Handgeschreven brief (officiële correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (officiële correspondentie). 25 oktober 1942. E. Gobets-van Brink. Den Heer Directeur v. h. Marktwezen, Amsterdam W. [Linksboven, stempel en handschrift:]
Nº 43/157/M. 1942 27/10
[Rechtsboven, handschrift:]
248
A'dam, 25 Oct. 1942
Den Heer Directeur
v. h. Marktwezen,
Amsterdam W.
[Rechtsmidden, paraaf/aantekening:]
nv. Jung [?]
[Onderwerp, onderstreept:]
Plaats No. 200 bw. Gaaspstraat
Mijnheer,
Door deze deel ik U mede, dat ik op
het oogenblik gebruik maak van de plaats
van mijn echtgenoot: S. Gobets, geb. 22.8.1890.
Hoogachtend,
E. Gobets-van Brink.
(geb. 26.12.1890)
[Linksonder, adres afzender:]
S. Gobets
Rijnstraat 146 I
Amsterdam Z.
[Stempel links-onderaan:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening:] de Wolf
[Aantekeningen rechtsonder:]
stukken voor H.G.
Ter kennisneming y/28 10 '42
daarna
opbergen. [Paraaf]
20 11-42 In deze brief stelt mevrouw Esther Gobets-van Brink de directeur van de Dienst van het Marktwezen ervan op de hoogte dat zij de marktplaats van haar echtgenoot, Salomon Gobets, heeft overgenomen. Het betreft standplaats nummer 200 aan de Gaaspstraat.
Opvallend is de administratieve nauwkeurigheid: beide geboortedata worden vermeld. Het document bevat diverse ambtelijke sporen, waaronder een "gezien"-stempel van de inspecteur (De Wolf) en instructies voor archivering ("ter kennisneming", "daarna opbergen"). De brief is geschreven op 25 oktober en werd administratief afgehandeld tussen 27 oktober en 20 november 1942. De datum (oktober 1942) en de locatie (Gaaspstraat) zijn historisch zeer beladen. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden Joodse Amsterdammers vanaf 1941 gedwongen hun beroepen uit te oefenen op specifiek aangewezen "Joodse markten" om hen te isoleren van de rest van de bevolking. De markt aan de Gaaspstraat was één van deze markten.
Het adres Rijnstraat 146-I bevond zich in de Rivierenbuurt, een wijk waar destijds veel Joodse gezinnen woonden. De noodzaak voor Esther Gobets om de plaats van haar man over te nemen, wijst op de precaire situatie van Joodse gezinnen in die periode; Salomon was mogelijk niet meer in staat de marktplaats zelf te bemannen door ziekte, dwangarbeid of andere beperkende maatregelen. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon Gobets en Esther Gobets-van Brink de oorlog niet hebben overleefd; zij werden later gedeporteerd en vermoord in Sobibor. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van de bureaucratische realiteit waarin Joodse burgers tot kort voor hun deportatie nog probeerden hun dagelijks leven en inkomen te regelen.