Archief 745
Inventaris 745-396
Pagina 53
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte ambtelijke circulaire/notitie met handgeschreven kanttekeningen en handtekeningen.

Februari 1942 (typwerk); handgeschreven data variëren van december 1941 tot januari 1942. Van: De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken).

Origineel

Getypte ambtelijke circulaire/notitie met handgeschreven kanttekeningen en handtekeningen. Februari 1942 (typwerk); handgeschreven data variëren van december 1941 tot januari 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). (Handgeschreven, linksboven:)
Vrijdag 1.30 uur.

(Handgeschreven middenboven, potlood:)
No. staan per 30/1
3 in kl. kistje
10 rollen registreerpapier diagram
1 [onleesbaar, mogelijk: rekeningsboek] 28 – 31/12

(Getypte tekst:)
Ik verzoek U ingeval bepaalde objecten worden bewaakt, tevens te willen vermelden waarom door U bewaking wordt noodig geacht en indien geen bewaking plaats heeft van onder Uw beheer staande gebouwen e.d., waarom dit naar Uw meening niet noodig is.

FB.

C.S. Stadhuis,
A'dan 2-'42.

De Burgemeester van Amsterdam,
[Signatuur: Voûte]

de Gemeentesecretaris,
[Signatuur: J. F. Franken] * Inhoud: Het document is een instructie van het hoogste Amsterdamse stadsbestuur aan een ondergeschikte dienst of ambtenaar. Er wordt gevraagd om een verantwoording van de beveiligingsmaatregelen (bewaking). Men wil weten waarom bepaalde objecten wél worden bewaakt, maar ook waarom andere gebouwen die onder het beheer van de ontvanger vallen, géén bewaking behoeven.
* Handschrift: De handgeschreven notities lijken een inventarisatie of controlelijstje van kantoorbenodigdheden of meetinstrumenten (zoals "registreerpapier diagram"). De data (30/1 en eind december) suggereren dat dit document enige tijd in omloop is geweest of hergebruikt is voor kladnotities.
* Ondertekening: De handtekening van Edward John Voûte is prominent aanwezig. Hij was de regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam tijdens een groot deel van de Duitse bezetting. Ook de handtekening van de toenmalige gemeentesecretaris, J.F. Franken, is gezet. Dit document stamt uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1941 stond Amsterdam onder direct gezag van de pro-Duitse burgemeester E.J. Voûte, aangesteld door de bezetter na het ontslaan van de zittende gemeenteraad als gevolg van de Februaristaking.

De vraag naar de noodzaak van bewaking van "objecten en gebouwen" moet gezien worden in het licht van de bezettingsomstandigheden. De autoriteiten waren zeer beducht voor sabotage door het verzet of onlusten onder de bevolking. Tegelijkertijd heerste er door de oorlogsschaarste een noodzaak tot efficiëntie: bewakingspersoneel en middelen waren schaars en moesten gericht worden ingezet. De administratieve toon van de brief is kenmerkend voor de bureaucratische wijze waarop het stadsbestuur onder druk van de bezetter de controle over de openbare ruimte probeerde te behouden.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is een instructie van het hoogste Amsterdamse stadsbestuur aan een ondergeschikte dienst of ambtenaar. Er wordt gevraagd om een verantwoording van de beveiligingsmaatregelen (bewaking). Men wil weten waarom bepaalde objecten wél worden bewaakt, maar ook waarom andere gebouwen die onder het beheer van de ontvanger vallen, géén bewaking behoeven.
  • Handschrift: De handgeschreven notities lijken een inventarisatie of controlelijstje van kantoorbenodigdheden of meetinstrumenten (zoals "registreerpapier diagram"). De data (30/1 en eind december) suggereren dat dit document enige tijd in omloop is geweest of hergebruikt is voor kladnotities.
  • Ondertekening: De handtekening van Edward John Voûte is prominent aanwezig. Hij was de regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam tijdens een groot deel van de Duitse bezetting. Ook de handtekening van de toenmalige gemeentesecretaris, J.F. Franken, is gezet.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1941 stond Amsterdam onder direct gezag van de pro-Duitse burgemeester E.J. Voûte, aangesteld door de bezetter na het ontslaan van de zittende gemeenteraad als gevolg van de Februaristaking.

De vraag naar de noodzaak van bewaking van "objecten en gebouwen" moet gezien worden in het licht van de bezettingsomstandigheden. De autoriteiten waren zeer beducht voor sabotage door het verzet of onlusten onder de bevolking. Tegelijkertijd heerste er door de oorlogsschaarste een noodzaak tot efficiëntie: bewakingspersoneel en middelen waren schaars en moesten gericht worden ingezet. De administratieve toon van de brief is kenmerkend voor de bureaucratische wijze waarop het stadsbestuur onder druk van de bezetter de controle over de openbare ruimte probeerde te behouden.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6