Officiële bekendmaking / Kennisgeving (stencil/doorslag).
Origineel
Officiële bekendmaking / Kennisgeving (stencil/doorslag). 19 juni 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Nº 575 L.M. 1942 Nº 108/1/1 M. 1942 23/6
No.480 K E N N I S G E V I N G
Gezien [paraaf] De Burgemeester van Amsterdam,
Brengt ter openbare kennis, dat hij met ingang van 20 Juni
1942 heeft aangewezen als tijdelijke hulpmarkt, uitsluitend voor
Joodsche verkoopers, Joodsche koopers en Joodsche bezoekers, het
zandterrein aan het Minervaplein, begrensd door de Rubensstraat
en de Minervalaan, met dien verstande, dat op voornoemde hulpmarkt
alleen groente en nader aan te wijzen levensmiddelen ter markt
mogen worden gebracht.
FPB.
C.S.Stadhuis, Amsterdam, 19 Juni 1942.
A'dam 6-'42. De Burgemeester voornoemd,
Voûte.
de Gemeentesecretaris,
J.F. Franken.
[Handgeschreven aantekening onderaan:]
De folder(?)
Verschijnen nu onder Mi. pl.
(no. 108?)
enig ex. archief, rest adm. dagen.
[Paraaf] Dit document is een tastbaar bewijs van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De burgemeester stelt hierin een "hulpmarkt" in die strikt gesegregeerd is: alleen toegankelijk voor Joodse verkopers en kopers. De locatie, een zandterrein aan het Minervaplein in Amsterdam-Zuid, lag in een buurt waar op dat moment veel Joodse burgers geconcentreerd waren. De beperking van de handel tot groente en specifiek aangewezen levensmiddelen wijst op de strikte controle over de voedselvoorziening voor de Joodse bevolking. De administratieve stempels en parafen tonen aan dat dit beleid volledig was ingebed in het reguliere gemeentelijke apparaat. In juni 1942 was de isolatie van de Joodse bevolking in Nederland nagenoeg voltooid. Sinds mei 1942 was de Jodenster verplicht en waren Joden al uit de meeste openbare gelegenheden verbannen. Het instellen van aparte markten was een volgende stap in het proces van segregatie en ontmenselijking, bedoeld om Joden volledig uit het publieke leven van de rest van de stad te verwijderen. Edward Voûte, de burgemeester die het document ondertekende, was een collaborerend bestuurder die door de Duitse bezetter was aangesteld. Slechts enkele weken na de publicatie van deze kennisgeving, in juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen.