Handgeschreven brief met ambtelijke stempels en kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke stempels en kanttekeningen. J.S. Roosveld, Gaspelstraat 117, Amsterdam. De Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Linksboven, potlood:]
Centrum 426 I
[Rechtsboven:]
354
Amsterdam 14. November ’40
Aan den Heere Directeur van het Marktwezen
[Stempel:]
№ 103/176/2 M. 1942 16/11
WelEdel Zeer Hr!
Uw brief heb ik heden morgen ontvangen, en tot mijn spijt moet ik U mededeelen, dat vanaf 19 dezer [?] ik in het ziekenhuis lig in de Jacob Obrechtstraat.
Ik had reeds uw briefje, waarvan opgave van den Dokter voor opname, evenals kaarten meer in de Gaspelstraat, daar zij mijne vrouw weggehaald hebben terwijl zij tyfes [?] was en was ik de rest [?] verhuisd, dat ik in het ziekenhuis lig verzoek ik U beleefd, hiervoor mijn excuses te willen aanvaarden.
Ik verwacht antwoord van U of ik moet betalen ja of nee. Dan zal ik U het geld doen toekomen. U vriendelijk bedankende voor Uw moeite verblijf ik na beleefde groet.
Hoogachtend.
J.S. Roosveld
(Gaspelstr 117)
[Marges en onderaan:]
[Rechts midden:] 20-10-’42 ziekenhuijs.
[Rechts midden:] 23430
[Rechts midden, verticaal:] informeeren!
[Linksonder:] H. v. Nieukerken ter herinnering. 17/11 ’42
[Middenonder:] Gezien 20/11 ’42 [Handtekening]
[Rechtsonder, rood potlood:] 103/176/3
[Rechtsonder:] z.o.z. De kern van de brief is een verontschuldiging en een vraag om opheldering over een betaling. De afzender, J.S. Roosveld, legt uit dat hij niet direct kon reageren op een eerdere brief van het Marktwezen omdat hij is opgenomen in een ziekenhuis aan de Jacob Obrechtstraat (mogelijk de Boerhaave kliniek of de nabijgelegen Inrichting voor Ooglijders).
Roosveld refereert aan een chaotische situatie: zijn vrouw is "weggehaald" vanwege ziekte (hij noemt "tyfes", mogelijk tyfus), en hijzelf is blijkbaar verhuisd of in ieder geval niet meer op zijn oude adres in de Gaspelstraat aanwezig. De brief is een reactie op een vordering of administratieve kwestie van het Marktwezen; hij vraagt expliciet of hij nog moet betalen en belooft dit te doen zodra hij uitsluitsel heeft.
Het meest opvallende aan dit document is het tijdsverloop. De brief is geschreven in november 1940, maar de ambtelijke stempels en handgeschreven notities dateren uit oktober en november 1942. Dit suggereert dat het dossier twee jaar later opnieuw is geopend of dat de afhandeling door de oorlogsomstandigheden en bureaucratie enorme vertraging heeft opgelopen. Dit document biedt een blik op de interactie tussen een Amsterdamse burger en de gemeentelijke bureaucratie (het Marktwezen) tijdens de Duitse bezetting. De Gaspelstraat was een straat in de Transvaalbuurt, een wijk met een grote Joodse populatie. De naam Roosveld en de locatie duiden er mogelijk op dat de afzender van Joodse afkomst was.
De term "weggehaald" in combinatie met de datum 1942 (in de kanttekeningen) roept in de context van de bezetting direct associaties op met de deportaties. Echter, in de oorspronkelijke tekst uit 1940 lijkt het specifiek te gaan om een medische evacuatie vanwege besmettelijke ziekte (tyfus). De hernieuwde aandacht voor dit document in het najaar van 1942 is wrang: dit was de periode waarin de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam in volle gang waren. De ambtelijke notitie "informeeren!" en de check in november 1942 wijzen op een poging van de administratie om de verblijfplaats van de heer Roosveld te achterhalen, mogelijk in het kader van het "opschonen" van openstaande marktgeld-dossiers van weggevoerde burgers. J.S. Roosveld Gemeente Amsterdam Marktwezen Puls