Handgeschreven verzoekschrift (brief) met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift (brief) met ambtelijke kanttekeningen. 7 juni 1942 (datum van schrijven); 19 juni 1942 (datum van afhandeling). H. Fibbe, woonachtig aan de Bellamystraat 104 te Amsterdam. Het gemeentebestuur van Amsterdam (waarschijnlijk de Dienst der Markten). [Bovenaan links, paars stempel en pen:]
№ 107/18/1 M. 1942 2/6
[Bovenaan rechts, pen:]
7 – 6 – 42
[Brieftekst:]
Mijnheer
In antwoord op u bericht van den 5 – 6
dat het in voornemen van den Burgemeester ligt
om in de Beethovenstraat op het pleintje tusschen de
Brahmsstraat en Euterpestraat een marktje te stichten.
Zag ik mijn gaarne daar als marktkoopman een plaats
toe geweezen te zien, voor Groente en fruit. En als het
kan voor Bloemen.
[Margenota links, in ander handschrift:]
Voornamelijk bloemen-
venter. Afgewezen.
[Paraaf/Handtekening] 19/6 42
23 – 1
West
[Rechtsonder, afsluiting en adres:]
In afw
H. Fibbe
Bellamy str 104 huis
West
[Rechtsonder, ambtelijke notitie:]
verder niet
groot kwantum
R 2
107 De brief is een verzoek van H. Fibbe om een standplaats te bemachtigen op een nieuw op te richten markt in de Beethovenbuurt in Amsterdam. De afzender reageert op een mededeling van de gemeente van 5 juni 1942 betreffende het plan van de burgemeester om een "marktje" te vestigen op het pleintje tussen de Beethovenstraat, Brahmsstraat en Euterpestraat (de huidige Gerrit van der Veenstraat). Fibbe ambieert een plek voor de verkoop van groenten en fruit, en secundair voor bloemen.
Uit de ambtelijke aantekeningen blijkt dat het verzoek op 19 juni 1942 is afgewezen. De reden voor de afwijzing lijkt tweeledig: de aanvrager wordt primair als "bloemen-venter" beschouwd (terwijl de markt wellicht voor levensmiddelen bedoeld was) en er wordt opgemerkt "verder niet groot kwantum", wat erop duidt dat zijn handelsomvang als te gering werd beoordeeld voor deze specifieke locatie. Dit document is geproduceerd tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde locatie (Beethovenstraat en omgeving) was in 1942 een buurt met een zeer hoge concentratie Joodse bewoners. In deze periode stelde het bezettingsbestuur speciale "Joodse markten" in, omdat Joden door de anti-Joodse maatregelen niet meer op reguliere markten mochten komen of handelen. Hoewel de brief dit niet expliciet benoemt, past het "stichten van een marktje" op deze specifieke plek in dat beleid van segregatie.
De Euterpestraat, genoemd in de brief, kreeg tijdens de oorlog een beruchte klank omdat de Zentralstelle für jüdische Auswanderung en de Sicherheitsdienst (SD) er gevestigd waren. Na de bevrijding is de straat hernoemd naar de verzetsstrijder Gerrit van der Veen. De afzender, H. Fibbe, woonde zelf in de Bellamystraat in Amsterdam-West en probeerde via dit verzoek zijn handelsgebied uit te breiden naar Zuid. H. Fibbe Zentralstelle