Dienstverslag / Controlerapport.
Origineel
Dienstverslag / Controlerapport. 19 november 1942. Waarschijnlijk een hoofdwacht of opziener (ondertekend met een naam die leest als J. v.d. Hond of Loghand). Schiedam. 19 November 1942
Hedenavond te $8^{15}$ uur werd door mij een personeelscontrole gehouden. In de loge was controleur Nieuwenhuijzen als portier aanwezig. In de hal ontmoette ik de controleurs Pleijsman & Bijland, die zoo-juist een ronde door de hal hadden gemaakt. Op het terrein trof ik controleur Velthuis, wien een extra-controle was opgedragen in verband met een aangifte van diefstal ten nadele van den grossier Wilkman, aan.
Bij de met aardappelen geladen spoorwagens aan de aardappelenmarkt bevond zich een hondenwacht.
Aan den kop van pier E deed de andere hondenwacht per rijwiel de ronde. Deze wacht, die den vorigen avond van 9-10 uur de Groente-pieren had bewaakt, deelde mij desgevraagd mede, niets van een onraad te hebben bemerkt, waarin, volgens opgemaakt schriftelijk rapport door de controleurs Ris en J. de Vrees, twee personen op het marktterrein waren gekomen en diefstal bij den grossier C. Kooij op pier B hadden gepleegd. Ook het van het rolluik, dat door genoemde controleurs gedeeltelijk opgedraaid werd aangetroffen, had noch de hond, noch de wacht iets bemerkt.
Precies te 10 uur werden de controleurs van den middagdienst door die van den nachtdienst afgelost.
(w.g.) Loghand [Handtekening]
№ 106/2/9 M. 1942 25/11
Den Heer
Bedrijfschef.
O.M. Het document is een zakelijk verslag van een inspectieronde op een bedrijfs- of marktterrein (mogelijk de veiling of groothandelsmarkt van Schiedam). De focus ligt op de verificatie van de aanwezigheid van het personeel (controleurs en hondenwacht) en het onderzoek naar een eerdere diefstal.
Kernpunten in het verslag:
1. Surveillance: Er is sprake van een gelaagde beveiliging met portiers, ronde-lopende controleurs en hondenwachten (zowel te voet als per fiets).
2. Incidenten: Er wordt melding gemaakt van twee diefstallen: één bij grossier Wilkman en één bij grossier C. Kooij op Pier B.
3. Kritiek op de bewaking: De schrijver constateert een hiaat in de beveiliging. Hoewel er een rolluik geforceerd was en er indringers waren gesignaleerd door andere controleurs (Ris en De Vrees), beweert de hondenwacht die op dat moment dienst had dat hij niets heeft gemerkt. Dit verklaart de rode onderstreping in de tekst; het duidt op een onderzoek naar mogelijk falen of medeplichtigheid van de wacht. Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en distributiebonnen, waardoor groothandelsmarkten en aardappelvoorraden (zoals vermeld in de tekst) cruciale doelwitten werden voor zowel de zwarte handel als burgers die probeerden te overleven.
De strakke controle en de uitgebreide bewaking (inclusief honden en nachtploegen) onderstreept de economische waarde en de kwetsbaarheid van de goederen op de pieren. De terminologie ("grossier", "spoorwagens", "pier") wijst op een haven- of veilinggerelateerde omgeving in Schiedam, een stad die destijds een belangrijke logistieke schakel vormde. De administratieve verwerking (stempels en dossisternummers) toont de bureaucratische nauwgezetheid aan waarmee dergelijke "economische delicten" werden opgevolgd. C. Kooij J. de Vrees J. v.d. Hond