsterdam 30 September 1942
Aan den Heer Directeur der Centrale Markthallen
Jan v Galenstraat 14
[Linksboven stempels:]
Nº 103/149/1
M. 1942 1/10
De ondergetekende G. Pool. geb: Schlösser, verzocht u Edele beleefd om de volgende week de plaats op de Joodsche Markt in de Gaaspstraat, door mij mag bezet worden, de reden is dat vergunning voor mijn man G. Pool. die in de werkkamp is, nog geen toestemming heeft gekregen om weer naar Amsterdam te komen.
Bij voorbaat mijnen dank en spoedig antwoord
Hoogachtend
G Pool - Schlösser
Adres
Blasiusstraat 15-I
oost
[Ambtelijke aantekening onderaan rechts:]
Inspecteur,
m.i. geen bezwaar, mits achterstallig marktgeld wordt aangezuiverd.
genoteerd voor opgave
H. Gombault. [Handtekening] 1/10 '42
[Ambtelijke aantekening onderaan links:]
Acc
en
opb
8/10 42
[Initialen] In deze brief verzoekt Geertruida Pool-Schlösser de directeur van de Centrale Markthallen om toestemming om de marktplaats van haar man over te nemen op de Joodse markt in de Gaaspstraat. De aanleiding is tragisch en zakelijk tegelijk: haar man, Gerrit Pool, bevindt zich in een "werkkamp" en heeft (nog) geen toestemming om terug te keren naar Amsterdam.
De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel ("verzocht u Edele beleefd"), wat gebruikelijk was in correspondentie met instanties, maar ook de noodzaak benadrukt van het behoud van inkomen voor de achtergebleven echtgenote.
De ambtelijke reactie onderaan de brief is louter bureaucratisch. De inspecteur (H. Gombault) ziet "geen bezwaar", mits de achterstallige betalingen voor de marktplaats worden voldaan. De menselijke tragedie achter de afwezigheid van de echtgenoot wordt in de marge genegeerd. De afkorting "Acc en opb" (Akkoord en opgeborgen) met de datum 8 oktober 1942 geeft aan dat het verzoek uiteindelijk werd ingewilligd en het dossier gesloten. Dit document biedt een aangrijpend inzicht in het dagelijks leven en de bureaucratie tijdens de Duitse bezetting van Nederland in 1942, specifiek met betrekking tot de Jodenvervolging.
- Joodse Markten: Vanaf 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten. Er werden specifieke "Joodsche markten" ingesteld (zoals die in de Gaaspstraat in de Rivierenbuurt) waar alleen Joden mochten kopen en verkopen. Dit was een vorm van economische en sociale segregatie.
- Werkkampen: De "werkkamp" waar de echtgenoot naar verwijst, betreft waarschijnlijk een van de Rijkswerkkampen voor Joodse mannen in Noord- en Oost-Nederland. In de loop van 1942 werden duizenden Joodse mannen hierheen gestuurd onder het voorwendsel van "tewerkstelling".
- Tijdslijn: De datum van de brief (30 september 1942) en de uiteindelijke afhandeling (8 oktober 1942) zijn cruciaal. Begin oktober 1942 vond er een grote razzia plaats waarbij de Joodse mannen in de werkkampen werden gedeporteerd naar kamp Westerbork, en hun gezinnen vanuit de steden eveneens werden opgepakt. De kans is groot dat terwijl dit ambtelijke proces liep, de afzender en haar man al slachtoffer waren geworden van deze grootschalige deportaties.
- Locatie: De Blasiusstraat in Amsterdam-Oost lag midden in een buurt met een grote Joodse populatie die tijdens de bezetting zwaar werd getroffen.