Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). Amsterdam, 15 februari 1942. J. v. Beexem, Schalkburgerstraat 13 II, Amsterdam. Onbekend, geadresseerd als "H.H." (Heren), waarschijnlijk een gemeentelijke instantie (Marktwezen of Sociale Zaken). Nº 104/5/1 M. 1942 17/2 [stempel]
Amsterdam, 15 Februari ’42
H.H.
met deze richt ik tot U een ver-
zoek, welke betrekking heeft op de inhouding
van mijn marktkaart en ventvergunning.
Na de inhouding van mijn vent-
vergunning ben ik door de keuringsarts
voor het Rijkswerkkamp afgekeurd, waar-
na mijn marktkaart is ingehouden, zo-
dat ik geen inkopen kan doen, zodoende
aangewezen op Maatschappelijk Steun.
Daar ik liever in mijn onderhoud
zelf verdien en daartoe in staat ben
richt ik tot U het verzoek mij een vergunning
te geven voor een marktplaats in Joubertstr.
Uw antwoord met de grootste
hoop tegemoet!
dienend
J. v. Beexem
[Handtekening]
Schalkburgerstr. 13 II De brief is een formeel, doch dringend verzoek van Jacob van Beexem om zijn werkzaamheden als marktkoopman te mogen hervatten. De kern van het probleem is dat zijn 'marktkaart' en 'ventvergunning' zijn ingenomen. Zonder deze papieren mag hij geen handelswaar inkopen en zijn beroep niet uitoefenen.
Opvallend is de reden die hij aanvoert: hij is door een keuringsarts afgekeurd voor een 'Rijkswerkkamp'. Juist omdat hij niet in staat werd geacht zwaar werk in zo'n kamp te verrichten, lijkt zijn recht op zelfstandig ondernemerschap (de marktkaart) te zijn vervallen. De schrijver benadrukt dat hij niet afhankelijk wil zijn van de 'Maatschappelijk Steun' (de toenmalige sociale bijstand) en vraagt specifiek om een standplaats in de Joubertstraat in Amsterdam. Het document dateert uit februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De context is zeer beladen:
1. De Jodenvervolging: De Schalkburgerstraat en de Joubertstraat liggen in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een buurt die in 1942 grotendeels door Joodse Amsterdammers werd bewoond. Jacob van Beexem was een Joodse Amsterdammer. In deze periode werden Joodse ondernemers en straatverkopers systematisch uit het economische leven geweerd door het intrekken van vergunningen.
2. Rijkswerkkampen: In januari 1942 begonnen de nazi's met het inzetten van Joodse mannen in werkkampen in Nederland. De keuring waar Van Beexem over spreekt, was vaak een voorbode voor deportatie naar deze kampen, en later naar de vernietigingskampen.
3. Bureaucratie als overlevingsstrijd: De brief toont de wanhopige poging van een burger om via officiële weg zijn middelen van bestaan te behouden in een tijd waarin de wetgeving steeds vijandiger werd. Het verzoek om een plek in de Joubertstraat is wrang, aangezien deze straat later dat jaar onderdeel zou worden van een van de 'Joodse markten' waar Joden verplicht en uitsluitend onderling moesten handelen. Marktwezen